Minister Bruins: ‘We kunnen maar kleine stapjes zetten bij de grote farmaceuten’

Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins is hard voor farmaceuten en hun dure medicijnen. Maar zijn strijd tegen de industrie verloopt moeizaam. „Je kunt niet rekenen op overnight succes bij de fabrikanten.”

‘Waanzin”, „maatschappelijk onaanvaardbaar”, „misbruik”, „absurde prijzen”, „way out”. Het zijn kwalificaties van minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) na verschillende gevallen van medicijnfabrikanten die nieuwe geneesmiddelen voor veel geld aanbieden en de prijs van bestaande middelen sterk verhoogden. Om de uitgaven aan dure geneesmiddelen, nu 2,5 miljard euro per jaar, niet verder te laten oplopen, kondigde Bruins vorig jaar aan dat hij „de grens” zou opzoeken in onderhandelingen met fabrikanten. Ook dreigde hij „de spelregels te veranderen”.

Zijn strijd tegen de hoge prijzen van fabrikanten verloopt moeizaam, erkent Bruins in zijn werkkamer op het ministerie. „Mijn belang is dat van de patiënt die moet kunnen rekenen op geneesmiddelen. Daar doe ik het voor. Maar het is een uphill battle; je kunt niet rekenen op overnight succes bij de fabrikanten. Daarvoor zijn de commerciële belangen te groot. We kunnen maar kleine stapjes zetten.”

Zo’n stap is dat Bruins deze woensdag de opening verricht van de nieuwe bereidingsruimte in de apotheek van Paul Lebbink. De Haagse apotheker heeft aangekondigd Orkambi tegen taaislijmziekte te gaan namaken voor een veel lagere prijs dan fabrikant Vertex. Dat de minister hem steunt, kan worden gezien als een symbolische schouderduw tegen de industrie.

NRC volgde Paul Lebbink in het jaar dat zijn nieuwe bereidingsruimte werd gebouwd. Dit is zijn verhaal.

Een andere stap zette Bruins vorige week, door een gesprek te voeren met de Zwitserse fabrikant Novartis, zoals hij dat eerder ook deed met andere fabrikanten. Novartis heeft, zo onthulde het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, een gepatenteerd middel tegen kanker meer dan vijf keer zo duur gemaakt.

Heeft Novartis de gevraagde uitleg gegeven?

„Op het ministerie hebben de commercieel directeuren van een dochteronderneming van Novartis verteld over de geschiedenis van hun product, maar ze konden niet precies duidelijk maken welke kosten zijn gemaakt. Ik heb hun gewezen op de noodzaak van matiging en transparantie.”

We hebben in Nederland recht op goede medicijnen voor redelijke prijzen, voor de patiënt van nu en de patiënt van morgen. Voor patiënten van wie we de ziektes nog niet kennen, of voor ziektes waarvoor we de geneesmiddelen nog niet kennen. De waarde van een mensenleven is oneindig, zeker als je dat mens kent. Maar ons budget voor zorg is niet oneindig. Om de zorgkosten te beteugelen zullen alle partijen hun bijdrage moeten leveren, ook fabrikanten. De managers die hier waren moeten het verhaal van Nederland vertellen aan hun big bosses.”

Komt er volgende keer een big boss naar Nederland?

„Dat weet ik niet, dat is wat ik wil. Dit is niet af! Voorlopig praat ik met de bestuurders van bedrijven, maar misschien moeten we ook eens naar hun aandeelhouders gaan, hun raden van commissarissen, misschien zelfs naar investeerders. We zijn hier niet snel klaar mee, maar u mag van mij vasthoudendheid verwachten.”

Kunt u in gesprekken wel iets afdwingen?

„Afdwingen is moeilijk. Partijen zijn wel bereid te onderhandelen over de prijs van hun medicijnen, maar alleen vertrouwelijk. Dat wil ik natuurlijk niet. Maar als ik openheid eis, dan komt de farmaceut niet aan tafel – terwijl ik wel wil dat ze aan tafel komen, voor de patiënt. Daar zit de spanning. Want als die farmaceut zegt: ik lever niet meer in Nederland, dan heb ik een heel ander probleem. De bereidheid van partijen om middelen hier op de markt te brengen, moet gegarandeerd blijven.”

Ondergraaft die wens, onze bereidwilligheid te betalen, niet onze onderhandelingspositie?

„U stelt de vraag. Als u een beter antwoord heeft, dan hoor ik het graag. Dit is de spanning die ik voel. Of ik nu met een patiënt, een patiëntenvereniging of met een farmaceut aan tafel zit. Ik wil matiging van prijzen maar ook fabrikanten ruimte laten houden voor innovatie.”

Innovatie is een argument dat bedrijven vaak gebruiken om hun prijzen te rechtvaardigen, maar volgens critici zijn sommige geneesmiddelen helemaal niet zo innovatief.

Een voorbeeld daarvan is het veertig jaar oude middel CDCA, dat door Leadiant werd geregistreerd als ‘weesgeneesmiddel’ voor een zeldzame aandoening. Leadiant kreeg daarmee tien jaar een monopolie (‘marktexclusiviteit’) onder de Europese wetgeving voor weesgeneesmiddelen en verhoogde de prijs. Een pil die ooit 0,28 euro per stuk kostte, kost nu 140 euro.

Uit deze reconstructie van NRC bleek dat het medicijn CDCA door de fabrikant veel duurder was gemaakt.

Was dat innovatie?

„De Europese wetgeving maakt het mogelijk om investeringen terug te verdienen, ook als de groep patiënten klein is. Ik heb Leadiant hier aan tafel gehad en ik heb gevraagd wat ze hadden geïnvesteerd. Laat maar zien! Dat is niet gebeurd. Moet je dan wel tien jaar marktexclusiviteit hebben, zoals volgens de EU-regels nu gebeurt? Daarom wil ik na de Europese verkiezingen de thema’s transparantie en redelijke prijs op de agenda van de nieuwe Europese Commissie zetten. Je krijgt die tien jaar marktexclusiviteit als je echt kunt aantonen dat je zoveel hebt geïnvesteerd in een medicijn – en zoveel jaren nodig om hebt om het te terug te verdienen. Maar waar exclusiviteit niet nodig is, moet je paal en perk stellen. Daarvoor wil ik na de Europese verkiezingen samen met België, Luxemburg, Ierland en Oostenrijk pleiten voor de nieuwe Europese Commissie.”

En hoe dwing je dan bijvoorbeeld af dat bedrijven transparant zijn over de prijsopbouw van hun middelen?

„Ik zie steeds een drietrapsraket voor me: het Europese spoor afwandelen, met de farmaceut aan tafel gaan en steun bieden aan magistrale bereiding.”

‘Magistrale bereiding’ is het maken van geneesmiddelen door een apotheek.

De ontwikkeling en productie van nieuwe geneesmiddelen gebeurt al decennia door (grote) fabrikanten, maar apothekers passen die geneesmiddelen voor individuele patiënten vaak aan – bijvoorbeeld door een migrainemiddel dat alleen in pillen verkrijgbaar is te bereiden als een zetpil. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heeft in een rapport van november 2017 aanbevolen om magistrale bereiding ook te gebruiken om apothekers goedkoper medicijnen te laten maken.

Het AMC (nu: Amsterdam UMC) heeft dat gedaan met het middel CDCA, maar werd teruggefloten door de Inspectie Jeugd en Gezondheid nadat een kleine onzuiverheid in het middel was gevonden. Apotheker Paul Lebbink wil hetzelfde gaan doen met Orkambi en rekent op rechtszaken door de fabrikant, die geraakt zou worden in de portemonnee.

Lees ook: waarom het AMC besloot een dure pil zelf te gaan maken. En: hoe het verkeerd afliep.

Is de opening van de bereidingsruimte in de apotheek een politiek statement?

„Eehhhh, nee, maar hij kwam al eens langs in Eerste Kamer-debatten over dure medicijnen: een apotheker die zijn nek wil uitsteken met magistrale bereiding. Ik vind het in algemene zin prima als een apotheker magistrale bereidingen wil doen. Niet alle apothekers kunnen het, niet alle medicijnen zijn ervoor geschikt. Maar ik wil graag de regels rond magistrale bereiding verduidelijken en heb daarvoor een Kamerbrief in de pen.”

Magistrale bereiding mag alleen voor de eigen patiënten. Het AMC riep daarom patiënten in het hele land op klant te worden bij zijn apotheek. Volgens de Inspectie mocht dat ook. Wat zegt u?

„Dat is dus iets waar duidelijkheid over moet komen. Daar werk ik aan.”

Fabrikanten zullen naar verwachting juridische procedures beginnen tegen apothekers. Kan het ministerie daar geen hulp bieden?

„Nee, dat kunnen we niet. Er is wetgeving in dit land, daar moeten we ons allemaal aan houden, ook de apotheek. Maar hopelijk zal mijn brief duidelijker maken wat apotheken wel en niet mogen. Magistrale bereiding kan bij het matigen van de prijzen helpen op de kortere termijn.

De Europese trajecten lopen altijd jaren. En wat gesprekken met de farmaceut betreft, verwacht ik niet dat die in een uurtje omgaan. Maar ik weet zeker dat de gesprekken uiteindelijk verder dragen dan deze tafel. Er wordt naar Nederland gekeken, want hier komen veel nieuwe medicijnen op de markt. En er is een mondige bevolking. In dit debat zijn we een frontrunner, ook voor farmaceuten.”