Gaspar Noés nieuwe film ‘Climax’: een ‘danse macabre’ van paniek, agressie, seks en waanzin.

Gaspar Noé: ‘Climax kun je maar het best zien als een komedie’

Interview In Cannes stond het publiek een kwartier lang op de banken voor drama/horrorfilm ‘Climax’. De film van Gaspar Noé heeft alles waar de regisseur ook om wordt gehaat: „Desoriëntatie, wangedrag, drugs, geweld, paniek.”

Climax is geïnspireerd door een waargebeurd incident. Een groep ‘streetdancers’ repeteert anno 1996 in een verlaten schoolgebouw voor een Amerikaanse tournee, maar op het eindfeest druppelt iemand lsd in de sangria. Waarna een ‘danse macabre’ volgt van paniek, agressie, seks en waanzin, een Helter Skelter in de geest van Charles Manson. De dansers verdierlijken, worden mensapen.

Als we Gaspar Noé in mei spreken in Cannes, liggen de opnames nog maar drie maanden achter hem. Hij schoot Climax vanaf 10 februari in slechts vijftien dagen. In Fassbinder-stijl, zegt hij, wat nieuw voor hem was.

De 21 jonge ‘streetdancers’ vond hij op internet, één liet hij uit Congo invliegen. „Wat die gast kon, demonisch gewoon.” De enige professionele actrice is de charismatische Sofia Boutella, de koningin van de Franse hiphopdans voordat zij vijf jaar geleden voor acteren koos. Zij speelt Selva, de choreograaf van de groep.

Lees ook een portret van Gaspar Noé: Sommigen kunnen Noés bloed wel drinken

Noé: „Sofia was de katalysator. Ik kende haar niet, via Instagram spraken we af om koffie te drinken. Ze was zo slim en welbespraakt, een genie gewoon.” Boutella bracht de bevriende choreografe Nina McNeely mee, die Climax van verwoestende dansroutines voorzag. Noé: „Nina had maar twee dagen om met vijftien voor haar onbekende dansers te repeteren. En toen kwamen daar op het laatste moment nog zes dansers bij. Briljant toch?”

Bij de wereldpremière in Theatre Croisette staat het publiek na afloop van Climax een kwartier lang op de banken terwijl de dansers het podium onveilig maken. Hun rauwe dansstijl oogt vagelijk verontrustend: de jongens met agressief maaiende armen en rubberen gewrichten, de meisjes met orgiastisch pompende onderlijven. Noé is met zijn kale schedel en louche snorretje hun stralende middelpunt; later die week wint hij in Cannes de hoofdprijs van de prestigieuze competitie Quinzaine des Réalisateurs.

De volgende ochtend oogt Noé op het dakterras van Club Silencio nog best fris – dat zag ik wel eens anders in Cannes. Werd er gisteren nog sangria geserveerd op de afterparty? „Natuurlijk”, grijnst Noé. „Mijn producer was bang dat het zou worden opgevat als slechte grap. Kom op zeg, alsof het zonder sangria kon.”

We praten over de gezondheid van zijn Deense vriend Lars von Trier, die Noé gaat bezoeken in zijn villa in de heuvels. Dat ruim honderd bezoekers boos Von Triers seriemoordenaarsfilm The House That Jack Built verlieten, maar Climax op handen wordt gedragen: het verontrust Noé een beetje. „Wat heb ik fout gedaan?”

Zelfs Noés ruwe, zeg maar gerust sadistische bejegening van het jochie Tito, door zijn gedrogeerde moeder in het elektriciteitshok opgesloten, doet niets aan die adoratie af. „Het valt me op dat mensen met jonge kinderen Tito’s lot heel erg vinden, maar mensen zonder kinderen er wel om kunnen lachen. Ik lag zelf eerlijk gezegd in een deuk terwijl ik Tito’s gegil in Climax mixte. Zo erg! Maar ja, ik ben de goochelaar die het witte konijn uit de hoge hoed tovert. Als dat lukt, ben ik vrolijk. Je kunt Climax ook maar het best zien als een komedie.”

Geen betoog maar een achtbaanrit

Noé knikt tevreden als ik zeg dat Climax mij soms paranoïde, bang en zelf misselijk maakte. „Mijn films zijn geen verhaal, canvas of betoog. Het zijn achtbaanritten, Climax helemaal. In de eerste helft zie je al die mooie lijven en raak je gehypnotiseerd door de lichaamstaal, de choreografie. Maar met iets van onbehagen, hoop ik: je rijdt met je karretje de helling op en voelt wat komen gaat. En dan duik je die afgrond in.”

Hoe plaatst Noé Climax in zijn oeuvre? „Een rockband komt na vier albums vaak met een best of-album. Ik kom na vier speelfilms met ‘The Worst of Gaspar Noé’. Met alles waar ze mij om haten: desoriëntatie, wangedrag, drugs, geweld, paniek. Met vrouwen in tunnels en gangen, met incest, verkrachting en zelfs een abortus. Een soort mixtape. Zo gek dat ik opeens respectabel ben.”

Hij filmde razendsnel. „Het plan van Climax was pas in december rond. Het script was nog geen A4’tje. Ik kondigde het aan als lowbudgetfilm, half feit, half fictie, over een dansgroep die doordraait door een bad trip. Mijn financiers wilden alleen geld in zo’n onvoorspelbaar en vaag project steken als Climax klaar was voor Cannes. Geen probleem, zei ik. Zo gaat dat in de filmwereld: je moet iedereen, inclusief jezelf, met redeloos optimisme voorliegen wil je iets van de grond krijgen.” Had een première in Venetië of Berlijn dan niet gekund? „Geen sprake van. Dat voelt voor mij als een dansfeest in een koelcel.”

Voor meer over het programma, de films en de makers op het Internationaal Film Festival Rotterdam 2019, zie dossier IFFR 2019

De gehaastheid ervoer hij als een zegen. „Het dwong mij puur op instinct te varen. We filmden in vijftien dagen in volledig isolement, chronologisch, zonder een druppel alcohol. Alleen ’s nachts, nachtmensen gedragen zich anders dan dagmensen. Soms deden de dansers het omgekeerde van wat ik had bedacht, en dat werkte dan veel beter. Heel leerzaam, controleverlies.”

Zoals hallucinogene drugs? Gaspar Noé reageert verontwaardigd als ik hem naar zijn ervaringen met het droppen van lsd vraag. „Nee, nee, nee, dat zou ik nooit doen! Een vriend van mij overkwam dat, het was de hel. Zelf kreeg ik ooit een veel te zware dosis lsd, ik voelde persoonlijkheid oplossen en kon me nauwelijks bewegen.” Droppen in de betekenis van gebruiken, leg ik uit. „Oh dat? Ik heb vermoedelijk elke denkbare hallucinerende drug gebruikt. Ik zie dat als bevrijdend en verrijkend. Maar je moet wel controleverlies kunnen accepteren, dat je een beetje doodgaat. Veel mensen zijn daar bang voor.”