Ze wilde een billijke vergoeding van 30.000 euro

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Foto Koen van Weel/ANP

Ze werkt als receptioniste/visagiste als ze eind 2016 tijdelijk arbeidsongeschikt raakt. Als de vrouw op therapeutische basis terugkeert op het werk, krijgt ze al snel te horen dat haar baas het dienstverband wil beëindigen. Bemiddeling mislukt. Nog voordat de vrouw weer volledig aan het werk gaat, breekt ze haar voet en is opnieuw een tijdje arbeidsongeschikt. Enkele weken later meldt ze zich weer. Haar baas mailt – een maand later pas – op een avond, om 23.33 uur dat de vrouw de volgende dag om 12 uur met werkzaamheden bij een pop-up store moet beginnen. Ze meldt zich daar, maar maakt via de vakbond die dag bezwaar tegen de eenzijdige verandering van haar werk en kondigt aan de dag erop weer bij haar ‘oude’ werk te komen. Zo gezegd, zo gedaan, maar haar baas weigert de vrouw binnen te laten en ontslaat haar.

Haar baan wil ze niet terug, wel eist ze bij de rechter een transitievergoeding, een schadevergoeding en een billijke vergoeding van 30.000 euro omdat zij niets heeft gedaan dat ontslag op staande voet rechtvaardigt. De rechter geeft de vrouw gelijk, maar acht als billijke vergoeding 5.000 euro voldoende.

Dat is te weinig, vindt de vrouw die in hoger beroep gaat. Volgens haar kan zij moeilijk aan ander werk komen gezien haar leeftijd, eenzijdige werkervaring en gebrek aan diploma’s. En bij een ongestoord dienstverband zou zij nog zeker tien jaar bij haar baas hebben gewerkt.

Dat acht het hof niet aannemelijk. Daar was de relatie tussen de vrouw en haar baas al te verstoord voor; een ontbindingsverzoek zou niet kansloos zijn. Het hof schat in dat de vrouw – gezien de arbeidsmarkt en haar werkervaring – „binnen niet al te lange duur” vergelijkbaar werk kan en zal vinden. De billijke vergoeding blijft staan op 5.000 euro.

Uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2019:13