Brieven

Brieven 15/1/2019

Geen complot, maar tijd

Maarten Boudry geeft in NRC kritiek op Paul Cliteur en mijzelf, in verband met de term cultuurmarxisme. Boudry bestrijdt het verband dat wij leggen met een ‘lange mars door de instituties’, en wil het concept losweken van de Italiaanse revolutionair Antonio Gramsci. De term ‘complotdenken’ valt. Als ik spreek over ‘cultuurmarxisme’, doel ik uitdrukkelijk niet op een complot. Het gaat om ideeën: ‘Kijk naar het racisme van de maatschappij, kijk naar het kolonialisme, het kapitalisme, het fascisme’. Het cultuurmaxisme is een extreme identificatie met de underdog (gevoed door de trauma’s van het nationaal-socialisme, de dekolonisatie en de industriële natuurvernietiging) vertaald in een verlangen om praktisch politiek-maatschappelijke verandering te bewerkstelligen. Dat is wat ‘de lange mars’ in feite is. Boudry zet dit niet als tijdgeest, maar als complot neer. Dat is foutief. In de jaren zestig werd de traditionele (burgerlijke) moraal doorbroken, de seksuele bevrijding plaatsvond, de kerk worstelde met de eigen doctrine en de confessioneel-conservatieve elites geen helder en begeesterend verhaal meer hadden. Dit alles kwam tegelijk en verklaart waarom de progressieven krachtig konden oprukken binnen de instituties. Antonio Gramsci had van een dergelijke opmars al eerder de contouren geschetst en diende als inspirator, maar de context van een ‘complot’ is geheel overbodig om de progressieve maatschappelijke Gestalt-switch te verklaren. De poging om cultuurmarxisme weg te stoppen, is zo’n reactionaire schrikreactie van een vastgeroeste elite.

Staaij, cryptomarxist?

Het is niet erg dat Maarten Boudry niet genoeg weet van de geschiedenis van het marxisme – ik ook niet, al ik heb altijd het handboek van Leszek Kolakowski binnen handbereik – maar wel dat zijn conceptuele ponteneur schipbreuk lijdt. Als zwart-witdenken de kern is van het marxisme dan zijn de zero sumpolitici Trump en Poetin ook marxisten. Als binair redeneren marxistisch is, dan was Christus bijna twee millennia eerder ook al een marxist avant la lettre: ‘wie niet met mij is, is tegen mij’. Sterker, dan is elke godsdienst met een hemel en een hel voor goed en fout, gerund door God of Satan, een vorm van marxisme. Afgaande op Boudry is informatica (binair rekenen in 0 of 1) eveneens een marxistische tak van sport. Sinds dit weekeinde weet ik dat Marx ons al ver voor zijn eigen leven in zijn greep had. En nog steeds.

Ik vind het wel gek dat de „communisten aller landen”, waarvan Boudry rept, bijna nergens meer in de liberaal-democratische wereld in een serieus parlement zijn vertegenwoordigd. Of wil hij zeggen dat Kees van der Staaij – heeft de slang gesproken, jazeker, de Bijbel is geen metafoor maar de absolute waarheid; hoe binair wil je het hebben – eigenlijk onze eigen cryptoleider van het marxisme 2.0 is? Laat de SGP het niet horen.

Kiloknaller in de lucht

Het pleidooi voor Lelystad Airport van Cees Okkerse (12/01) leest als een brief uit het verleden. Hij stelt dat Lelystad Airport door moet gaan en suggereert dat de weerstand ertegen louter gebaseerd is op fictie of oneigenlijk gebruik van het, door Okkerse zo genoemde, ‘CO2-sentiment’. Okkerse lijkt blind voor de publieke opinie die zich bewust wordt van de impact van vliegen op het klimaat. Vliegveld Lelystad is de kiloknaller van het mobiliteitsbeleid: het faciliteert goedkoop en makkelijk vliegen zonder directe confrontatie met de schade die het veroorzaakt. Okkerse vecht voor een guilty pleasure uit een binnenkort voltooid verleden.

Taal van een Hagenees

Premier Rutte beheerst niet alleen het jargon van het Binnenhof, ook de taal van de gewone Hagenees is hem niet vreemd. Nu heeft hij gezegd dat hij de raddraaiers van oudejaarsnacht liefst persoonlijk in elkaar zou slaan. Ik begrijp dat hij zowel staatsmanschap wil uitdragen als zijn achterban vergroten. Maar als je de maatschappelijke verruwing zegt te betreuren kun je jezelf niet tot woordvoerder van onderbuikgevoelens maken. Bij zijn rol hoort ook dat hij ondubbelzinnig duidelijk maakt dat misstanden in de samenleving worden aangepakt met het wetboek. En niet met de vuist.