De film ‘Glass’ is ‘One Flew over the Cuckoo’s Nest’ voor superhelden en superschurken

Achtergrond Na negentien jaar completeert M. Night Shyamalan zijn superheldentrilogie met ‘Glass’. Zijn variaties op de standaard superheld zijn origineel.

De kwetsbare schurk Elijah Price (Samuel L. Jackson) in ‘Glass’.
De kwetsbare schurk Elijah Price (Samuel L. Jackson) in ‘Glass’.
Lees hier de recensie van ‘Glass’

David Dunn denkt dat hij een doorsnee iemand is, met de gebruikelijke problemen: vervreemd van zijn vrouw, op zoek naar een beter baantje. Maar in Unbreakable (2000) is hij de enige die op miraculeuze wijze een treinongeluk overleeft waarbij 131 slachtoffers vallen.

Elijah Price, uitbater van een in strips gespecialiseerde kunstgalerij, gelooft dat Dunn een superheld is. Hoe kan hij anders dat fatale treinongeluk overleven? Elijah (Samuel L. Jackson) is ervan overtuigd dat Dunn onbreekbaar is. Ook de kijker gaat dat gaandeweg geloven, net als zijn zoontje. In een adembenemende scène neemt hij zijn vader onder schot: als die inderdaad een superheld is, kan geen kogel hem deren.

Met Unbreakable was regisseur M. Night Shyamalan zijn tijd vooruit. Hij nam superhelden serieus, probeerde ze in een echte wereld te plaatsen. In zekere zin liep hij daarmee vooruit op de huidige tv-series rond superhelden op ‘straatniveau’ die met bescheiden krachten in de echte wereld opereren: Jessica Jones, Luke Cage of Daredevil. Maar het misschien iets te originele Unbreakable deed het in 2000 lang niet zo goed als zijn doorbraakfilm The Sixth Sense. Terwijl de tijd toch rijp leek: vlak na Unbreakable kwam megahit Spider-Man (2002) uit, gevolgd door Christopher Nolans Batmancyclus. Het begin van een trend die nog steeds voortduurt.

Anders dan in dat soort popcornfilms, probeert M. Night Shyamalan evenwel superheldenconventies een halfrealistische, psychologische vertaling te geven. Op het moment waarop de sceptische Dunn in Unbreakable zelf in zijn superkrachten gaat geloven en mensenredder wordt, is hij gekleed in een regencape met ‘security’ op zijn rug. Een knipoog van Shyamalan: superhelden hebben immers altijd capes om. Unbreakable was zowel een superheldenfilm als een metafilm over wat dat nou eigenlijk is, een superheld.

Kwetsbare schurken

Bij Shyamalan zijn het doodnormale mensen die ontdekken dat ze een gave hebben. Zo is David Dunn niet alleen onverwoestbaar, maar ziet hij in een flits wat mensen gedaan hebben of van plan zijn als hij ze in het voorbijgaan even aanraakt. Zo ontdekt hij in de climax dat zijn ‘ontdekker’ Elijah een superschurk is. Door Elijahs geboorte te filmen via een spiegel, geeft Shyamalan de oplettende kijker al een hint: Elijah is het spiegelbeeld van Dunn. Want zoals god niet zonder duivel kan, kan een superheld niet zonder superschurk. Eerder ontdekte David al dat hij bang is voor water, dat is zijn kryptoniet; iedere superheld heeft immers ook een fatale zwakte.

Bij Shyamalan zijn schurken (letterlijk en figuurlijk) kwetsbaar: zo lijden ze aan aandoeningen en syndromen. Elijah heeft een botziekte (osteogenesis imperfecta) waardoor hij bij het minste geringste zijn botten breekt. Vroeger scholden buurtgenootjes hem uit voor ‘Mr. Glass’. Juist door die vernedering ontwikkelde hij zich tot superschurk, met allerlei dodelijke rampen op zijn geweten. De interesse van Shyamalan in aandoeningen komt ongetwijfeld voort uit zijn jeugd: hij is de zoon van een gynaecoloog/verloskundige en een neuroloog.

Shyamalans Split (2016) voert Kevin (James McAvoy) op, die lijdt aan een dissociatieve identiteitsstoornis die zijn oorsprong heeft in misbruik in zijn jeugd. Als reactie op dat misbruik ontwikkelde hij 23 persoonlijkheden. Tezamen zorgen zij voor een neurofysiologische verandering waaruit The Beast ontstaat, dat met opgepompt lichaam jaagt op niet-pure meisjes. Ook The Beast is kwetsbaar: als je meermalen zijn hele naam (Kevin Wendell Crumb) noemt, verandert hij weer in Kevin.

Met Glass maakt Shyamalan de trilogie af die hij al jaren in zijn hoofd heeft. Wederom focust hij op de pijn, het trauma en de stoornis van met name de superschurk. Shyamalan brengt ze nu zelfs samen in een gesticht; Glass is One Flew over the Cuckoo’s Nest voor superhelden en superschurken.

In Glass verstopt hij een aardige grap over Marvel. Een tijdschrift in het kantoor van psychiater Dr. Ellie heeft een artikel over het hoogste gebouw van Philadelphia, dat volgens de onderkop ‘a true marvel’ is. Waar Marvel erom bekend staat in de climax complete steden te slopen, doet Shyamalan dat nu juist níét. Zijn superheldenfilms richten zich minder op actie en spektakel dan op psychologie en introspectie.

De sceptici lijkt Shyamalan ook met dit deel in zijn superheldentrilogie niet te overtuigen – Glass krijgt lauwe recensies in Amerika. Want is het niet inherent dwaas om die mythe van halfgoden die onze chaotische, gewelddadige wereld veilig houden, zo serieus te nemen? Wat wil Shyamalan daarmee zeggen: het sprookje is waar? Maar origineel is het wel, zijn variant op de superheld.