Opinie

Spoken bestaan niet, ook dat van het cultuurmarxisme niet

De theorie van het cultuurmarxisme is obscuur en niet wetenschappelijk, schrijft in reactie op Maarten Boudry. „Waarom zeg je niet gewoon dat je tegen links bent?”

Illustratie Anne van Wieren

Het debat over cultuurmarxisme wordt volgens Maarten Boudry ‘verziekt’ door er constant Adolf Hitler en Anders Breivik bij te halen (Het spook van de cultuurmarxisten bestaat, 12/1). Boudry definieert cultuurmarxisme als een marxistische manier van denken, waarin de samenleving opgedeeld wordt in onderdrukkers en onderdrukten, en dan niet in economische, maar in bredere, culturele zin. Critici die niets in het begrip zien, maken zich er te gemakkelijk van af door „enkel de meest aangebrande of idiote critici van het cultuurmarxisme te fileren.” Want laten we wel wezen, zo gaat hij verder, „als we alle concepten gaan afschaffen waarmee fanatici aan de haal zijn gegaan, zijn we nog lang niet thuis.” Het concept ‘neoliberalisme’ wordt bijvoorbeeld gebruikt door de terreurgroep FARC. Is dat dan een reden om het uit ons vocabulaire te schrappen?

Lees hier het opiniestuk van Maarten Boudry: Het spook van de cultuurmarxisten bestaat

Natuurlijk niet. Neoliberalisme en cultuurmarxisme zijn twee volstrekt onvergelijkbare concepten. In de eerste plaats omdat er wel zelfverklaarde neoliberalen zijn, maar geen zelfverklaarde cultuurmarxisten. Het neoliberalisme is een specifiek project, opgezet door een specifieke groep mensen die boeken volschreven over een specifieke economie en staatsvorm, en ze noemden dat ‘neoliberalisme’. Aan de andere kant is er nog nooit iemand in de geschiedenis geweest die zichzelf ‘cultuurmarxist’ noemde en die zelf uitlegt wat hij daarmee bedoelt. Het zijn altijd de tegenstanders van deze zogenaamde stroming die het anderen toeschrijven – en juist daarin ligt het complottheoretische element verscholen.

In de tweede plaats is de vergelijking tussen neoliberalisme en cultuurmarxisme onzin omdat cultuurmarxisme niet zozeer misbruikt wordt door extremisten (zoals met het neoliberalisme het geval is), maar ontworpen is door extremisten: het waren de nazi’s die voor het eerst spraken over ‘joodsbolsjewisme’, een voorloper van de term cultuurmarxisme, en het waren niet verwonderlijk allerlei antisemieten die daar later mee aan de haal zijn gegaan. Dit is volstrekt anders in het geval van het neoliberalisme: die term is ontworpen door serieuze theoretici, en is later misbruikt door extremisten.

Waarom maak je het jezelf zo moeilijk door zo’n obscure theorie af te stoffen?

Wat anti-cultuurmarxisten als Boudry doen is redden wat er te redden valt: we nemen een extremistische complottheorie, proberen het extremistische element eruit te halen, zetten hem vervolgens in om bepaalde ‘trends’ mee te beschrijven, en bekritiseren iedereen die simpelweg wijst op de historische wortels van het begrip. Maar de vraag is: waarom zou je überhaupt het concept cultuurmarxisme willen gebruiken? Waarom zeg je niet gewoon dat je tegen links bent? Of tegen identiteitspolitiek? Of tegen activisme? Waarom maak je het jezelf zo moeilijk door zo’n obscure theorie op te duiken en het met alle macht proberen af te stoffen?

De rechtse bestrijders van het vermeende cultuurmarxisme verbeelden zich een ondeelbare, monolithische linkse politieke stroming die is doorgedrongen tot alle culturele en politieke instituties, van de universiteiten tot de musea, van de parlementen tot de media, en dat ze vanuit die instellingen een marxistische en politiek-correcte cultuur aan de samenleving opleggen. Rechtse denkers kunnen zichzelf zo als slachtoffer opstellen: onze ideeën worden systematisch gecensureerd door de linkse media, en bovendien wordt en passant de westerse cultuur vernietigd. Maar wat is hier van waar? Hoeveel linkse kabinetten hebben we de afgelopen honderd jaar gehad? Hebben we juist niet zien gebeuren dat sinds de opkomst van Fortuyn en later de PVV de gehele politiek zich naar rechts heeft opgeschoven?

Het woord cultuurmarxisme heeft de afgelopen jaren een sterke opleving meegemaakt. Zoals wel meer radicaal-rechtse taal wordt ook dit begrip langzamerhand genormaliseerd. Maar dat mag niet gebeuren. In het dagelijks gebruik van het woord heeft het duistere connotaties en geen enkele betrekking op de politieke en sociale werkelijkheid. En wetenschappelijk gezien is het een empirisch lomp, ruw en stompzinnig concept. In de sociale wetenschappen zien we er dan ook geen opleving van, daar wordt het volledig genegeerd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.