Opinie

    • Frits Abrahams

Rutte klonk trumpiaans

Stel dat u een week geleden was gevraagd: „Welke regeringsleider gaat binnenkort zeggen dat hij het liefst persoonlijk raddraaiers zou neerslaan, maar dat hij dat niet mag?” U had mogen kiezen uit vijf leiders: Trump, Orbán, Bolsonaro, Duterte en Rutte.

Ik vermoed dat niemand Rutte zou hebben voorspeld. Ik ook niet. Maar na de persconferentie waarop Rutte die uitlating deed, moest ik wel meteen aan Trump denken. Die zou ook zoiets gezegd kunnen hebben. Sterker nog: zonder het voorbeeld van Trump zou Rutte zo’n bizarre uitspraak niet gedaan hebben.

Trump zelf heeft nooit zoiets gezegd, maar hij heeft wel herhaaldelijk geweld goedgepraat – iets wat Rutte nu in feite ook deed. Over het Republikeinse Congreslid Greg Gianforte, die een journalist van The Guardian tegen de grond gooide, zei Trump: „Iemand die dat zo doet, is mijn soort man. […] Greg is een goede vent.”

Trump zei dat er ook ‘very fine people’ waren onder de neonazi’s die in Charlottesville een jonge vrouw doodden. Verder wees hij met de kreet ‘enemy of the people’ tijdens bijeenkomsten provocerend naar het vak van de pers. Wat Trump deed, was flirten met geweld; hij kon er als president niet zelf toe overgaan, maar hij zou er niet per se tegen zijn als een ander het vuile werk wilde doen.

Omdat ik niet geloof dat Rutte veel respect en sympathie heeft voor Orbán, Bolsonaro en Duterte, ervaar ik zijn uitlating vooral als trumpiaans. Hij vindt dat hij moet kunnen zeggen wat Trump soms ook zegt. Respect heeft hij voor Trump omdat die president is van het machtigste land ter wereld; sympathie heeft hij ook voor sommige van diens standpunten.

Dat laatste bleek zondag duidelijk in de aan Rutte gewijde uitzending van Buitenhof. Van die „aan de witte wijn nippende Amsterdamse elite” die altijd zo kritisch was over Trump, moest hij niets hebben. Trump had vaak gewoon gelijk, citeerde hij instemmend de Japanse premier Abe. Tja, we hebben allemaal weleens gelijk, maar van een premier die in dezelfde uitzending zegt dat „de politiek de norm moet stellen” zou je een kritischer houding tegenover Trump mogen verwachten.

Met zijn uitval – tweemaal in één uitzending – naar „de Amsterdamse elite” treedt Rutte in de voetsporen van Geert Wilders. Wilders heeft dergelijke uitlatingen herhaaldelijk gedaan. „De linkse grachtengordelelite en de Haagse regentenkliek staan huiliehuilie te doen op de gang.”

Het is neerbuigende, generaliserende taal, bedoeld om een kritische minderheid te marginaliseren. Van Wilders kun je dat verwachten, maar Buma doet het af en toe ook en Rutte, premier nota bene, volgt ze na.

Rutte had zijn uitspraak over de raddraaiers niet voorbereid, zei hij in Buitenhof. Het klonk niet erg geloofwaardig in een weekend waarin de VVD aan een populistisch offensief tegen PVV en FvD leek begonnen.

Zaterdag gaf Klaas Dijkhoff een groot interview in De Telegraaf, waarin hij uithaalde naar ‘de drammers’ van het Klimaatakkoord. „De burger zal ik nooit laten vallen”, zei hij – uit vrees dat de burger hém laat vallen. Toen hij zijn uitspraken op straat in het NOS Journaal verdedigde, droeg hij sneakers. Lekker volks. Ik wil de VVD niet ongeruster maken dan ze al is, maar ze weten toch wel dat dit ook hét schoeisel is van raddraaiers?

    • Frits Abrahams