De dadelpalm blijkt een vroege kruising van soorten

Landbouw De dadelpalm komt van de Arabische kust, maar de Afrikaanse wijkt genetisch af – door bijmenging met een Griekse palm.

Phoenix theophrasti op Kreta.
Phoenix theophrasti op Kreta. Foto Jonathan M. Flowers

Dadelpalmen staan al millennia aan de basis van de landbouweconomie van woestijnoases. De 20 meter hoge bomen met de grote bladeren bieden voedzame vruchten, schaduw, hout, dakbedekking en vezels voor touwen en manden. In hun schaduw kunnen granaatappels groeien, en bananen, papaya’s en allerhande citrusvruchten. Dááronder groeien weer graan en groentes.

Deze gelaagde landbouweconomie werd mogelijk door de domesticatie van de wilde dadelpalm rond 5000 voor Christus aan de Arabische kust van de Perzische Golf, in Koeweit en Abu Dhabi. Van daaruit verspreidde de dadelteelt zich naar het westen. Rond 3000 voor Christus verschenen dadelpalmen in de Levant en Egypte. De gedomesticeerde dadel is goed te herkennen aan zijn langere pitten (en grotere vruchten).

Stenen potje uit Iran, ca. 2500 jaar voor Chr., versierd met dadelpalmen. Foto M. Tengberg

Er is wel een probleem met deze door veel archeologische vondsten ondersteunde ontstaans- en verspreidingsgeschiedenis van de dadelpalm. Want de afgelopen jaren is met DNA-onderzoek vastgesteld dat juist de dadelpalmen in Noord-Afrika grótere genetische variatie vertonen dan de dadelpalmen in het Midden-Oosten.

Een van de vuistregels in het onderzoek naar de oorsprong van soorten is dat die waarschijnlijk ligt in de regio waar nu nog de grootste genetische variatie bestaat. Dat is ook een van de redenen dat de oorsprong van de moderne mens in Afrika wordt gezocht. Door die grotere dadel-DNA-variëteit wordt weleens gedacht dat de palm óók apart in Afrika is gedomesticeerd.

Maar daarin is nu deze week helderheid gebracht met een grootscheeps DNA-onderzoek in het blad PNAS, onder 71 verschillende gedomesticeerde dadelvarianten en vijf wilde dadelsoorten, door een groot internationaal onderzoeksteam onder leiding van Michael D. Purugganan (New York University in Abu Dhabi). De Noord-Afrikaanse dadel is wel degelijk afkomstig uit het gebied van de Perzische golf (Phoenix dactilifera), maar is onderweg gekruist (gehybridiseerd) met een kleinere wilde dadelsoort die nu nog op Kreta voorkomt (Phoenix theophrasti).

Vermenging

Achttien procent van het genoom van de Noord-Afrikaanse dadelpalm blijkt afkomstig van P. theophrasti. Mogelijk is deze vermenging opgetreden toen de palm rond 3000 voor Christus in de Levant arriveerde, omdat er aanwijzingen zijn dat daar toen óók de Kretenzische dadelpalm voortkwam. Het is ook mogelijk dat die hybridisering pas in Afrika gebeurde. Waarschijnlijk is het indertijd bewust gedaan door dadelpalmkwekers, schrijven de onderzoekers, ter verbetering van de kwaliteiten van de boom.

De huidige productielanden liggen nog altijd in oude verspreidingsgebied. Egypte is nu de grootste producent van dadels, met een jaarproductie van ruim een miljoen ton, op de voet gevolgd door Iran en Saoedi Arabië.

Correctie (15 januari 2019): In een eerdere versie van dit stuk werd de wetenschapper Michael D. Purugganan foutief aangeduid als Michael D. Prugganan. Dat is hierboven aangepast.

    • Hendrik Spiering