De langdurige zoektocht van Lodewijk Asscher

PvdA Ruim twee jaar is Lodewijk Asscher leider van de PvdA. Hij moet met een nieuwe visie komen en zoekt naar ideeën om kiezers te winnen. „Maar hoe dan, Lodewijk?”

Lodewijk Asscher zou het land in gaan, langs bij afdelingen van de PvdA om over migratie te praten. Er zou een essay komen. Tijdens een politieke ledenraad zou hij er ook met de rest van de partij over in debat gaan. De PvdA, benadrukte Asscher vorige zomer, kon het zich „niet permitteren” om géén standpunt over migratie te bepalen.

Inmiddels hoor je Asscher er niet meer over. Het essay kwam er niet, de ledenavondjes bleven uit, net als de landelijke ledenraad. Op het congres, zaterdag in Den Bosch, staat het thema ook niet op de agenda – onderwerpen van „de ontwikkelingen in Oost-Europa” tot „diversiteit” en „klimaatakkoord en CO2-heffing” worden wel besproken.

De afgelopen maanden sprak Asscher vaak over het afschaffen van de dividendbelasting. Over hoe het kabinet grote bedrijven belangrijker zou vinden dan gewone burgers. Over robotisering van de arbeidsmarkt, invloed van technologie, de macht van Facebook. Over volkshuisvesting. Over bestaanszekerheid. Duurzaamheid, het klimaatakkoord. Niet meer over migratie.

Het tekent de zoektocht van Lodewijk Asscher naar nieuwe ideeën. Ruim twee jaar is hij nu leider van de PvdA, na een bittere leiderschapsstrijd met Diederik Samsom. Na de ongekende verkiezingsnederlaag (29 zetels verlies) van maart 2017 leidt hij de kleinste sociaaldemocratische fractie in ruim honderd jaar: negen sociaaldemocraten, weggestopt op de derde etage van het voormalige ministerie van Koloniën, in de hoek van het Tweede Kamergebouw. Ooit hadden ze alle vier de etages, nu delen ze de derde met ambtenaren. Aan de muren hangen posters uit betere tijden: van PvdA-premiers Willem Drees, Joop den Uyl en Wim Kok. Vanuit zijn kantoor kijkt Asscher neer op het Torentje van premier Mark Rutte. De zoektocht gaat over: Wat voor soort oppositie voert de fractie? En hoe komt de partij weer aan kiezers?

Sinds Fortuyn worstelt elke PvdA-leider vroeg of laat met het standpunt over migratie, ziet Simon den Haak, die zowel Diederik Samsom als Lodewijk Asscher adviseerde. „Wouter Bos had dat, Job Cohen, Samsom… Het moet humaan en rechtvaardig, maar ook streng. Het raakt onze kiezers: migratie is één van de redenen waarom mensen zich in hun bestaanszekerheid bedreigd voelen. Je kunt het niet negeren.”

De worsteling is te zien op een zwoele nazomeravond, begin september. In een buurttheater in Amsterdam-Oost verdedigt Asscher zijn plannen om migratie op een „humane” manier in te perken. „Als wij zijn van de maakbare samenleving, dan moeten we niet terugdeinzen voor migratie”, houdt hij de ongeveer vijftig aanwezige leden voor.

„Maar hóe dan, Lodewijk?”, roept een PvdA-lid van een jaar of zestig, halverwege de avond. „Ja!”, vallen twee andere leden hem bij, „hoe dan?”

Het is niet makkelijk, erkent Asscher, maar het moet. „Wie zegt de perfecte oplossing te hebben, jokt.” Zijn plan: méér opvang in de regio, daar selecteert Europa wie welkom is. De „grondoorzaken” van migratie moeten worden aangepakt. En wie niet vlucht voor geweld, is in principe ook niet welkom. De zaal mort: hoe onderscheidend is dat verhaal van andere partijen?

Er komen meer avondjes als deze, belooft Asscher. Aan het einde van de avond klinkt er matig applaus. Hij lacht: „Nog niet iedereen gaat mee.”

Permanente interne verdeeldheid

Het is de laatste keer dat hij over migratie praat. Een paar dagen eerder heeft de fractie tijdens het jaarlijkse fractieweekend, vlak voor de start van het nieuwe politieke jaar, besloten dat de PvdA het er maar wat minder over moet hebben. De PvdA moet léuk zijn en wil het beeld van permanente interne verdeeldheid van zich afschudden. Door zich te profileren op migratie lukt dat niet, zien de Kamerleden: de ene helft van de achterban wil minder immigratie, de andere helft is voor een ruimhartiger asielbeleid. En wat kun je als fractie met negen Kamerleden nu écht bereiken op dat thema?

Asschers migratieplan is mede het resultaat van een zoektocht over de grens. In Portugal hoort hij hoe de socialisten regeren met een radicaal programma. De Britse Labour-leider Jeremy Corbyn vertelt Asscher begin juli hoe onder zijn leiding honderdduizenden Britten lid werden van de partij, vooral jongeren.

En zo praat Asscher in april in het Deense parlement met de sociaaldemocratische partijleider Mette Frederiksen. Haar partij heeft net een cultureel-conservatieve koers bepaald: de grenzen moeten dicht, in wijken met veel migranten wordt harder opgetreden door de overheid en de „Deense identiteit” moet beschermd worden. Daarmee moeten (witte) kiezers uit de arbeidersklasse, die de sociaaldemocratie hebben verlaten voor rechts-populisten, weer terugkeren.

Asscher zoekt toenadering, maar niet te veel. De Deense ideeën noemt hij „interessant” en heeft „goede elementen”. Maar hij is het niet met alles eens, benadrukt hij in interviews. Dat basisscholen varkensvlees móéten aanbieden, vindt hij bijvoorbeeld onzin.

Half juni nodigt hij Frederiksen en andere Europese sociaaldemocraten uit voor een ‘migratietop’ in Amsterdam. Na afloop van de ‘top’ in het Lloyd-hotel pleiten ze voor beperking van migratie naar Europa. Er moet een ‘Marshallplan’ komen, zeggen de Europese sociaaldemocraten: dáár investeren om de oorzaken van migratie weg te nemen, híér in terugkeer van migranten die wegmoeten en integratie van vluchtelingen.

In de partij zijn velen verbaasd: waarom wisten zij niks over deze aanscherping van het standpunt? Op het partijcongres, drie dagen eerder, is het er amper over gegaan. Laat staan dat het congres zich er over heeft kunnen uitspreken. De planning was onhandig, zien ze in de partijtop. Maar ja: leg de agenda van acht internationale politici naast elkaar en je ziet dat er geen alternatief was.

Klassieke waarden

Migratie is niet één van de thema’s waarmee de PvdA denkt weer een grote partij te worden. Wonen, werk en kansen voor kinderen, overkoepeld door de „sociaaldemocratische waarde” van bestaanszekerheid. Dáár moet het over gaan. Klassieke sociaaldemocratische thema’s, erkennen PvdA’ers, niet heel vernieuwend.

Maar, klinkt het: „alles ligt open”. Op onder meer werk en wonen zijn binnen de partij commissies aan het werk die nieuwe ideeën onderzoeken. „Terug naar de klassieke sociaaldemocratie geeft weer grond onder de voeten”, zegt iemand uit de partijtop. „Nu gaat het om het uitbouwen naar een agenda voor de komende jaren.”

De zoektocht naar nieuwe ideeën draait ook om de vraag: wie vertegenwoordigt de PvdA? De aanscherping van het migratiestandpunt was ook een poging kiezers te bereiken die de partij is verloren. Maar, en dat is het permanente dilemma, het vervreemdt ook juist weer linkse kiezers van je, erkent een partijstrateeg.

„Migratie kwam met veel bombarie maar verdween weer van het podium”, zegt hij. „Het is geprobeerd, niet gelukt en blijven liggen.”

Een zelfde zoektocht gaat over de rol in de oppositie. In het eerste jaar van Asscher valt op dat hij zich als ervaren, bestuurlijke linkse oppositieleider profileert, die open staat voor samenwerking met het kabinet. Dat verandert op dinsdag 16 oktober, iets voor half twaalf, als hij namens een gefrustreerde fractie een door de PVV ingediende motie van wantrouwen tegen premier Mark Rutte steunt. Die wil niet terugnemen dat het niet afschaffen van de dividendbelasting een „onverantwoord risico” voor Nederland kan zijn.

Met de steun voor de motie van wantrouwen van Wilders gooit Asscher de deur voor (gedoog)steun van de PvdA aan het kabinet dicht. Pogingen samen te werken hebben geen zin, denkt de fractie: dan maar harde oppositie voeren.

Het is goed dat Asscher het aandurfde met migratie, zegt een partijprominent. „Maar als partij krijg je er geen kleur mee op de wangen. Een deel van de zoektocht is ook zeggen: dit is het toch niet voor ons.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.