Huizen zijn er wel, statushouders niet

Huisvesting Gemeenten hebben genoeg huizen, maar het COA levert de beloofde statushouders niet. Die achterstand moet later worden ingehaald.

Wooncomplex Startblok Riekerhaven in Amsterdam Nieuw-West is een plek waar zowel studenten als jonge statushouders wonen.
Wooncomplex Startblok Riekerhaven in Amsterdam Nieuw-West is een plek waar zowel studenten als jonge statushouders wonen. Foto Tammy van Nerum

Is het de krapte op de woningmarkt? Doen gemeenten niet genoeg hun best? Of is er een andere oorzaak voor de achterstand bij het toewijzen van woningen aan asielzoekers met een verblijfsvergunning?

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk is voor dit dossier, publiceerde vorige week cijfers waaruit bleek dat gemeenten zo’n 3.000 statushouders minder hebben gehuisvest dan de bijna 22.000 die ze aan een huis hadden moeten helpen.

NRC maakte een rondgang langs Amsterdam, Rotterdam, Den Bosch, Roosendaal en Emmen, die tot de gemeenten met de grootste achterstanden behoren, om te achterhalen wat de oorzaken daarvan zijn. In sommige gemeenten, zoals Amsterdam en Emmen, is dat een tekort aan woningen. Maar er zijn ook gemeenten – Den Bosch en Roosendaal bijvoorbeeld – die wél voldoende woningen beschikbaar hebben en toch een achterstand hebben opgelopen. Hoe kan dat?

Te weinig statushouders

Den Bosch kreeg van het ministerie de taak 146 statushouders te huisvesten. Maar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), dat de statushouders aan de gemeenten moet koppelen, had te weinig statushouders beschikbaar, vertelt wethouder Roy Geers (Wonen, Rosmalens Belang).

De gemeente kreeg 82 huisvestingsverzoeken. Drie daarvan werden afgewezen, omdat het ging om een groot gezin waarvoor geen huis beschikbaar was of omdat de statushouders nog geen burgerservicenummer hadden. Voor de andere 79 statushouders werd wel een woning gevonden.

Den Bosch stuurde met buurgemeente Uden een brief naar staatssecretaris Mark Harbers (Justitie, VVD) om te wijzen op het gebrek aan statushouders. Eindhoven deed hetzelfde.

Het ministerie van Justitie erkent dat er een probleem is, maar weet niet hoeveel gemeenten hiermee te maken hebben. Het kan geen oorzaak aanwijzen voor de haperende toewijzing van asielzoekers aan gemeenten. Het COA kan dat ook niet. Volgens een woordvoerder van het COA komt het weleens voor dat gemeenten geen asielzoekers meer krijgen als ze eerder een woning hadden toegezegd die later toch nog niet beschikbaar bleek te zijn. Dat is in Den Bosch in elk geval niet aan de orde, zegt wethouder Geers. „Dit jaar hebben we voor vrijwel alle aanmeldingen een woning gevonden.”

De gemeenten balen van de situatie, omdat de achterstand die dit jaar is opgebouwd, in 2019 moet worden weggewerkt. „Dat doet pijn”, zegt Geers. De steden hebben te maken met lange wachttijden voor sociale huurwoningen, waar ook statushouders gebruik van maken. Geers: „Wij zijn een gastvrije gemeente en nemen graag de verantwoordelijkheid voor de opvang van de mensen. Maar dan moeten we daar wel de kans voor krijgen.”

Zowel Den Bosch als Eindhoven heeft een brief naar het ministerie van Justitie gestuurd, waarin zij vragen het systeem aan te passen. „Het is oneerlijk dat wij worden afgerekend op een prognose die niet blijkt te kloppen”, zegt Geers. „Wij willen worden afgerekend op de werkelijke cijfers. U heeft 79 statushouders in 2018 toegewezen gekregen, heeft u die allemaal gehuisvest? Ja? Dan scoort u een voldoende.”