Tegenstanders van genetische manipulatie weten er het minste van

Genetische manipulatie Felle tegenstanders van genetisch veranderde voeding dénken er veel over te weten. Maar als ze getest worden valt dat erg tegen.

Demonstratie tegen genetische manipulatie in Kaapstad in mei 2016. Het Zuid-Afrikaanse protest richtte zich ook tegen producent van GM-gewassen Monsanto.
Demonstratie tegen genetische manipulatie in Kaapstad in mei 2016. Het Zuid-Afrikaanse protest richtte zich ook tegen producent van GM-gewassen Monsanto. Foto Nic Bothma/EPA

Mensen die erg ongerust zijn over de veiligheid en ongezondheid van genetisch gemanipuleerde (GM-)voeding en die ook fel tegenstander zijn van het verbouwen van GM-gewassen, weten het minst over genetica en wetenschap. Terwijl ze zelf denken er véél van af te weten – er is sprake van zelfoverschatting.

Het is gemeten in de Verenigde Staten, waar veel GM-gewassen worden verbouwd en gebruikt, en ook in de EU-landen Frankrijk en Duitsland, waar nauwelijks GM-gewassen worden verbouwd en er weinig GM-voeding voor mensen te koop is.

Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in een maandag uitgekomen publicatie in het tijdschrift Nature Human Behaviour. De combinatie van een sterke mening, weinig kennis en kennis-zelfoverschatting komt wel voor bij tegenstanders van GM-voeding, maar niet bij klimaatsceptici die vinden dat de mens geen grote invloed heeft op klimaatopwarming.

Er is nog een groot verschil tussen de GM-tegenstanders en de klimaat–sceptici: de GM-verontrusten zijn gelijk verdeeld over het politieke spectrum. Van links tot rechts zouden we in Nederland zeggen. In de VS loopt het van liberals, via gematigden naar de conservatieven. De klimaat–sceptici zitten vrijwel allemaal in de rechtse, conservatieve hoek.

Kennisgebrek

Het is traditie, schrijven de onderzoekers in hun conclusie, om te zeggen dat tegenstand tegen GM-voedsel ontstaat door kennisgebrek. En dat wetenschapsvoorlichting die tegenstand kan verminderen. Maar dat werkt waarschijnlijk niet omdat de felste tegenstanders dénken dat ze goed op de hoogte zijn. Misschien, concluderen de onderzoekers moeten mensen „zich eerst bewust worden gemaakt van gaten in hun kennis.”

De Amerikaanse onderzoekers ondervroegen, om te beginnen, duizend Amerikanen, een representatieve steekproef uit de bevolking, met een internet-enquête. De helft kreeg vragen over GM-voeding. De andere 500 kregen vragen over de menselijke invloed op de klimaatverandering.

Twee cruciale vragen waren: Bent u tegenstander van GM-voedsel op de markt? En: Maakt u zich zorgen over de effecten van GM-voeding? Daarna volgde de vraag wat mensen, naar eigen mening, wisten over GM-voeding. De ondervraagden scoorden hun antwoord op een zevenpuntsschaal. Lage score betekent weinig kennis, hoge score veel kennis.

Vervolgens volgde een korte test met 15 ja-nee-vragen op wetenschappelijke kennis (bijvoorbeeld: „elektronen zijn kleiner dan atomen”). Vijf ervan gingen over genetica („Alle planten en dieren hebben DNA”).

Wetenschapsweetjes

Uit de analyse kwam overduidelijk dat de felste tegenstanders van GM-voeding vonden dat ze het meest van wetenschap en trouwens ook van genetica wisten. De gemiddelde score op de zevenpuntsschaal varieerde hier overigens slechts tussen 3 en 5. De mensen die fel tegen waren scoorden die 5 punten. Mensen met een afnemend sterke mening scoorden geleidelijk lager (tot 3), maar de vóórstanders van GM-voeding klommen weer naar 4 punten. Die laatsten kwamen als besten uit de kennistest.

Die test is daarna, herhaald in de VS, Frankrijk en Duitsland. De uitslag was in grote lijnen hetzelfde. Uit eerder onderzoek, uit 2005, in alle EU-landen was al eens gebleken dat sterke oppositie vaak samengaat met weinig kennis over GM-voedsel.

Tenslotte is het onderzoek in de VS nog een keer gedaan om een eind te maken aan twijfels. Misschien, was de kritiek, was de volgorde waarin de vragen waren gesteld wel van invloed op het resultaat. En trouwens: is het zo erg dat de GM-tegenstanders weinig feitenkennis over wetenschappelijke weetjes hebben? Als ze om geloofsredenen tegen zijn, of om morele redenen, of misschien wel vinden dat het dierenwelzijn wordt geschaad door GM-voeding, dan kun je heel goed tegen zijn zonder veel te weten. Het is, in de enigszins normatieve redenering van de onderzoekers, alleen irrationeel om tegen te zijn als je vanwege voedselveiligheid of gezondheidsvrees tegen GM-voeding bent.

Dus in die replicatiestudie werd de vragenvolgorde veranderd en werd gevraagd waaróm tegenstanders tegen zijn. Driekwart was tegen om redenen waar kennis aan ten grondslag ligt. Bij hen ging het over veiligheid of gezondheid.

Het is duidelijk, uit inleiding en conclusie, dat de onderzoekers ervan uitgaan dat het voor de wereld en de mensen het best is als mensen de wetenschappelijke vooruitgang en de vernieuwingen die daaruit voortvloeien omarmen.