Armin (Hans Löw) redt zich prima alleen op de wereld, in ‘In my room’.

Die Apocalyps lijkt best fijn te zijn

Ulrich Köhler In ‘In My Room’ van regisseur Ulrich Köhler blijkt een man op een dag de laatste mens op aarde te zijn. „Ik vind het heerlijk om naar een lege wereld te kijken.”

Regisseur Ulrich Köhler ziet geen kans om naar het Rotterdams filmfestival te komen voor de Nederlandse première van zijn film In My Room. „Ik kreeg onverwacht de kans om een televisiefilm te maken”, vertelt hij over de telefoon vanuit Berlijn. „Die film ben ik nu aan het monteren. Ik moet ook voor mijn kinderen zorgen. Ik ben getrouwd met een vrouw die zelf ook films wil maken. Ik moet de verleidingen van een filmfestival soms weerstaan.”

Köhlers echtgenote is regisseur Maren Ade, die twee jaar geleden een enorme filmhuishit had met de komedie Toni Erdmann. Köhler: „Dat was een hectische tijd. Maar inmiddels hebben we ons gewone leven wel weer kunnen oppakken. Maren is ook niet iemand die als een dolle achter elke aanbieding aan wil gaan die op dat moment op haar afkwam. We zijn nu ook niet ineens heel rijk of zo.”

Maren Ade werkt inmiddels aan het scenario voor haar volgende film. Köhler: „Het zal nog zeker twee jaar duren, voordat er een nieuwe film van haar te zien zal zijn. Ze werkt nog langzamer dan ik. Maar haar films graven misschien ook dieper.”

Köhler deed zelf zeven jaar over de opvolger van Schlafkrankheit, waarmee hij in 2011 de Zilveren Beer won op het filmfestival van Berlijn. In die film was Pierre Bokma te zien als een tropenarts die vervreemd is geraakt van zijn familie, die terugwil naar Europa. Voor In My Room – vernoemd naar een klassiek liedje van The Beach Boys – koos Köhler een minder realistisch uitgangspunt.

Armin (Hans Löw) is een wat stuurloze, doelloze late dertiger, die in Berlijn zijn brood verdient als cameraman. Hij brengt een bezoek aan zijn ouderlijk huis, om afscheid te nemen van zijn grootmoeder die op sterven ligt. Dan doet zich iets onverklaarbaars voor. Op een ochtend wordt Armin wakker en blijkt de gehele mensheid uitgestorven te zijn.

Aanvankelijk raast hij radeloos door de uitgestorven wereld. Hij komt alleen nog dieren tegen. Maar Armin herpakt zich. Met één simpele knip in de montage laat Köhler vijf jaar verstrijken. Armin heeft een fysieke transformatie ondergaan: hij is taniger, gespierder en gebruinder; zijn welvaartsbuikje is hij kwijt. Armin is meer man geworden, zo lijkt het: autonoom en zelfvoorzienend.

Terug naar de natuur als antwoord op hedendaagse leegte? De Apocalyps als verkapte zegen? Zo simpel blijken de zaken toch niet te liggen. Köhler laat steeds meer twijfels opkomen of Armin wel echt zo’n fundamentele transformatie heeft ondergaan; zeker als hij toch niet de laatste mens blijkt te zijn en een vrouw ontmoet.

Wat trok u aan in het gegeven van de laatste mens op aarde?

„Al heel lang wilde ik een Robinson Crusoe-achtig verhaal vertellen. Maar ik wist ook dat zo’n film aan zulke grote thema’s zou raken, dat zoiets eigenlijk alleen maar kan mislukken. Daarom heb ik dat idee lange tijd voor me uitgeschoven en eerst andere films gemaakt. Maar ik ben er toch steeds weer op teruggekomen. Uiteindelijk begon ik meer en meer greep te krijgen op wat voor soort personage Armin zou moeten zijn. Maar als ik een docent was geweest op een filmacademie en mijn eigen scenario onder ogen zou krijgen, zou ik dat vermoedelijk hebben teruggestuurd, omdat er te veel grote thema’s tegelijk overhoop worden gehaald.”

U heeft eerder gezegd dat het verhaal ‘Schwarze Spiegel’ van Arno Schmidt uit 1951 een aanknopingspunt was.

„Ik was een jaar of twintig toen ik dat verhaal las. Dat heeft toen veel indruk op me gemaakt. Schmidts verhaal gaat over een man die het einde van de wereld overleeft en eigenlijk gelukkig is dat hij van de mensheid is verlost. Dat had er natuurlijk ook mee te maken dat Schmidt zojuist de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog had doorstaan. In dat opzicht is zijn verhaal heel tijdgebonden. Maar dat idee is me altijd bijgebleven.”

Voor meer over het programma, de films en de makers op het Internationaal Film Festival Rotterdam 2019, zie dossier IFFR 2019

Verhalen die zich afspelen na de ondergang van de mensheid associëren we meer met cinema uit Hollywood.

„Als kijker vind ik het soms heerlijk om zulke films te zien. Ik geniet ervan als Will Smith in I Am Legend in zijn eentje door New York loopt, dat helemaal leeg en verlaten is. Maar het thema wordt in dat soort films niet gebruikt om de interessantste vragen te stellen, vind ik. Voor mij zijn dat vragen rond identiteit. In hoeverre worden we bepaald door onze omgeving? Wat gebeurt er als die omgeving plotseling wegvalt? Kunnen we dan ineens een ander mens worden?

„Ik was een behoorlijk ongelukkige tiener. Toen ben ik toen naar Amerika gegaan in een uitwisselingsprogramma. Ik dacht toen: ik ga nu naar een land waar niemand me kent, vanaf nu wordt alles anders. Maar ik kwam er al snel achter dat mensen nog steeds op precies dezelfde manier op me reageerden. Misschien is dat wel het allereerste begin geweest van de film.”

U stelt interessante vragen, maar wat zijn de antwoorden?

„Daar ben ik niet naar op zoek. Interessante films roepen de goede vragen op. Ik kom niet met grote antwoorden. Daar geloof ik helemaal niet in.”

    • Peter de Bruijn