Opinie

Von Triers geweld is niet lekker

Coen van Zwol Alle slechte recensies ten spijt, Coen van Zwol zat op het puntje van zijn stoel bij ‘The House That Jack Built’, de nieuwe Von Trier.

Coen van Zwol

Arme Lars von Trier. Was hij echt blij met die uittocht bij de galapremière van The House That Jack Built in Cannes? Of deed hij stoer? Geen ware kunst zonder rel, lijkt zijn motto. Provocatiedrang die grenst aan masochisme.

Von Triers kunst is uit lijden geboren, en wat doen ze hem weer pijn. The New York Times hoopt hem keihard te raken door zijn seriemoordenaarsfilm saai te noemen. De nuffige wegwuiftoon is stuitend: talk to the hand, Lars. In NRC hield collega Dana Linssen het, veel sterker beargumenteerd, eveneens op „saai, op het zinloze af”.

Wel, ik zat zojuist opnieuw gefascineerd op het puntje van mijn stoel, nu met mijn verblufte echtgenote en dochter. Een beetje gemeen was dat wel: mijn dochter was een „lekkere seriemoordenaarsfilm” voorgespiegeld.

Want dat zijn seriemoordenaars toch? Lekker. ‘Slashers’ die lammetjes offeren op het altaar van het kwaad. We huiveren bij het demonisch genie dat volgens een door trauma geïnspireerde meesterplan kunstwerken kerft uit mensenvlees. ‘John Doe’ die in Se7en (1995) de zeven doodszonden omzet in morbide stillevens, Hannibal Lecter die paté serveert van mensenlever. In tv-serie Hannibal wordt die ‘body art’ grotesk, met totempalen en mozaïeken van lijken. Daar past Jacks stulpje van bevroren lijken toch wel tussen?

Nee dus, we willen lékker huiveren. Geweld als catharsis, als tijdelijke uitdrijving van onze angst voor dood en pijn. Vroeger ging je daarvoor naar de openbare executie, daar stal de beul de show. Nu bestraft de seriemoordenaar op zijn filmschavot onze zonden en bevestigt zo de moraal. Als zijn geweld ons niet geruststelt, zijn we gepikeerd.

The House That Jack Built houdt die cinematografische doodscultus kritisch onder de loep. En ons. En Lars von Trier. Het is een verontrustend filmessay: Jack is niet een moordenaar, hij is dé moordenaar. De impulsmoordenaar die ontploft als een vrouw hem een watje noemt. De hijgerige amateur, de lustmoordenaar, de massamoordenaar, de kil calculerende architect van vleessculpturen, Mr. Sophistication.

Voor zover Jack al een personage is, blijkt dat een steriele psychopaat en vrouwenhater: moord blijft een mannenhobby. Zijn daden krijgen reliëf in een continu debat tussen Jack en Vergilius, die samen in Dantes Hel afdalen – Flegethon wacht, de rivier van kokend bloed. Het is een zelfonderzoek over kunst als schepping en destructie. Zijn Hitlers iconen niet veel indrukwekkender dan die van Gandhi? Is kunst geweld of zoekt kunst betekenis in lijden, als Goethes eik die middenin concentratiekamp Buchenwald stond?

Von Triers geweld is niet lekker. Hij daagt ons uit te lachen zodat we ons schamen. Dat Jack absurd veel geluk heeft – zijn vriendin mag gillen wat ze wil, niemand luistert toch – reflecteert niet zozeer een sadistisch universum, maar onze medeplichtigheid. Jack moet eerst wel haar borsten amputeren. Zijn kunstwerk moet af.

The House That Jack Built bevat meer prikkelende ideeën dan de honderd films die ik daarvoor zag tezamen. Wegwuiven helpt even, maar de kritiek is er nog lang niet klaar mee.

Coen van Zwol is filmrecensent.