Leiderschapskwaliteit van een driejarige

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: waarom Amerikaanse kleuters aanbevelingsbrieven moeten schrijven.
Illustratie Eliane Gerrits

‘Als een natuurlijke leider neemt hij altijd het voortouw en weet hij anderen mee te nemen. Initiatiefrijk en creatief treedt hij buiten de gebaande paden. Hij houdt van intellectuele uitdagingen, die hem niet complex genoeg kunnen zijn. Zijn analytische kwaliteiten en wetenschappelijke interesse zijn groot. Daarenboven heeft hij een sterk empathisch vermogen.”

Aldus een fragment uit de aanbevelingsbrief die een kennis schreef voor de zoon van zijn collega. Voor de toelating op een zeer selectieve privéschool. Let wel, een kleuterschool. Het jongetje was drie. Zijn intellectuele uitdagingen bestaan uit het stapelen van blokken. En welke peuter treedt niet buiten de gebaande paden, zeker aan tafel met een bord pasta.

Zes brieven waren nodig bij de aanmelding voor deze school waar de ouders zo hun zinnen op hadden gezet. Eenmaal binnen lag voor hun koter de weg geplaveid naar succes, buitengesloten wachtte hem een duister pad vol hindernissen – althans in de ogen van de ouders.

In Amerika besteed je veel tijd aan aanbevelingsbrieven. Leraren schrijven voor al hun leerlingen, maar ook ouders, vrienden en collega’s worden aangesproken. Het is onderdeel van de cultuur. Allen zijn op zoek naar hetzelfde: een volstrekt uniek persoon. Vol van leiderschap, analytisch inzicht, creativiteit, intelligentie en passie. Als je de verzamelde brieven leest, is iedereen een Einstein of een Oprah.

De meeste mensen zijn natuurlijk gemiddeld. Ze zijn een beetje van dit, een beetje van dat. Geen uitblinkers. Maar hier moet je dat wel zijn. En anders verzin je het maar. Zoals met die driejarige, die waarschijnlijk een puzzel van een ander kindje afpakte, die in elkaar zette en vervolgens door de kamer smeet. Om daarna op aandringen van zijn moeder sorry te zeggen tegen het krijsende zusje dat de stukken tegen haar wang kreeg. Creatief, excellent, oplossingsgericht, empathisch denken – het zat er allemaal in.

Amerika helpt kinderen een handje. Zo heeft elk sportteam na het seizoen een afsluitende avond waar ten overstaan van vrienden, ouders en grootouders medailles worden uitgedeeld. Voor de hoogste score, de meeste kansen, leiderschapskwaliteiten, empathie, inzicht, enzovoort. Uiteindelijk krijgt iedereen wel een medaille. Allemaal nummer één.

Op een van die avonden maakte ik mee dat ouders boos werden omdat hun zoon niet met de leiderschapstrofee van het podium afdaalde. „Wat een afgang”, beet de vader, succesvol plastisch chirurg, zijn veertienjarige zoon toe, die hem trots de prijs liet zien voor het meest behulpzame teamlid. „Je hebt zeker de waterflessen gevuld.” Wat moest hij daar nu mee als hij straks brieven nodig had voor de beste scholen?

Op dit moment is het brievencircus in volle gang. Iedereen die zich ergens voor heeft aangemeld, heeft aanbevelingen nodig. Er is daarmee een schreeuwend tekort aan superlatieven ontstaan. Excellent, exemplarisch, eminent, voortreffelijk, uitmuntend – je bent er zo doorheen. Heerlijk om vast te stellen dat iedereen bijzonder en uniek is. Eigenlijk ben ik het daar wel mee eens.

Reacties naar pdejong@ias.edu.