Recensie

Recensie Muziek

Vuurballen en weke knieën bij Architects ‘Holy Hell’-tour

Metalcoreband Architects wijdde zijn nieuwe album én tour aan de overleden oprichter Tom Searle. Maar hun concert bleef lang te steriel en opgepompt voor echte emotie.

Metalcoreband Architects
Metalcoreband Architects Foto MOJO
    • Peter van der Ploeg

„Dat wordt huilen”, zegt een fan tegen haar vrienden, als Architects-zanger Sam Carter ‘Holy Hell’ aankondigt, het titelnummer van het in november uitgebrachte achtste album van de band uit Brighton. Dat album staat in het teken van de in 2016 aan de gevolgen van kanker overleden gitarist en bandoprichter Tom Searle, en dat nummer vormt het hart van die plaat. Zijn tweelingbroer Dan Searle zit nog altijd achter de drumkit van Architects en schreef het meeste nieuwe werk. Da’s heavy.

Architects maakt agressieve, intense metalcore met een nadruk op ritme, en wat minder op melodie. Ze stonden anderhalf jaar terug nog op Lowlands en bijna precies een jaar geleden in de Tilburgse 013. Maar naar de grotere Afas Live in Amsterdam heeft de band Holy Hell mee, een verwerkingsplaat waarin de band al hun verlies en lijden heeft gestoken.

De korte documentaire die de band maakte over het nieuwe album:

Echt emotioneel werd het evengoed niet. Daarvoor is de opgepompte sportschoolmetal van Architects gewoonweg te steriel. Te veel nummers verdwenen in een brij van ritmes, zonder veel houvast of karakter. Soms was het daardoor alsof je een poosje naar een ingewikkelde machine stond te kijken: hij loopt als een zonnetje, maar wat maakt-ie eigenlijk? De band bleef er ook, met uitzondering van Carter, ijzerenheinig bij staan, ondanks de vuurballen die ze om de oren vlogen.

Maar áls die machine er dan een coherent, dynamisch liedje uitpompte, kwam die meteen aan als een moker, met tot diep in de organen gevoelde dubbele basdrum. Sterke songs als ‘Death is not Defeat’, ‘Royal Beggars’ en ‘Naysayer’ maakten de stap naar zo’n grote zaal ook beter te begrijpen.

Mooi was het lange, harde applaus dat drummer Dan Searle kreeg, de broer die vond dat de band door moest gaan om af te maken wat Tom was begonnen. „Souls don’t break, they bend” krijste Carter in de schrijnend mooie afsluiter ‘Doomsday’, waarna in een groot, oplichtend hart op de achtergrond de initialen van Tom Searle verschenen. Werd het toch nog moeilijk niet een beetje weke knieën te krijgen.