Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Nieuwe trui

None

Omdat ik per direct een nieuwe trui nodig had liep ik het gigantische filiaal van Primark aan het Amsterdamse Damrak binnen. Ik was daar nog nooit geweest. Ik was de enige niet bij de stellages met extreem goedkope truien en sweaters. Met tientallen handen uit allerlei landen woelden we in een enorme berg katoen. De mensen wekten allemaal de indruk dat ze net als ik enorme haast hadden. Ik begon me al snel net als de rest te gedragen; ik begon te trekken, te sjorren en te smijten op zoek naar de juiste maat. Ik vond het een mooi idee dat we er straks waarschijnlijk hetzelfde bijliepen: onze truien als symbool voor onze middelmaat. Omdat het zo goedkoop was graaide ik een zwarte, ook nog een groene en een blauwe trui.

Met de buit tegen de borst gedrukt voegde ik me in de rij, een lange kronkelige slang ongeduld. De telefoon had geen bereik. Het was geen beleid, zei het meisje voor me, het kwam doordat dit stuk winkel zich onder de grond bevond.

Een vrouw achter een van de kassa’s schreeuwde me toe.

„Hee, hee, hello.. waiting...”

Welke kassa?

Er waren er wel vijftig.

Ik gooide die truien voor haar neer.

Ze moest me zo snel mogelijk afhandelen. De truien waren zo goedkoop dat er geen beveiligingsclip aan zat, dus ze hoefde ze alleen te scannen. Ze was Engelstalig. Ze vond Amsterdam een leuke stad, maar qua kutleven had ze ook net zo goed in Dublin kunnen blijven.

Next.

Voor ik het wist stond ik buiten met m’n papieren tas met lichtblauwe letters. Vijf minuten binnen geweest, niks meegemaakt, toch een ervaring rijker. Ik had een keer een stukje gezien van de EO-serie Genaaid, waarin beginnende modeontwerpers op katoenvelden in Myanmar stonden te huilen van ellende, maar dit was ook mensonterend. Daarna kwam al snel de stille hoop dat Jeroen van Bergeijk hier een paar maandjes wil rondlopen. Ik heb diep respect voor journalisten die hun eigen leven willen vergooien voor een verhaal. Toen hij nog uitgevertje was, sprak ik weleens met hem af. De laatste keer had hij twee blauwe ogen en wat gestold bloed in zijn baardje. Hij lulde er prima overheen met een verhaal over een plan om binnen veertig dagen naar Santiago de Compostela te wandelen. Daarna zag ik hem nooit meer, tot hij opeens opdook met een geweldig, Günter Wallraff-achtig boekje over zijn ervaringen als Uber-chauffeur. Later las ik in de Volkskrant dat hij aan de slag was gegaan in het magazijn van bol.com. Dan kan in Primark een paar maanden rondhangen er ook nog wel bij, ik heb ter aanmoediging nog wel een groene trui voor hem.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen