Sommigen kunnen Gaspar Noés bloed wel drinken

Gaspar Noé De Franse regisseur vertelt geen verhalen: zijn films zijn indringende ervaringen die je keel dichtknijpen en je darmen in een kronkel leggen.

Gaspar Noé, de kwajongen van de Franse cinema.
Gaspar Noé, de kwajongen van de Franse cinema. Foto Martin Bureau

Gaspar Noé is al 55 jaar, en toch nog altijd de kwajongen van de Franse cinema. Deels ligt het aan zijn briljante, schokkende films: nu weer dansinferno Climax. Maar vermoedelijk nog meer aan de verregaande braafheid van de huidige Franse cinema, grootsteeds, burgerlijk, beschaafd en bejaard. ‘Le cinéma de papa’ heeft gewonnen, zeker ook bij het ooit zo rebelse filmblad Cahiers du Cinéma, waar men Noés bloed wel kan drinken.

Gaspar Noé, zoon van de bekende Argentijnse schilder Luis Felipe Noé, leefde in Buenos Aires en New York voor zijn ouders in 1976 neerstreken in Parijs – misschien maakt dat hem tot zo’n outsider in de Franse filmwereld. Na zijn studie aan de École Nationale Supérieur Louis Lumière timmerde hij in 1991 aan de weg met Carne, een film van 40 minuten over een paardenslager die wraak neemt op de vermeende verkrachter van zijn autistische dochter.

Lees ook het interview met Gaspar Noé over zijn nieuwe film: ‘Climax kun je maar het best zien als een komedie’

Geldschieters stonden bepaald niet in de rij toen Noé dat wilde uitwerken in Seul contre tous, zijn speelfilmdebuut van 1998. Door geldgebrek deed hij er bijna drie jaar over, een lening van mode-icoon Agnes B. hielp de film pas over de streep. Het is een helletocht door de onderbuik van een ploerterig, onverschillig en lelijk Frankrijk door de ogen van een eenzame slager die vloekt en raast als Louis-Ferdinand Céline, niet toevallig Noés literair idool. Keiharde muziek, pulserende letters, epigrammen en shockeffecten – Noés handelsmerk – hielden de kijkers wakker, en vlak voor de finale telde Noé, in de geest van B-filmer en gimmickmeester William Castle, zelf af om weekhartige kijkers tijd te geven de zaal te verlaten. Waarna de slager zijn eigen dochter niet vermoordt maar slechts misbruikt – in zijn context bijna troostrijk.

Seul contre tous was een schandaalhit, Noé plots voorman van de ‘nouvelle violence‘, een Frans trendje van gitzwarte humor, extreem geweld en expliciete pornografie. Die reputatie bevestigde hij in 2002 met het polariserende Irréversible, een achterstevoren verteld relaas van een man die in de helse nachtclub Le Rectum gruwelijk wraak neemt op de even gruwelijke – en negen minuten lange – verkrachting van zijn vrouw in een voetgangerstunnel. Irréversible, met zijn wentelcamera, zoemgeluiden op 27 Herz en stroboscoopeffecten, maakte veel kijkers misselijk.

Opvolger Enter the Void (2009) liet lang op zich wachten: Noé maakt ook graag korte films en experimenten, zoals een poging kijkers via televisie te hypnotiseren. Deze lange doodstrip in fel neon die de laatste seconden in het desintegrerende brein van een stervende drugsdealer in Tokio verbeeldt, werd door zijn Franse haters in Cannes met het inmiddels gebruikelijke boegeroep ontvangen. Love (2015) – een 3D-film over een relatie die verloedert door drugs en seksuele experimenten – werd daarentegen wat schouderophalend ontvangen, een close-up van een ejaculerende penis die het publiek in het gezicht sproeit ten spijt. Dat ‘cumshot’ was echt ejaculaat, verzekert Noé, aangelengd met digitaal voorvocht.

Verrassend positief ontvangen

Afgelopen mei kondigde Noé in stijl zijn mysterieproject Climax in Cannes aan met opvallende rood-zwarte posters. ‘You Despised I Stand Alone. You Hated Irreversible. You Loathed Enter the Void. Now Try CLIMAX.’ Daaronder Noé die grijnzend proost met een glas sangria. Sangria met lsd, weten wij nu.

Climax krijgt een verrassend positieve pers. Erkennen zelfs zijn vijanden nu eindelijk zijn genie? Het is namelijk al te gemakkelijk Gaspar Noé weg te zetten als cynisch exploitant van seks en geweld ‘pour épater le bourgeois’. Er zit een visie achter. Noé vertelt geen verhalen: zijn films zijn ‘high concept’, je vat ze in anderhalve zin samen. Het zijn eerder ervaringen die je keel dichtknijpen en je darmen in een kronkel leggen. Die je door elkaar schudden.

Voor meer over het programma, de films en de makers op het Internationaal Film Festival Rotterdam 2019, zie dossier IFFR 2019

Zelf verwees Noé in mei instemmend naar een profiel op de site Senses of Cinema van 2011. Dat plaatst hem in de traditie van ‘le cinema des attractions’, een term die teruggrijpt op een essay uit 1923 van Sergej Eisenstein. Die cinema bestrijdt ‘onderdompeling’: je publiek in de bioscoop laten wegdoezelen in identificatie met held en avontuur. ‘Le cinema des attractions’ schopt je steeds uit je sluimer, zoals Noé met zijn dreunbeats, pulserend neon en abrupte shocks. Het resultaat is een alert soort vervreemding, een argwanende trance: je zet je mentaal continu schrap. En zo spoel je landinwaarts in Gaspar Noés tsunami.