Recensie

Helden en schurken in het gesticht

Superheldenfilm Regisseur M. Night Shyamalan neemt de superheld als cultureel fenomeen zeer serieus. Maar dat haalt wel de vaart uit zijn nieuwste film ‘Glass’.

David Dunn (Bruce Willis) moet het in ‘Glass’ opnemen tegen twee superschurken.
David Dunn (Bruce Willis) moet het in ‘Glass’ opnemen tegen twee superschurken.

Net als Unbreakable (2000) is Glass in wezen een traktaat over de mythologie van superhelden en de conventies van superheldenstrips (en films).

Superheld David Dunn (Bruce Willis) moet het ditmaal opnemen tegen twee superschurken: Elijah Price (uit Unbreakable) en Kevin/The Beast uit Split (2016). Kevin en David belanden in de inrichting waar Elijah al jaren is opgesloten. Psychiater Dr. Ellie Staple denkt dat de drie lijden aan grootheidswaan: ze zijn gaan geloven in hun eigen superkrachten. Volgens haar zijn er praktische verklaringen voor hun afwijkende gedrag. Ze zoekt het in psychisch leed en jeugdtrauma’s.

Lees ook: de superheldenfilms van M. Night Shyamalan zijn hun tijd vooruit

Net als in Unbreakable neemt regisseur M. Night Shyamalan de superheld en de strip zeer serieus als cultureel fenomeen. Die ernst is lovenswaardig, maar haalt ook de vaart uit de film die waarschijnlijk alleen echt te begrijpen is als je de vorige delen hebt gezien. Bovendien komt hij in het laatste kwartier met zeker vier plotwendingen en wordt de boodschap wat drammerig, waardoor je geneigd raakt kinderachtig heel hard ‘superhelden bestaan niet!’ te roepen. Dat zal niet de bedoeling zijn.

    • André Waardenburg