De wind was precies goed voor de vuurkolken

Vliegvuur Om vuurkolken te krijgen moeten windsnelheid en de intensiteit van een vuur precies op elkaar zijn afgestemd.

Brandweerlieden proberen in de Scheveningse Zeeruststraat de gevolgen van het vreugdevuur te bestrijden.
Brandweerlieden proberen in de Scheveningse Zeeruststraat de gevolgen van het vreugdevuur te bestrijden. Foto Eric Brinkhorst

Nederland is niet immuun voor branden zoals die in Californië, dat zagen we in Scheveningen. De vuurkolken en de stukjes brandend hout die honderden meters door de lucht vlogen (het vliegvuur), doen Cathelijne Stoof, natuurbrandenonderzoeker aan de Wageningen Universiteit, denken aan de Camp Fire-brand die begin november in de Amerikaanse staat woedde. Daar speelde vliegvuur ook een belangrijke rol.

Bij natuurbranden zoals in Californië bestaat vliegvuur vooral uit brandende bladeren, takjes en soms zelfs dennenappels die door de wind meegenomen worden. Door de lucht kan vliegvuur zich sneller verplaatsen dan het vuurfront dat door het landschap trekt. Zo konden de branden zich razendsnel uitbreiden.

De branden in Scheveningen laten zien dat dergelijk vliegvuur zich ook in Nederland goed kan verspreiden. Het vreugdevuur was een enorm heftige en intense brand, heel anders dan natuurbranden. Maar de gevolgen laten wel zien dat het vliegvuur, anders dan landvuur, zich minder aantrekt van obstakels zoals wegen en rivieren. De vonken vliegen eroverheen en hebben zo een enorm bereik. „En dan was dit nog in de winter”, zegt Stoof. „In de zomer, als alles droger is, zou dit nog veel meer schade kunnen aanrichten.”

Vuurkolken

De vonkenregen, veroorzaakt door het vliegvuur, werd tijdens Oudejaarsnacht in Scheveningen versterkt door de vuurkolken die ontstonden achter de grote brandstapels, denkt Michael Gollner van de University of Maryland. Gollner is gespecialiseerd in vuurkolken die hij in het lab op kleine schaal namaakt. „De vuurkolken veroorzaken een sterke opwaartse windstroom in het midden van de vuurkolk”, mailt hij. Door die zuigkracht worden brandende deeltjes van het vuur hoog de lucht in getrokken waardoor ze door sterke winden ver meegenomen worden. Ook trekt de sterke windstroom in de vuurkolken stukken brandend hout los van de brandstapel waardoor de hoeveelheid vliegvuur toeneemt. De kolken zorgen dus voor meer vliegvuur dat zich verder kan verspreiden.

Die angstaanjagende vuurkolken ontstaan vaker bij branden. Ze komen tot stand bij bepaalde combinaties van windkracht en hoogte van het vuur. „In Scheveningen vormde het vuur een soort obstakel voor de zeewind”, mailt Gollner. „Daardoor vouwt de wind zich om het vuur en doordat het hete vuur voor een opwaartse windstroom zorgt, beginnen de luchtstromen achter het vuur te draaien en te kolken.”

Alleen als de windsnelheid en de intensiteit van het vuur precies op elkaar afgestemd zijn, ontstaan vuurkolken. De windsnelheid moet overeenkomen met de snelheid waarmee de energie van het vuur vrijkomt. „Als de wind harder was geweest waren de kolken waarschijnlijk ook niet ontstaan”, zegt Gollner.

De pallets waar de brandstapel in Schevingen uit opgebouwd was, bestonden uit droog hout waar gemakkelijk gloeiende stukken vanaf vliegen. In combinatie met de sterke wind en de vuurkolken, zorgde dit ervoor dat gloeiende stukjes hout het vuur uit geblazen werden en honderden meters door de lucht vlogen.

De wind vanaf zee tijdens nieuwjaarsnacht droeg bij aan het ontstaan van de vuurkolken en de hoeveelheid vliegvuur die vrijkwam en de afstand die het gloeiende materiaal aflegde. „En de hoogte van de stapels was echt ongelofelijk”, zegt natuurbrandenonderzoeker Stoof. „Dat heeft zeker invloed gehad.”

Daar komt bij dat de pallets ruimte overlaten voor lucht. Dan kan er extra zuurstof bij het vuur komen waardoor het intenser brandt. „Vergelijk het met een telefoonboek”, zegt Stoof. „In intacte vorm brandt dat niet heel heftig, maar als je alle pagina’s los oppropt kan er meer zuurstof bij en brandt het veel beter.”

Efectis, een bedrijf gespecialiseerd in brandonderzoek, houdt geen rekening met vuurkolken in het veiligheidsrapport dat het opstelde in opdracht van de gemeente. In 2016 schrijven ze dat „de kans op branduitbreiding naar de bebouwing door warmtestraling of vliegvuur verwaarloosbaar is”. Efectis was niet bereikbaar voor een toelichting.

Had de vonkenregen van nieuwjaarsnacht voorspeld kunnen worden? Dat durft Stoof niet te zeggen. Stoof en Gollner denken dat computermodellen gebruikt kunnen worden om de effecten van windkracht, hoogte van de stapel en soort brandstof te berekenen. Stoof: „Er zijn veel beelden te vinden op social media van deze en eerdere vreugdevuren. Die kunnen gebruikt worden om computermodellen te testen en te kalibreren.”

Lees de rubriek Alledaagse Wetenschap: De raadsels van de kalme palletbrand in Duindorp
    • Dorine Schenk