Het welvarende Nieuw-Zeeland is kampioen daklozen

Woningnood Bijna 1 op de 100 mensen in Nieuw-Zeeland is dakloos – opmerkelijk in een land met zoveel ruimte. De regering bouwt waar ze kan, maar dat lijkt niet genoeg om het complexe probleem terug te dringen.

Een dakloze heeft beschutting gezocht in een portiek in Auckland, Nieuw-Zeeland.
Een dakloze heeft beschutting gezocht in een portiek in Auckland, Nieuw-Zeeland. Foto Asanka Brendon Ratnayake/The New York Times

Onder de afdaken van winkels in het centrum van Auckland ligt karton met een deken erop. De dakloze man die erop ligt te slapen, is bepaald geen uitzondering. Nieuw-Zeeland, vooral bekend om veel natuur en de weidse ruimte, heeft een enorm daklozenprobleem: bijna 1 op de 100 bewoners is er dakloos (in Nederland is dat minder dan 0,2 procent).
Nieuw-Zeeland kampt al jaren met een daklozenprobleem. Sinds 2015 staat het land bovenaan de lijst van rijke industrielanden die lid zijn van de OESO met verhoudingsgewijs de meeste daklozen. Het probleem werd een speerpunt in de campagne van de huidige premier Jacinda Ardern bij haar verkiezingen in 2017. Er wordt naarstig gezocht naar verschillende oplossingen, maar met elke oplossing komt ook een probleem om de hoek kijken: landrechten, huurbazen en het huis als investering. Welke problemen komen er om de hoek kijken wanneer je daadwerkelijk meer huizen gaat bouwen, huizen minder aantrekkelijk wil maken voor (buitenlandse) investeerders en de rechten van huurders strakker regelt?
„Bij de laatste schatting waren er 41.000 mensen dakloos [op een bevolking van bijna 4,8 miljoen] en daarvan is 10 procent een rough sleeper”, vertelt Phil Twyford, minister van Huisvesting.


Twyford vindt de situatie „belachelijk”, benadrukt hij meerdere malen wanneer we elkaar spreken in zijn werkkamer in het parlementsgebouw in Wellington. „Dat een klein land als dit met zoveel ruimte en zoveel welvaart niet kan zorgen voor genoeg woningen voor de bewoners, is echt raar.” Volgens hem zijn er meerdere oorzaken voor de woningnood: de macht van de landeigenaren, het kopen van huizen bij wijze van investering (vooral een populaire bezigheid onder Chinezen), de lage productiviteit van de bouwsector (in Nieuw-Zeeland doen ze niet aan rijtjeshuizen – elk huis wordt apart gebouwd door zo’n twee werknemers), lokale overheden die niet werden gecontroleerd en het feit dat de overheid zich niet meer bemoeide met de huizenmarkt.

Maori-grond

Intussen is de regering meer bouwprojecten begonnen in gebieden die ze daarvoor geschikt acht, voor zowel sociale woningbouw, ‘kiwi-huizen’ (goedkope koophuizen) als stacaravans voor tijdelijke opvang. Maar zo eenvoudig is dat niet. Wie uit Wellington terugvliegt naar Auckland stuit bijna vanzelf op bijvoorbeeld Maori’s die het Ihumatao-gebied bezetten, een terrein waar 480 huizen gepland zijn. Een bezetting moet je het niet noemen, legt advocate Pania Newton uit terwijl we over het stuk land lopen dat vooral uit gras en restanten van oude muren bestaat en van waaruit je in de verte Auckland ziet liggen. „Dit is een reclaim. We willen terug wat van ons gestolen is, het gebied terugbrengen tot wat het was en de ruimte hebben om onze voorouders die hier liggen te eren.”

De kwestie van Ihumatao is al besproken bij de VN waar Newton het woord voerde, en waar ze in het gelijk werd gesteld. Toch heeft Fletchers Residential Development nog steeds de opdracht er bijna 500 huizen er te bouwen. „We beseffen heus wel dat er een huizenprobleem is, maar waarom moet dat hier en waarom wordt er geen rekening gehouden met ónze armoede?”, vraagt Newton zich af. „We hebben genoeg ingeleverd: eerst kwam het vliegveld, toen eindigde het riool van Auckland in dit gebied zonder dat wij erop werden aangesloten. In 2004 werden 78 skeletten opgegraven en die moesten we maar ergens anders zien te begraven en de grond is inmiddels vergiftigd door industrieel afval. Elke keer zijn wij het slachtoffer van de uitbreidingsplannen van Auckland, zonder dat we er ooit iets voor terugzien.”

Twyford wil omdat de zaak nog loopt niet inhoudelijk op de kwestie ingaan, maar geeft wel aan dat hij de Maori-erfenis als een zaak van nationaal belang beschouwt. „We zullen hun heilige plekken moeten respecteren, en dat geldt ook voor de locale projecten die nu opgestart worden: Maori moeten bij de besluitvorming betrokken worden.”

Daklozen in gesprek bij een pandjeshuis in een buitenwijk van Auckland. Nieuw-Zeeland heeft van alle rijke westerse landen het hoogste aantal daklozen.
Foto Asanka Brendon Ratnayake/The New York Times
Een dakloze bedelt om geld in Auckland.
Foto Phil Walter/Getty Images

Huurbazen

Het grote probleem is dat veel van die lege grond in Nieuw-Zeeland eigendom is van grootgrondbezitters. In Auckland is maar 6 procent staatsbezit waar dus vrij op gebouwd mag worden, vertelt Iain Butler, communicatie-adviseur bij Housing New Zealand Corporation – een organisatie die de sociale woningbouw in Auckland op zich neemt. Een ander probleem is de macht van de huurbazen die ongecontroleerd hun gang kunnen gaan. Huurders kunnen op straat gezet worden, er is geen controle op de kwaliteit van de huurwoning.

„De kwaliteit van huurhuizen is verschrikkelijk”, vertelt Twyford. „Elk jaar sterven er 1.600 ouderen omdat er te veel tocht is, of omdat er verwarming ontbreekt. Een ‘overdaad aan wintersterfte’ noemen we dat hier. Meer dan 40.000 kinderen in huurhuizen belanden elk jaar in ziekenhuizen met infecties aan hun longen door tocht. We zijn nu standaarden aan het opstellen voor het moderniseren van huurhuizen.”

Kwaliteitseisen zijn een mogelijke oplossing, maar het belangrijkst is dat „de overheid de afgelopen negen jaar niet wilde erkennen dat er echt sprake was van een daklozenprobleem”, vertelt Butler. Terwijl we langs enkele bouwprojecten in Auckland rijden, vertelt hij dat er alleen al in deze grootste stad van Nieuw-Zeeland, 24.000 daklozen zijn. Hij zegt ook: „Zodra er een huis vrijkomt ontstaat er een ware biedingsoorlog.” Dat de huizenprijzen in Auckland zo enorm stegen, is vooral de schuld van buitenlandse investeerders, zegt hij. Aziaten, en dan vooral Chinezen, kopen de huizen en grond op. Half augustus werd een wet aangenomen waarmee dat een halt werd toegeroepen.

“Wat dit land nodig heeft is een aparte minister voor daklozen.”

Huizenban

Het was een besluit dat nogal wat stof deed opwaaien, omdat het ook gezien werd als een mogelijkheid om buitenlanders te weren, zowel ‘niet-christenen’ als Chinezen. Het geval wil namelijk dat de Labour Party een coalitie vormt met New Zealand First, uitgerekend de partij die het meest ageert tegen buitenlanders.

„Het was een ingewikkeld debat”, bevestigt Twyford. „Het besluit werd al snel gezien als gericht tegen buitenlanders. Maar wij en onze coalitiepartners waren het erover eens dat het hier gaat om het reguleren van buitenlandse investeringen. We vinden allemaal dat deze manier van investering een destructieve uitwerking heeft op de huizenmarkt.”

Intussen wordt er flink gebouwd in Auckland: in de komende twintig jaar moeten er 100.000 betaalbare huizen gebouwd worden. Butler toont de sociale woningbouwhuizen die nu in de steigers staan, en legt uit dat ze vanuit een nieuwe visie worden gebouwd: het zijn een soort rijtjeshuizen (die komen nauwelijks voor in Nieuw-Zeeland) en het bouwmateriaal wordt op veel grotere schaal ingekocht, er werken grotere aannemers aan én er worden woonflats gebouwd. Het besef dat de stad volwassen wordt en dus ook de hoogte in moet, is eindelijk doorgedrongen aldus Butler.

Want Auckland is niet alleen druk, maar ook opvallend laag. Torenflats met woningen zie je er eigenlijk niet. „Dat er niet in de hoogte gebouwd is, is een historische vergissing. Land was goedkoop en iedereen wilde een huis met een voor- en achtertuin. Er werden wegen aangelegd, waardoor Auckland vooral uitgestrekt is. Inmiddels dringt eindelijk het besef door dat het tamelijk absurd is miljarden te investeren in wegen om iedereen bereikbaar te houden, in plaats van de hoogte in te gaan.”

Wanneer we de ‘flat’ in aanbouw binnengaan, blijkt dat die uit vijf verdiepingen zal bestaan. De vijf-verdiepingenflat en de rijtjeshuizen liggen aan een lawaaierige weg, maar een achtertuintje hebben de huizen wel. De ‘hoogbouw’ riep veel weerstand op bij omwonenden, net als het idee van sociale huisvesting – het zou het imago van de buurt omlaag halen. „Het is hier lawaaiig, maar je woont hier beter dan in een auto. Voor het eerst gebruiken we de ruimte goed”, concludeert Butler.

Vooroordelen

Charlotte Ama, manager van het daklozencentrum City Mission in Auckland, is het daar niet helemaal mee eens. „Het idee van goedkopere woningen is natuurlijk prima, maar dat soort initiatieven waren er al wel eerder”, legt ze uit. „Politici blazen hoog van de toren over de problemen, maar dat is alleen voor de goede sier. Het aantal daklozen gaat niet omlaag. Waar het misgaat, zie je alleen al omdat huisvesting en daklozen onder hetzelfde ministerie vallen. Wat Nieuw-Zeeland nodig heeft, is een aparte minister voor daklozen. Nu wordt er te veel geld gespendeerd aan toekomstplannen en buitenlandse reisjes om te kijken naar schaalmodellen.”

Zolang de regering denkt dat een dak boven het hoofd de oplossing is, zal het probleem blijven bestaan: „Het echte probleem is verslaving of andere redenen dat iemand dakloos wordt. En waarom zijn de meeste daklozen Maori en Pacific Islanders? Er is daar duidelijk sprake van een disconnection with their roots”, legt Ama uit. „De Islanders vertrekken jong naar Nieuw-Zeeland in de hoop op een betere kansen. Dat mislukt, ze raken getraumatiseerd en hebben niemand om op terug te vallen hier. Of neem de Maori: ze trekken naar grote steden, maar weten niet te aarden.”

Ambtenaren zijn volgens haar niet alert genoeg en verwijzen weinig daklozen naar de sociale voorzieningen die er zijn, domweg omdat ze zich net als zoveel Nieuw-Zeelanders laten leiden door vooroordelen. „Precies daarom ook worden daklozen bij elkaar gezet, in plaats van ze in opvanghuizen over de stad te verspreiden.”

Ama maakt een weids gebaar in de ruimte met grijze, kale muren en een klein raampje op het noorden. We hebben afgesproken in haar kantoor dat in een gebouw zit dat afgebroken moet worden. In de laatste Nieuw-Zeelandse winter gingen er mensen in dit gebouw dood: te koud en een te zwakke gezondheid, vertelt Ama. „Ik heb de hoop op een oplossing vanuit de regering opgegeven. Ze besteden weinig aandacht aan de rough sleepers en ze stoppen alle problemen onder één paraplu. Families gaan voor, als je alleen bent en geen woning hebt, kan je een dak boven je hoofd in dit land vergeten.”

    • Toef Jaeger