Darmflora beschermt tegen allergie

Voedselallergie Pinda- of koemelkallergie is mogelijk te genezen met poeptransplantaties. Daar denken onderzoekers aan na proeven met muizen.

Een van de oorzaken van de toename van voedselallergie is waarschijnlijk dat er steeds meer kinderen via een keizersnede worden geboren.
Een van de oorzaken van de toename van voedselallergie is waarschijnlijk dat er steeds meer kinderen via een keizersnede worden geboren. Foto iStock

Voedselallergieën bij kinderen zijn in de toekomst wellicht te genezen of voorkomen met een poeptransplantatie. Daar speculeren onderzoekers uit de VS en Italië op in hun maandag uitgekomen publicatie in Nature Medicine.

Hun onderzoek gebeurde met muizen die zonder darmbacteriën zijn geboren. De diertjes kregen een paar weken na hun geboorte een poeptransplantatie met feces van baby’s met koemelkallergie of met poep van even oude (zes maanden) gezonde kinderen. Het medische effect van een fecestransplantatie is dat de ontvanger de darmbacteriën van de donor krijgt.

Cathryn Nagler, hoogleraar voedselallergie aan de universiteit van Chicago, toont zo aan dat koemelkallergie erger is bij de muizen die de darmbacteriën van koemelkallergie-patiëntjes krijgen toegediend. En ook dat muizen beschermd zijn tegen koemelkallergie als ze de darmbacteriën van gezonde baby’s krijgen.

Achterliggend idee

Het idee achter dit onderzoek is dat de forse toename van pinda-, koemelk- en andere voedselallergieën bij kinderen komt door de toegenomen aantallen keizersneden, door het toegenomen antibioticagebruik bij baby’s, door de afname van borstvoeding en andere leefstijlveranderingen. Die hebben allemaal invloed op de samenstelling van de bacterieflora in de darmen.

Transplantatie van poep wordt nu geprobeerd bij volwassenen met een allergie tegen pinda’s

Over die darmflora is de afgelopen 15 jaar veel bekend geworden doordat met modern DNA-onderzoek eindelijk de soortenrijkdom ervan in zijn volle omvang is vast te stellen. Er leven duizenden soorten bacteriën (met hun begeleidende virussen) in de darm, werd toen duidelijk. In de jaren ervoor kon het DNA van al die bacteriën nog niet in één klap worden gesequenced. De bacteriën moesten apart worden gekweekt en op naam gebracht. Dat lukte maar heel beperkt.

Tegenwoordig kan in detail het verschil in soortsamenstelling tussen gezonde, zieke, dunne of dikke mensen worden vastgesteld. En er zijn inmiddels veel ziektespecifieke, of gewichtspecifieke darmbacteriepopulaties vastgesteld. Ook is er bij proefdieren therapie geprobeerd: dikke muizen werden slanker als hun darmbacteriën werden vervangen door de darmflora van dunne muizen.

Clostridia

Sinds ongeveer vijf jaar staat ook vast dat de darmflora verandert bij mensen met een voedselallergie. In 2014 is aangetoond dat muizen tegen pinda-allergie beschermd kunnen worden door bacteriën van de klasse Clostridia in hun darm.

De onderzoeksleider van die studie was Cathryn Nagler, die ook het nu gepubliceerde onderzoek leidde. Ze is inmiddels directeur en mede-oprichter van het bedrijf ClostraBio dat voedselallergieën en andere afweerziekten wil bestrijden door gericht veranderen van de soortsamenstelling van de darmbacteriën.

Het wachten is nu op de eerst experimenten met mensen. In de registers van lopende medische experimenten in de EU en de VS is nog maar één eerste onderzoek te vinden van poeptransplantatie bij voedselallergie. Het is een eerste toepassing (fase I studie) bij tien volwassenen met pinda-allergie.