Nog eenmaal de totaalbeleving van Andy Murray

Australian Open Andy Murray ging maandag in Melbourne vier uur lang tot het uiterste in zijn verloren partij in de eerste ronde, ondanks zijn kapotte heup. Zijn toekomst is onzeker, maar zijn nalatenschap was allang volbracht.

Andy Murray in zijn eersterondepartij tegen Roberto Bautista Agut.
Andy Murray in zijn eersterondepartij tegen Roberto Bautista Agut. Foto’s AFP

Het is even voor elf uur maandagavond in Melbourne als Andy Murray serveert voor misschien wel zijn laatste game in zijn carrière. Na vier uur tennis strompelt hij meer dan dat hij rent en duwt hij meer met zijn racket dan dat hij slaat. De pijn van een kapotte rechterheup is soms van zijn ogen af te lezen. Bij het serveren komt hij nauwelijks meer van de grond. Eenvoudige forehands eindigen in het net.

Op wilskracht en sluwheid trekt hij er nog twee tiebreaks uit tegen de Spanjaard Roberto Bautista Agut. Maar nu, bij 5-1 in de vijfde set, is verlies onontkoombaar.

Onder zijn cap – altijd die eeuwige cap – lijken emoties zichtbaar. Op de tribune de stalen blikken van moeder Judy en oudere broer Jamie. Een staande ovatie klinkt, zoals die vrijwel de hele avond klonk tussen de punten door. Murray draait zich even om voor hij serveert, steekt een hand in de lucht, als dank. Om er vervolgens nog een schitterend punt uit te persen, bij matchpoint tegen. Taai tot de laatste snik.

Even later is het klaar – in waarschijnlijk zijn laatste wedstrijd op de Australian Open en wellicht zijn laatste partij ooit. Het wordt 6-4, 6-4, 6-7, 6-7 en 6-2. Hij heeft zichzelf gesloopt. „Als dit het einde was, was dit het beste einde dat je ons kon geven. Het herinnerde aan alles waar je voor staat”, zegt de Engelse oud-prof Mark Petchey in een interview op de baan. Hij was Murrays eerste coach op de proftour en had hem een periode in huis.

„Misschien zie ik jullie nog eens”, zegt Murray, waarmee hij de mogelijkheid op een vervolg van zijn carrière open houdt. Met trillende stem: „Ik doe alles wat mogelijk is. Als ik het wil proberen, zal ik een grote operatie moeten ondergaan, waarbij ik geen zekerheid heb om terug te keren. I’ll give it my best shot.”

Flarden van zijn klasse

De tenniswereld kreeg zo wat het wilde, nog eenmaal de totaalbeleving van Andy Murray. Met flarden van zijn klasse. De variatie in zijn slagen, de verdediging met zijn onmetelijke loopvermogen, de fenomenale returns, het tactische vernuft.

Zijn geest wilde nog wel, het lichaam minder. Het deed soms pijn hem te zien, de fysieke aftakeling zo onmiskenbaar, van een speler die lang een van de fitsten op de tour was. De heupblessure beperkt zijn beweeglijkheid aanzienlijk. Hij heeft moeite met opendraaien voor zijn achterzwaai aan de forehandzijde. En hij staat regelmatig meters achter de baseline.

In de zomer van 2017 diende de heupproblemen zich voor het eerst in volle omvang aan. In de kwartfinale op Wimbledon dat jaar kon hij tegen de Amerikaan Sam Querrey op een gegeven moment nauwelijks meer lopen. Pas in januari 2018 onderging hij een operatie.

Zijn terugkeer verliep moeizaam. Afgelopen zomer trok hij zich de middag voor het begin van Wimbledon terug – omdat hij vijf sets nog niet aan kon. Ontroerend waren de beelden na een zege in augustus op de Roemeen Marius Copil in Washington, om drie uur ’s nachts lokale tijd in een verlaten stadion: Murray op een bankje met een handdoek tegen zijn ogen gedrukt, huilend, zijn bovenlichaam schokkend.

Nu, na vijftien partijen in achttien maanden, zal Murray (31) een besluit moeten nemen over zijn toekomst. Het dilemma: óf met hevige pijn leven tot en met Wimbledon (begin juli) om daar groots afscheid te nemen, óf op kortere termijn een ingrijpende operatie ondergaan waarmee de pijn kan worden verminderd maar die ook het risico met zich meebrengt dat hij nooit meer op topniveau zal kunnen spelen. Murray vertelde maandag dat hij binnen een week zal beslissen.

Sportieve nalatenschap

Het eerbetoon dat na de wedstrijd in het stadion werd getoond – collega’s spraken in een video mooie woorden over Murray – kwam daarmee misschien te vroeg. Een officieel afscheid was dit niet, maar het had het er wel veel weg van.

Zijn sportieve nalatenschap werd de afgelopen dagen al opgemaakt in met name de Britse media, na Murrays emotionele persconferentie van vrijdag waarin hij zei dat dit mogelijk zijn laatste toernooi is. Het hakte erin – al zat het er een beetje aan te komen. De Belgische tennisverslaggever en oud-prof Filip Dewulf schreef dat „doorgewinterde journalisten” de persruimte verlieten met „roodomrande ogen en een krop in de keel”.

Murray is de eerste van de voorheen genoemde ‘Big 4’ – met Roger Federer, Rafael Nadal en Novak Djokovic – bij wie een afscheid concreet aan de orde is. Van dat viertal is hij kwalitatief de minste – tegen geen van de andere drie heeft hij een positieve onderlinge score.

Daarom is het, in wat gezien wordt als het sterkste tijdperk ooit in het mannentennis, uitzonderlijk dat hij in dit krachtenveld twee keer olympisch kampioen werd (2012, 2016), drie grand slams won en nummer één van de wereld werd.

Als Schotse antiheld is hij uitgegroeid uit tot een van de grootste Britse sporters in het moderne tijdperk. Hij wist de historische leemte in het Britse tennis eigenhandig te vullen. Met als ijkpunt Wimbledon 2013, waarmee de obsessie van 77 jaar zonder Britse winnaar (Fred Perry in 1936) ten einde kwam. The History Boy, stond de volgende dag op de voorpagina van een speciale editie van The Times. De druk die op hem rustte, was ongekend in die dagen. Ook zorgde hij er bijna persoonlijk voor dat Groot-Brittannië na 79 jaar voor het eerst weer de Davis Cup won, in 2015 in en tegen België.

Hij werd ‘Sir’ in een natie die zich soms geen raad wist met hem. Bekend is het mantra dat hij een Brit werd genoemd wanneer hij won, maar een Schot zodra hij verloor. Met zijn nukkige voorkomen en geklaag op de baan – hij vloekt er vaak vol op los richting zijn spelersbox – maakte Murray zich niet altijd populair bij het grote publiek.

Hij is geen Tim Henman

Hij is het tegenbeeld van oud-prof Tim Henman, een upper class jongen uit Oxford, die met zijn optredens op Wimbledon uitgroeide tot de favoriete zoon van het Britse tennis. „Deze intense jonge Schot was iets anders”, schrijft Observer-columnist Kevin McKenna. „Hij leek het protocol van de Britse nederlaag niet te hebben gelezen of begrepen.

Het Britse publiek was er gewend aan geraakt dat voormalig spelers als Henman, Sue Barker (nu BBC-presentator) en John Lloyd „eloquent” spraken na weer een nieuwe maar „elegante” nederlaag, schrijft McKenna. Murray – die net als zijn broer in zijn jeugd de schietpartij meemaakte op hun school in Dunblane (1996), waarbij zestien kinderen omkwamen – leek daarentegen volkomen „pissed” na verlies en leek het niet op prijs te stellen daar „domme vragen” over te krijgen. „Ook glimlacht hij niet zoveel als hij zou moeten doen na overwinningen.”

Dat beeld over hem is gekanteld. Engeland is van hem gaan houden, schrijft McKenna. Ze waarderen nu zijn „bloed, zweet en tranen” en zijn successen voor de olympische ploeg en het Davis Cup-team. Hij heeft zich geprofileerd door zich uit te spreken voor vrouwenrechten – zoals gelijk prijzengeld voor mannen en vrouwen – en nam een vrouwelijke coach (oud-tennisser Amélie Mauresmo) in dienst – uitzonderlijk in het mannentennis.

Lees ook: Amélie Mauresmo werd in 2015 Murrays nieuwe sterke vrouw.

In een commentaar prijst de Observer de ontwikkeling die Murray heeft doorgemaakt. Hij wordt „een bedachtzame, eigenzinnige sporter” genoemd, „ die bereid is om zijn mening te uiten”. Moeder Judy zei in 2016 in Rotterdam, na een trainerscongres van de Nederlandse tennisbond, over haar twee zoons: „Ik ben trots op hoe ze zijn als mensen, het zijn goede jongens.”

Murray deed het ondenkbare – als Brit Wimbledon winnen. Daarmee was zijn nalatenschap al jaren terug volbracht. De vraag, nu als nummer 229 van de wereld, met een broze heup: kan hij weer het onmogelijke doen, en nog terugkeren?

    • Steven Verseput