In dit voetbalteam is één schoen per speler genoeg

Amputatievoetbal

Nooit meer voetballen. Het is een van de eerste gedachten voor jonge mannen bij wie een been is geamputeerd. In het Nederlands Amputatieteam kunnen ze hun sport weer beoefenen. PSV ondersteunt het.

Spelers van het Nederlands Amputatieteam op de training.
Spelers van het Nederlands Amputatieteam op de training. Foto Merlin Daleman

Trainer Adri van Ingen is bezig met een toespraak in de kleedkamer van de Utrechtse amateurclub UVV. Op de bankjes luistert het Nederlands Amputatieteam voor voetballers aandachtig naar de bondscoach. Er zijn vandaag zes veldspelers met in totaal zes benen, en twee eenarmige keepers. In de hoek van de kleedkamer staan de krukken al klaar, tijdens het omkleden gaan de protheses af en de korte broeken aan. Eén voetbalschoen per speler is genoeg.

„We krijgen binnenkort een nieuwe jongen”, begint trainer Van Ingen zijn verhaal. „Hij is anderhalve maand geleden geamputeerd, en is helemaal leip van voetbal. Hij had me twee dagen na zijn amputatie al een berichtje gestuurd of-ie mee kon doen.” Knikkende spelers, blikken van herkenning. „Wat heeft-ie?” Van Ingen: „Geen kanker of zo, maar een bacterie.” Goedkeurend gemompel vanuit de kleedkamer. „Een bacterie, kijk, die hadden we nog niet.”

Voetballen als je een van je ledematen mist. Dat is de gedachte achter het Nederlands Amputatieteam, voetbal voor spelers bij wie een been ontbreekt en keepers die een arm missen. Op een klein veld wordt zeven tegen zeven gespeeld, ondersteund door krukken, schieten mag alleen met het goed werkende been.

Vijf jaar geleden werd het team opgericht, inmiddels wordt er wekelijks getraind en zijn er zo’n veertig interlands gespeeld. De sport is nog niet officieel erkend door de KNVB, maar maandag maakte PSV bekend het amputatievoetbal te gaan ondersteunen door het op te nemen in een nieuwe voetbaltak. Wekelijks zal er onder de vlag van PSV getraind worden, op het complex van de PSV Foundation, vanaf volgend seizoen wordt zelfs meegedaan aan de Europa League.

Spelers uit het hele land

De kleedkamerdeur gaat open. „Goedemorgen allemaal.” „Goedemorgen? Goedemiddag. Je bent weer lekker op tijd, beest.” In de Utrechtse kleedkamer wordt voor de training niet alleen omgekleed, maar ook bijgepraat. De spelers komen uit het hele land, de oudste is 32, de jongste veertien. De een roept waar het shirt met nummer negen nou toch weer is, de ander gelooft niet dat zijn teamgenoten in de winterstop aan conditietraining hebben gedaan („Wat lopen jullie nou te mauwen!”). En tussendoor vallen de woorden ziekenhuis, behandeling en medicatie. Iedereen kent wel iemand die nog steeds ernstig ziek is.

In de hoek zit aanvoerder Wesley van Ingen (32), zoon van de trainer. Hij is sinds het begin speler van het Nederlandse Amputatieteam. Op zijn dertiende is voetbal alles wat er is. En hij heeft talent, Feyenoord klopt aan de deur, het Noord-Hollands elftal wil hem erbij hebben. Niet veel later zit Wesley in het ziekenhuis, omdat zijn knie na een tik op het voetbalveld dik blijft. Het blijkt botkanker. Al snel komt het bericht: als ze zijn been niet amputeren gaat hij waarschijnlijk dood. „Toen dacht ik meteen: dat betekent nooit meer voetballen. Je denkt niet eens aan lopen of werken, maar aan voetballen voor school, voetballen na school, voetballen op de club en thuis voetballen met een ballon. Voetbal was altijd en voetbal was alles.”

Tekst loopt door onder de foto

Training van het Nederlands Amputatieteam Foto Merlin Daleman

De amateurclub van Wesley van Ingen zit op 200 meter van zijn huis. Maar nadat zijn been geamputeerd is, komt hij er nooit meer. Hij kan het niet verwerken, zijn leeftijdsgenootjes op dat veld, zij wel, maar hij niet. Vijftien jaar lang ziet Wesley geen voetbalveld meer. Totdat hij op internet bij toeval een berichtje tegenkomt over het amputatievoetbal. Hij reageert, de eerste training is op het grasveld van een atletiekbaan in Hoorn. Het rennen op krukken blijkt lastig, hij is zijn prothese gewend, en die moet uit. „Maar alles was geweldig. Die bal rolt en het enige waaraan je denkt is een goal maken. En ik was er goed in. Voordeeltje: ik ben links en ik heb mijn linkerbeen nog.”

Geen nationale competitie

Internationaal is amputatievoetbal groter dan in Nederland. Zo hebben profclubs als Manchester City een eigen amputatieteam, en zien vorig jaar zo’n 40.000 toeschouwers hoe Turkije in de finale van het EK in blessuretijd van Engeland wint. In 2019 zijn er plannen voor een heuse Champions League, waaraan geen Nederlands team mee zal doen omdat hier geen nationale competitie is. Deels komt dat door de relatieve onbekendheid van de sport, maar ook het beperkte aantal mensen met een amputatie speelt een rol. Volgens de stichting Korter maar Krachtig zijn er in Nederland elk jaar ongeveer 3.200 mensen die een amputatie van een been of arm moeten ondergaan. Maar de meesten van hen zijn 65 jaar of ouder.

Het doel van het Nederlands Amputatieteam is het EK van 2020. Met dat in het achterhoofd wordt de training uitermate serieus genomen. Tijdens de warming-up bewegen de oranje krukken van de veldspelers razendsnel van voor naar achter en van links naar rechts. Het afronden op doel bestaat uit een kaats met de trainer, waarna de krukken als vervanger van het standbeen voor de balans zorgen, met verrassend harde schoten tot gevolg.

De achttienjarige Youri Plooster komt elke week vanuit het Zuid-Hollandse Oud-Alblas naar de training. Vanaf zijn zesde voetbalt hij wanneer hij maar kan, hij is een snelle aanvaller. Als Youri twaalf is, rijdt hij met zijn vriendjes op de fiets van school naar huis. Bij een kruispunt denkt hij dat een vrachtwagen hem voorrang zal verlenen. Dat gebeurt niet, de vrachtwagen rijdt over zijn been heen.

Klompvoet of amputatie

In het ziekenhuis kan hij kiezen tussen een klompvoet of een amputatie. Hij kiest het laatste, want dan kan hij zich met een prothese vrijer bewegen. „Ik vind amputatievoetbal misschien nog wel leuker dan gewoon voetbal. Weet je, dit ben ik nu, dit hoort bij mij. En iedereen hier weet hoe het is om een been te missen. Daarom is de sfeer ook zo leuk. Soms is het lachen om onzin, en soms hebben we hele serieuze gesprekken.”

Het doel van het team is om een stap verder te zetten. Aanvoerder Wesley van Ingen hoopt op meer spelers, zodat het team kan selecteren, en het niveau omhooggaat. Maar, zo benadrukt hij, minstens zo belangrijk is de lach op zijn gezicht, elke training weer. „Ik sta weer op een veld, ik raak de bal weer. Ja, hoe moet ik het uitleggen? Eigenlijk is het heel simpel: ik ben gewoon gelukkiger omdat ik weer kan voetballen.”

In de kleedkamer van het Nederlands Amputatieteam. Foto Merlin Daleman
    • Bram Endedijk