‘Wij willen geen strijd van onze Koerdische broeders met Turkije’

Conflict over Syrische Koerden Turkije is kwaad op de VS omdat ze alsnog garanties eisen voor hun Syrische Koerdische bondgenoten. Dat zorgt ook in Istanbul voor spanningen.

In de wijk Tarlabasi, in Istanbul, woont een grote Koerdische gemeenschap.Foto’s Joris van Gennip
In de wijk Tarlabasi, in Istanbul, woont een grote Koerdische gemeenschap.Foto’s Joris van Gennip Foto Joris van Gennip

Tarlabasi, de oudste krottenwijk van Istanbul, ligt op vijf minuten lopen van de bekende winkelboulevard Istiklal, die als een slagader door het Europese centrum van de stad loopt. Maar Tarlabasi is een andere wereld. De wijk is een toevluchtsoord voor de armen en verschoppelingen: Koerden, zigeuners, migranten, criminelen en prostituees. Het is een lappendeken van leegstaande 19de eeuwse panden die rijp zijn voor de sloop, en goedkope, provisorisch gebouwde huizen. Overal zitten scheuren in de gevels en brokkelt het pleisterwerk af. Boven de nauwe, steile straatjes hangt de natte was aan een wirwar van lijnen te drogen.

De Koerd Hussein (41) woont al 32 jaar in Tarlabasi en hij maakt zich zorgen. „We hopen dat het conflict tussen Turkije en de Syrische Koerden niet escaleert”, zegt hij voor de deur van de Koerdische winkel Hevi (Hoop), die in de kleuren van de pro-Koerdische partij HDP is geschilderd. „Wij Turkse Koerden hebben geen probleem met de Turkse staat. Maar we willen niet dat onze Syrische broeders in conflict komen met Turkije. Want als het tot een oorlog komt, dan zullen de spanningen hier ook stijgen. De nationalistische sentimenten nemen nu al toe.” Om redenen van veiligheid wil hij niet met zijn achternaam in de krant.

Zes vragen over de in december aangekondigde terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië

De frictie tussen Turkije en de VS over de Syrische Koerdische gebieden resoneert ook binnen de Koerdische gemeenschap in Turkije. Hoewel er veel sympathie is voor de Koerdische zaak, wordt de Syrisch-Koerdische militie YPG lang niet door alle Turkse Koerden gesteund, net zo min als de PKK. De groep wordt door sommigen gezien als een marionet van de VS, een land waartegen de meeste Turken grote argwaan koesteren, of ze nu Koerd zijn of niet. Van Trumps dreigement met economische sancties liggen de meeste Turken niet wakker. De strijd tegen terrorisme is in hun ogen belangrijker.

Splijtzwam

Het nieuws over de Amerikaanse terugtrekking uit Syrië werd door de Turkse regering aanvankelijk juichend ontvangen. Want de Amerikaanse steun voor de YPG was een grote splijtzwam in de relatie met Turkije. De weg leek vrij voor een Turks offensief tegen de YPG, die gelieerd is aan de PKK en door Turkije wordt gezien als een terroristische organisatie.

Maar de Amerikanen willen dat de Turken hun rol overnemen in de strijd tegen IS, terwijl Turkije hun voormalige bondgenoten met rust laat. Daar voelt Ankara niets voor. Minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu zei dat Turkije doorgaat met zijn geplande offensief tegen de YPG, of de Amerikanen helemaal weg zijn of niet. „We zullen zelf besluiten over de timing en vragen niemand om permissie.”

President Trump twitterde zondag dat de Amerikaanse terugtrekking uit Syrië is begonnen – al kan het hele proces nog maanden duren. En hij dreigde de Turkse economie te „verwoesten als ze de Koerden aanvallen”. Daarmee reageerde Trump op de kritiek dat de terugtrekking neerkomt op verraad van zijn Koerdische bondgenoten.

Trump gaf geen details hoe hij de Turkse economie wil treffen, en zijn tweet leek zijn adviseurs te hebben verrast. Minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die momenteel door het Midden-Oosten reist om bondgenoten gerust te stellen over de Amerikaanse terugtrekking uit Syrië, verklaarde: „Dat moet u aan de president vragen (…) We hebben op veel plekken economische sancties ingevoerd, dus ik neem aan dat hij het over dat soort dingen heeft.”

Fatale vergissing

Cavusoglu beschreef de tweet van Trump als een „binnenlandse beleidsboodschap” aan zijn critici. „Je komt nergens door Turkije economisch te bedreigen. We hebben vaker gezegd dat we ons niet zullen laten afschrikken door welk dreigement dan ook. Strategische allianties moeten niet besproken worden via Twitter of andere sociale media.”

Dat weerhield Ibrahim Kalin, de buitenlandadviseur van Erdogan, er niet van om Trump op Twitter van repliek te dienen. „Meneer Trump, het is een fatale vergissing om de Syrische Koerden gelijk te stellen met de PKK, die op de Amerikaanse terreurlijst staat, en zijn Syrische tak PYD/YPG. Turkije vecht tegen terroristen, niet tegen Koerden. We beschermen Koerden en andere Syriërs tegen alle terreurdreigingen.”

Terug in Tarlabasi ontkent Hussein dat de YPG hetzelfde is als de PKK, ook al zijn er wel degelijk nauwe banden tussen beide groepen. „Hun troepen bestaan uit lokale mensen”, zegt Hussein. „De YPG heeft geen conflict met Turkije. Zelfs als ze een eigen staat zouden stichten, zouden ze Turkije niet aanvallen. De YPG vecht alleen tegen IS, die dankzij hen is gedecimeerd tot een kleine groep. Laat de YPG zich daarop richten.”

Hussein vindt dat de Amerikaanse troepen in Syrië moeten blijven om de Koerden te beschermen. „De Koerden in Syrië, Irak, Iran en Turkije vertrouwen op hen. Maar we vrezen dat ze ons in de steek zullen laten. Als de Amerikanen vertrekken, zal Turkije zeker een aanval lanceren. En dan kan het hier ook tot ongeregeldheden komen. Er wonen drie miljoen Koerden in Istanbul. Het is onmogelijk om Turken en Koerden van elkaar te scheiden.”

In de wijk Tarlabasi in Istanbul woont een grote Koerdische gemeenschap. Tekst loopt door onder de foto’s:

Foto Joris van Gennip
Foto Joris van Gennip
Foto Joris van Gennip

Sinds de burgeroorlog in de jaren tachtig en negentig, en de grote verstedelijkingsgolf, leven er meer Koerden in de grote steden dan in het zuidoosten. Ook Hussein arriveerde in die tijd. In de jaren tachtig verhuisde hij met zijn familie vanuit de overwegend Koerdische stad Mardin, in het zuidoosten, naar Istanbul. De burgeroorlog tussen het leger en de Koerdische terreurgroep PKK had het leven in het zuidoosten ontwricht.

Hussein vond werk in de textielindustrie. Veel Koerdische families in het zuidoosten sturen enkele kinderen naar de stad om te studeren en geld te verdienen. Maar de banden met de regio blijven vaak hecht. De kinderen sturen een deel van hun salaris naar huis en ze kunnen altijd op hen terugvallen.

De familie van Muslim komt uit een familie van grondbezitters uit Sanliurfa, een overwegend Koerdische stad in het zuidoosten. Hij verhuisde acht jaar geleden naar Istanbul om te studeren: openbaar bestuur aan de Zakaria Universiteit. Nu is hij werkloos en leeft hij van het geld dat zijn familie verdient met het verpachten van grond. „Ik heb niet veel nodig. Maar ik heb absoluut geen zin om terug te gaan. Ik hou van Istanbul.”

Muslim zit aan het Taksimplein in een Simit Sarayi, een zaak waar thee en simit (Turkse bagel met sesamzaad) wordt verkocht. Hij denkt dat het niet tot een conflict komt tussen Turkije en VS. „De VS kunnen wel een compromis vinden dat acceptabel is voor Turkije en de Syrische Koerden”, zegt hij terwijl hij over Taksim tuurt naar de moskee in aanbouw. „Turkije moet de rol van de VS overnemen in de strijd tegen IS. Want anders ontstaat er een vacuüm en zullen ze op de langere termijn weer een bedreiging vormen. Maar we moeten ons niet in de interne aangelegenheden van Syrië mengen.”

Solidair

Verderop zit Halim Özer (64), oud-directeur van een bedrijf dat bussen produceerde. „Je moet die terreurgroepen tot de laatste man bestrijden”, zegt hij. „Anders blijven ze je achtervolgen.”

Özer vertolkt het nationalistische geluid. Hij citeert twee keer een klassieke nationalistische leus. „Een Turk is de hele wereld waard.” En: „Zoals Atatürk zei: vrede in huis, vrede in de wereld.” Dat laatste was decennialang het leidende principe van het Turkse buitenlandbeleid. Maar daar heeft de oorlog in Syrië verandering in gebracht. Özer vindt het geen probleem dat Turkse troepen in Syrië vechten. „Het gaat om het bestrijden van terrorisme en het beschermen van de Syriërs tegen de slager Assad.”

Özer vertelt dat hij als dienstplichtig militair heeft deelgenomen aan de operatie in Cyprus. „De lokale bevolking moest aanvankelijk niets van ons hebben. Maar nu, na 42 jaar, is er vrede en welvaart. In Syrië moet hetzelfde gebeuren. Als er vrede was in Syrië, dan zouden er niet 3,5 miljoen Syriërs in Turkije zitten.”

„Ik heb een zwakke plek voor de Syriërs.” Özer eet elke avond met Syrische vluchtelingen: „Ik ben vrijwilliger bij een organisatie die maaltijden verzorgt. We moeten solidair zijn met de Syriërs.”

    • Toon Beemsterboer