‘Onafhankelijk WODC geen prioriteit’

WODC Ambtenaren probeerden onderzoek te beïnvloeden om op politiek wenselijke conclusies uit te komen. De gevolgen kunnen groot zijn.

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie staat de pers te woord over het oordeel van een onderzoekscommissie over het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum.
Minister Ferd Grapperhaus van Justitie staat de pers te woord over het oordeel van een onderzoekscommissie over het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum. Foto Remko de Waal

Onderzoeksvoorzitter Marc Hertogh haalt dinsdag tijdens een persconferentie in perscentrum Nieuwspoort een voorbeeld aan van 14 maart 2018. Die dag verstuurde het ministerie van Justitie en Veiligheid een persbericht met de ronkende kop: ‘Gerichte aanpak high impact crimes leidt tot daling recidive’. Dat zou blijken uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), het onderzoeksinstituut van het departement.

Alleen concludeerden de onderzoekers dat helemaal niet, zegt Hertogh, recht de zaal in kijkend. „Onbegrijpelijk.”

En dat terwijl drie maanden eerder de WODC-affaire aan het licht was gekomen. Ambtenaren van het departement hadden rapporten over softdrugsbeleid zó gemanipuleerd dat er politiek wenselijke conclusies uitkwamen, bleek uit onderzoek van het tv-programma Nieuwsuur. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) kondigde direct drie onderzoeken aan om duidelijk te krijgen wat er gebeurd was, hoe de klokkenluider die de zaak intern had gemeld was behandeld, en of het WODC wel zo onafhankelijk kan werken als de bedoeling is.

Ruim een jaar lang onderzocht de Groningse hoogleraar rechtssociologie Marc Hertogh of en hoe het WODC daadwerkelijk onafhankelijk kan werken binnen het departement. De conclusie van dat onderzoek is hard: de onafhankelijkheid is „geschaad”. Ambtenaren van het ministerie proberen regelmatig om wetenschappelijke onderzoeken te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door tijdens het onderzoek de vragen en methoden te veranderen of door achteraf de conclusies te herschrijven.

Veelzeggend voorbeeld

Het voorbeeld uit maart vorig jaar – het persbericht van het ministerie – is volgens Hertogh veelzeggend. Ondanks alle schandalen die de laatste jaren aan het licht kwamen en ondanks alle goede bedoelingen om tot een ‘cultuurverandering’ te komen, „gebeurt er nog te weinig”. Hertogh: „Ik ben er nog niet van overtuigd dat de onafhankelijkheid van het WODC voldoende prioriteit heeft.”

Kamerlid Michiel van Nispen (SP), als enige parlementariër aanwezig bij de presentatie, zegt: „We dachten dat we hun werk konden vertrouwen.” Daarmee raakt hij de kern: tot voor kort hadden de rapporten van het WODC een bijna onaantastbare status binnen de Tweede Kamer. Als er twijfel was over de effecten van beleid, kon naar WODC-onderzoeken worden gewezen worden. Die lieten zien wat écht werkte, was het idee.

De consequenties van het dinsdag gepresenteerde rapport kunnen verreikend zijn. Hoeveel beleid is opgesteld met mogelijk foutief WODC-onderzoek als wetenschappelijke basis? En wat zijn dáár dan weer de gevolgen van? Is de Tweede Kamer om de tuin geleid met onderzoeken die politiek wenselijke conclusies kregen?

Grotere afstand

Minister Grapperhaus zal zich binnenkort in de Tweede Kamer moeten verantwoorden. Dinsdag kondigde hij al aan dat WODC op grotere afstand komt te staan. Fysiek, door een verhuizing, weg uit het departement. En mentaal, ambtenaren die beter „de grens” moeten kennen over wat „collegiaal advies” is en wat „oneigenlijke beïnvloeding”. Ook komt er een nieuwe directeur.

Voor „grootschalige beïnvloeding” hebben Hertogh en zijn drie mede-onderzoekers geen bewijs gevonden. Het was ondoenlijk om alle ruim zestienhonderd onderzoeken van het WODC de afgelopen achttien jaar door te lichten, zegt Hertogh. Bij ten minste 25 onderzoeken was sprake van „pogingen tot oneigenlijke beïnvloeding”. Welke onderzoeken dat zijn, wordt uit het rapport niet duidelijk.

Vier rapporten zijn wel nader onderzocht. Het gaat om onderzoeken naar de effecten van politiek gevoelige dossiers: de verhoging van het griffierecht, het opsporen van terroristen, het opslaan van belgegevens, en het inreisverbod voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Niet altijd was de beïnvloeding „ondeuglijk”, dan hadden de onderzoekers iets aan de opmerkingen van ambtenaren. Maar soms ging het verder en waren onderzoekers „huiverig om citaten van respondenten” op te nemen.

Lees ook het interview met WODC-klokkenluider Marianne van Ooyen

Een schuldige of oorzaak wijst Hertogh niet aan. Geen ministers, die als hoofd van het ministerie wellicht politiek gevoelige conclusies wilden vermijden. Geen topambtenaren, die voor een cultuur kunnen zorgen waarin zulke sturing geaccepteerd is. Hertogh: „De geschade onafhankelijkheid komt niet alleen door individuen, maar vooral door structurele oorzaken.” Wellicht, suggereerde Hertogh dinsdag, zijn het soms gewoon „overenthousiaste ambtenaren die denken de bewindspersoon een dienst te bewijzen”.

Een verklaring, denkt Hertogh: „Justitie is de afgelopen achttien jaar steeds politieker geworden. Die dynamiek zie je ook terug in de rol van WODC-onderzoek.” Het persbericht uit maart staat overigens nog online.

    • Mark Lievisse Adriaanse