Justitie-ambtenaren beïnvloeden WODC-onderzoek

Beïnvloeding De onafhankelijkheid van onderzoeksinstituut WODC is „geschaad” door pogingen van ambtenaren onderzoek te beïnvloeden, concludeert een onderzoekscommissie.

Omslag van een eerder onderzoek naar de WODC-affaire.
Omslag van een eerder onderzoek naar de WODC-affaire. Foto: Remko de Waal

Ambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid proberen „regelmatig” onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) te beïnvloeden. Ruim een kwart van de WODC-onderzoekers heeft de afgelopen twee jaar met zulke „ongewenste beïnvloeding” te maken gehad. Dat concludeert de commissie die ambtelijke beïnvloeding van het onderzoekscentrum door Justitie onderzocht in een dinsdag verschenen rapport.

Vooral bij onderzoek naar politiek gevoelige onderwerpen zouden ambtenaren van Justitie proberen om onderzoek te beïnvloeden, bijvoorbeeld door tijdens lopend onderzoek de vragen of methoden te veranderen, of door na afloop de conclusies te willen aanpassen. Onder meer bij onderzoeken naar de verhoging van het griffierecht, het opsporen van terroristen, het opslaan van belgegevens en het inreisverbod voor uitgeprocedeerde asielzoekers zouden ambtenaren te veel invloed gehad hebben. Van „grootschalige beïnvloeding” is volgens de onderzoekers echter geen sprake.

Dat komt vooral door de weerstand van onderzoekers tegen zulke pogingen, niet doordat de onafhankelijkheid van het WODC binnen het ministerie voldoende is gewaarborgd, stellen de onderzoekers. Een protocol dat in 2016 is ingesteld om pogingen tot beïnvloeding tegen te gaan is niet concreet genoeg. Eerder noemde minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) dat protocol juist als bewijs dat het WODC voldoende onafhankelijk was van het ministerie.

Manipulatie onderzoek

Of pogingen tot beïnvloeden slaagden, was volgens de onderzoekers ook afhankelijk van de voormalig directeur van het WODC, Frans Leeuw. Als hij achter onderzoekers bleef staan, mislukten pogingen. Maar bij gevoelige onderwerpen voelden „onderzoekers zich niet altijd door hun eigen leiding serieus genomen”, blijkt uit het rapport.

Aanleiding voor het onderzoek was de zogeheten ‘WODC-affaire’ die in december 2017 aan het licht kwam door Nieuwsuur. Volgens een WODC-onderzoeker werd onderzoek naar het softdrugsbeleid gemanipuleerd om tot politiek wenselijke conclusies te komen.

Lees ook het interview met WODC-klokkenluider Marianne van Ooyen

Minister Grapperhaus kondigde daarop drie onderzoeken aan. Justitie liet de klokkenluider in de kou staan, concludeerde de eerste commissie voor de zomer al. WODC-directeur Frans Leeuw stapte op, maar bleef volgens bronnen van NRC in de maanden daarna nog vaak langskomen bij het onderzoeksinstituut. Een tweede onderzoek concludeerde afgelopen najaar dat er weliswaar „niet behoorlijke pogingen” zijn gedaan om dat onderzoek te beïnvloeden, maar die mislukten.

Medewerkers van het WODC waren volgens onderzoeker Marc Hertogh terughoudend om mee te werken aan dit onderzoek. „Niet iedereen vond het makkelijk om te praten, omdat ze bezorgd waren wat het voor hun positie binnen de organisatie kon betekenen”, aldus Hertogh. Omdat WODC-onderzoekers vonden dat er sinds de affaire bekend werd te weinig veranderde, besloten ze toch mee te werken.

In een reactie zegt minister Grapperhaus de onafhankelijkheid van het WODC te willen vergroten. Volgens hem is de grens tussen „collegiaal advies” door ambtenaren en „oneigenlijke beïnvloeding” niet altijd helder. Die grens moet worden „verhelderd”. Onder meer door de juridische status van het onderzoeksinstituut in een ministeriële regeling vast te leggen, het WODC te verhuizen uit het gebouw van Justitie naar een andere locatie en met nieuwe bestuurders.