Nederland gaat stug verder met het voorkomen van een Brexit-chaos

Voorbereidingen De Nederlandse voorbereidingen op de Brexit gaan onverminderd door. Het motto: hoop op het beste, reken op het ergste.

Nu de deadline van Brexit met rappe schreden nadert – premier Rutte sprak vrijdag van „een bal die naar het ravijn rolt” – worden de consequenties snel veel minder abstract dan tot nu toe vaak het geval was.
Nu de deadline van Brexit met rappe schreden nadert – premier Rutte sprak vrijdag van „een bal die naar het ravijn rolt” – worden de consequenties snel veel minder abstract dan tot nu toe vaak het geval was. Foto Toby Melville/Reuters

Bij zo’n 45.000 in Nederland woonachtige Britten viel hij de afgelopen dagen op de mat: de Brexit-brief van de IND, waarin ze worden gewezen op hun toekomstige rechten en plichten. „Op 29 maart zal het VK de EU verlaten”, schrijft de Nederlandse immigratie- en naturalisatiedienst op beleefde, maar zakelijke toon. „Vanaf dat moment bent u geen EU-burger meer.”

Het pijnlijke nieuws: de Britten zullen een verblijfsvergunning moeten aanvragen. Het goede: ze krijgen daar de tijd voor, vijftien maanden, en worden ook vrijgesteld van de normaliter verplichte inburgeringscursus voor burgers uit derde landen.

Nu de deadline van Brexit met rappe schreden nadert – premier Rutte sprak vrijdag van „een bal die naar het ravijn rolt” – worden de consequenties snel veel minder abstract dan tot nu toe vaak het geval was. Niet alleen voor Britse burgers hier, ook voor het Nederlandse bedrijfsleven. Samen met Duitsland en Ierland behoort Nederland tot de EU-landen die het meest te verliezen hebben bij een Brits vertrek.

Maandag spoorde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de kweeksector opnieuw aan om zich schrap te zetten. „Voorkom verrassingen”, aldus de oproep. „Want als na de Brexit ergens een knelpunt ontstaat in de keten van verse producten, kan dit gevolgen hebben voor alle betrokken partijen.” „Dan zijn we de sjaak”, onderstreept een ondernemer in een speciaal voor de kwekers gemaakt YouTubefilmpje.

Brexitloket

De Nederlandse Brexit-voorbereidingen gaan onverminderd door. Hopen op het beste, voorbereiden op het ergste, luidt al maanden het onofficiële devies, en de stemming dinsdagavond in het Britse parlement verandert daar weinig aan. Een ordelijke Brexit, op basis van afspraken tussen EU en VK, heeft uiteraard de voorkeur: dan begint op 29 maart een overgangsperiode van 21 maanden. Maar denken dat een ‘No Deal-scenario’ wel voorkomen zal worden is onverstandig, zo valt te lezen op het online ‘Brexit-loket’ van de overheid. „Hoe dan ook wordt het VK een land buiten de EU, en daar kunt u zich op voorbereiden.” Nu al.

Ook minister Bruno Bruins (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) houdt rekening met het ergste, schrijft hij dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer over „de verstoring van de leveringszekerheid” van Britse medicijnen. Voor kritieke geneesmiddelen zal bij een harde Brexit daarom tijdelijk een ontheffing worden verleend, zodat ze toch nog ingevoerd kunnen worden. De minister laat bovendien onderzoeken of er elders in de wereld alternatieven op de markt zijn, mocht de import vanuit het VK vastlopen. Farmaceutische producten zijn goed voor 7 à 10 procent van de totale goederenimport uit het VK. Naar schatting de helft daarvan is bestemd voor Nederland zelf.

In de Tweede Kamer woedt intussen rondom Brexit een staatsrechtelijk debat: hoeveel macht en handelingsvrijheid moeten ministers krijgen als er eind maart chaos uitbreekt en er bijvoorbeeld veewagens vast komen te staan aan de Britse grens?

Noodwet

In november vorig jaar kwam de regering met een voorstel voor een noodwet, waarmee besluiten genomen kunnen worden zonder toestemming vooraf van de Tweede Kamer. Hierop kwam meteen veel kritiek. Hoogleraren zeiden tijdens een hoorzitting in de Kamer dat de noodwet te ver gaat en zelfs strijdig is met de grondwet.

Lees ook: Regering wil meer macht tijdens Brexit

Onder druk kwam de regering met aanpassingen: zo zouden eventuele noodmaatregelen toch van tevoren aangemeld moeten worden, minstens twee weken, om de Kamer toch iets van een mogelijkheid te geven om in te grijpen. Maar de Kamer eist extra garanties: de maatregelen mogen maximaal een halfjaar van kracht zijn en moeten binnen tien weken alsnog door de Kamer worden goedgekeurd. Volgende week is hierover mogelijk een debat.