Opinie

    • Diana de Wolff

Grote zaken importeren en vonnissen tegen kostprijs, is dat wel gepast?

Net als Londen, Singapore en Dubai heeft ook Amsterdam nu een Commercial Court, waar internationale partijen in het Engels kunnen procederen. Hoogleraar advocatuur Diana de Wolff aarzelt bij deze commerciële dienst op publieke kosten.

illustratie Bas van der Schot

Sinds 1 januari bestaat het Netherlands Commercial Court, (NCC)  een onderdeel van de rechtbank Amsterdam dat in de Engelse taal internationale handelsgeschillen behandelt. De gedachte achter het NCC is dat het voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijk is om voor Nederlandse rechters te procederen.

Het Nederlandse procesrecht staat goed aangeschreven. Je kunt hier, anders dan in Angelsaksische systemen, voortvarend en dus tegen relatief overzichtelijke kosten procederen. De rechter voert effectief regie. Bovendien is het vertrouwen in de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters in Nederland, in vergelijking met andere landen, groot. Procederen in het Engels bespaart tijd en geld voor vertaalkosten. Het internationale bedrijfsleven krijgt met het NCC state-of-the-art service aangeboden. Zo kunnen stukken bijvoorbeeld elektronisch worden ingediend, terwijl gewone rechtbanken al jaren met een onoplosbare ict-vraagstuk kampen. Er geldt een kostendekkend griffierecht, zodat het NCC de begroting van de rechtspraak niet belast.

Import

Met deze nieuwe faciliteit vindt als het ware import plaats van internationale geschillen. Het gaat namelijk om zaken waarin de partijen vrijwillig voor het NCC kiezen, terwijl ze ook voor een ander land of voor arbitrage zouden kunnen kiezen. Amsterdam biedt zich dus aan als aantrekkelijk alternatief waar grote bedrijven hun recht kunnen halen. Met Schiphol naast de deur is de rechtbank goed bereikbaar. De voor het NCC geselecteerde rechters kennen de internationale handelspraktijk en beheersen het Engels. Voor de duurdere Amsterdamse horeca is het NCC een opsteker. Bij grote zaken worden vaak hele adviseurslegers ingevlogen. Voor de grote advocatenkantoren in Nederland is het NCC helemaal interessant, omdat alleen Nederlandse advocaten zaken kunnen indienen bij het NCC. Er komt dus ongetwijfeld meer werk voor deze kantoren aan.

Concurrentie

Nu mijn wat ambivalente gevoel. De behandeling van grote internationale geschillen tegen kostprijs maakt dat rechtspraak bij het NCC in feite een dienst is, aangeboden in concurrentie met arbitrage-instituten of landen waar procederen duurder is. Tegelijkertijd wint bij de overheid de gedachte meer en meer terrein dat de - uit algemene middelen betaalde - rechtspraak niet teveel moet worden belast. Minister Dekker kwam eind vorig jaar met zijn langverwachte standpunt over de gesubsidieerde rechtsbijstand voor mensen die zijn aangewezen op gefinancierde rechtsbijstand.

In een brief aan de Tweede Kamer stelt hij dat juridische oplossingen vaak geen echte oplossingen zijn en hij wil een halt toeroepen aan juridisering van de samenleving. Dekker wil dan ook strenger laten beoordelen of mensen die gefinancierde rechtsbijstand nodig hebben een advocaat mogen inschakelen voor een procedure. Hulp kan volgens Dekker ook worden geboden door andere adviseurs en het probleemoplossend vermogen van mensen moet worden versterkt met advies- en informatieverstrekking door internettools, bibliotheken en gemeenteloketten.

Publiek goed

Ook ik vind dat we escalatie van geschillen en zinloze procedures bij de rechter moeten voorkomen. Maar rechters lossen wel degelijk problemen op en zijn ook bezig om flexibele vormen te vinden om dat snel en adequaat te doen. Toegankelijke rechtspraak is bovendien niet alleen voor de partijen bij een conflict van belang. Er zijn ook publieke belangen gemoeid met duidelijke vonnissen. Ten eerste maatschappelijk vertrouwen: een rechter moet daadwerkelijk kunnen ingrijpen, mocht dat nodig zijn. Daarnaast beschermt rechtspraak burgers tegen de macht van de overheid, de mogelijkheid van procedures dwingt de overheid tot zorgvuldigheid. Uitspraken geven daarnaast duiding aan wetten, waar ook anderen dan de rechtstreeks betrokken partijen baat bij hebben.

Rechtspraak is dan ook een publiek goed, geen dienst. Daarom mag een rechtszaak geen luxeproduct worden, alleen bereikbaar voor partijen die geld genoeg hebben, terwijl anderen op folders in de bibliotheek zijn aangewezen. Dekker schildert rechtspraak af als een ontoereikend systeem voor de oplossing van juridische problemen, terwijl er intussen aan de enorme hoeveelheid dwingende en complexe regels niets verandert. Dat Nederland tegelijkertijd wel buitenlandse partijen uitnodigt om hun geschillen hier verder te laten escaleren, maakt dat wel wrang.

 

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, een officier en een rechter. Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Diana de Wolff