Recensie

Recensie Theater

De man als olifant in de kamer in voorstelling over Duras

Theater Door de warme, toegankelijke sfeer doet ‘L’amour Duras’ over schrijver Marguerite Duras wat denken aan een leesclub. Op de achtergrond werkt een man aan kleurrijke schilderijen van papier-maché.

‘L’amour Duras’ is het negende deel in een serie van Maatschappij Discordia over het vrouwelijke perspectief in de literatuur.
‘L’amour Duras’ is het negende deel in een serie van Maatschappij Discordia over het vrouwelijke perspectief in de literatuur. Foto Bert Nienhuis

Marguerite Duras keerde tijdens haar lange schrijversloopbaan meermaals terug naar hetzelfde semi-autobiografische verhaal, vertellen Margijn Bosch, Annette Kouwenhoven en Miranda Prein in de beginminuten van L’amour Duras. De voorstelling is het nieuwe, negende deel van de Weiblicher Akt-reeks, waarin Maatschappij Discordia zich richt op het vrouwelijke perspectief in klassieke literatuur. Zowel in een van Duras’ eerste romans, Un barrage contre le Pacifique (1950), als in de latere boeken L’amant (1984) en L’amant de la Chine du Nord (1991) beschreef ze de relatie tussen een minderjarig meisje en een volwassen Chinese miljardair in het voormalige Indochina (nu Vietnam). De drie actrices nemen allemaal een van de drie boeken voor hun rekening; ze volgen min of meer dezelfde chronologie en wisselen elkaar af in de vertelling, waardoor de verschillende versies op interessante manieren met elkaar contrasteren.

Vrouwelijke opoffering

De vorm van L’amour Duras doet wat denken aan een leesclub: de fragmenten uit Duras’ romans worden dikwijls onderbroken door bespiegelingen van de actrices. Het levert, zoals gebruikelijk bij Discordia, een warme, toegankelijke sfeer op, waar het respect voor de schrijver enkele kritische kanttekeningen niet in de weg staat. Zo reageren Bosch, Kouwenhoven en Prein met enige scepsis op Duras’ tamelijk romantische beschrijving van de ontmaagding van het meisje, en staan ze regelmatig stil bij de subtiele verschillen tussen de verhalen – wat betekent het dat het hoofdpersonage in de ene versie veertien is en in de andere vijftien, of dat haar ontmaagding ofwel redelijk snel plaatsvindt ofwel jaren op zich laat wachten? Een van de meest interessante vragen die worden opgeworpen komt naar aanleiding van Duras’ verwerping van de vrouwelijke opoffering aan de liefde. De actrices zijn het er niet over eens of de vrouw die sterft aan de liefde een schadelijk literair cliché is, of een dramatisch gegeven als ieder ander. Moet goede literatuur ook het goede voorbeeld geven?

Jan Joris Lamers is de zwijgende vierde speler. Hij negeert de andere drie en richt zich op een beeldend werk dat hij tegen de achterwand maakt, kleurrijke schilderijen van papier-maché. Terwijl de actrices door de ruimte lopen moeten ze af en toe om Lamers heen bewegen – hij neemt steeds, op een bijna passief-aggressieve manier, net te veel plaats in. Het is een mooi gegeven voor een vertelling over de feministische Duras – de man als olifant in de kamer, waartoe de vrouwen zich met tegenzin moeten verhouden. Met verraderlijk eenvoudige middelen weten de makers zo een gelaagde beschouwing op liefde en herinnering op te bouwen.