Recensie

Recensie Muziek

Betoverende nachtmuziek bij ensemble LUDWIG

Voor hun nieuwe productie ‘Maangezicht’ programmeerde muziekcollectief LUDWIG een concert met louter nachtmuziek.

Musici van het collectief LUDWIG.
Musici van het collectief LUDWIG. Foto Sake Elzinga

Een kaartenbakorkestje, zo werd muziekcollectief LUDWIG spottend genoemd bij hun oprichting in 2011. Een kleine acht jaar, de nodige jubelrecensies en een Grammy Award later heeft hun projectmatige, hyperflexibele werkwijze zich dubbel en dwars bewezen. Het geheim: bij LUWDIG staat de inhoud voorop, aldus artistiek leider Peppie Wiersma in een interview met deze krant. De juiste mensen worden daar vervolgens bij gezocht.

Voor hun nieuwe productie Maangezicht programmeerde LUDWIG een concert „in nachtelijke sferen”, compleet met podiumbrede projecties van een verkleurende sterrenhemel. Ook opvallend: de glansrol voor de bassethoorn, de donkerder voorloper van de moderne klarinet.

De Nederlandse componist Max Knigge (1984) voerde beide rietinstrumenten ten tonele in een premièrewerk met de prachtige (half)rijmtitel Zacht en licht lacht het maangezicht. Tertsmotieven van de twee blazers sijpelden traag door in een strijksextet. Het effect: een muzikaal equivalent van druppels op een maanbeschenen wateroppervlak. Tonen waaierden langzaam rimpelend en kabbelend uit tot kleurrijke akkoorden, totdat de nachtelijke droom uiteenspatte in een plotseling geagiteerd intermezzo.

Musiceerden de LUDWIG-leden vlekkeloos in Knigges Maangezicht, in Schönbergs motivisch dichtbegroeide en harmonisch complexe Verklärte Nacht leek de ad-hocbezetting zich te wreken. Een wat troebele klankbalans, herhaaldelijke intonatieproblemen, stroperige overgangen en stokkende tempi maakten dat de turbulente liefdeslyriek maar niet wilde vonken.

Na de pauze revancheerde LUDWIG zich met een meesterlijke uitvoering van Mendelssohns eerste Konzertstück, vooral dankzij weergaloos solowerk van Arjan Woudenberg (klarinet) en Bart de Kater (bassethoorn).

Mendelsohns toneelmuziek bij Shakespeare’s Midzomernachtsdroom klonk integraal in een vernuftige ensemblebewerking door – andermaal – Knigge. Alleen in de ouverture fladderden de elfenvleugeltjes wat stroef, omdat de fijnmazige (viervoudig opgesplitste) vioolpartijen uit de oorspronkelijke orkestpartituur nu eenmaal minder heiig klinken in een enkelvoudige strijkersbezetting.

Het beroemde ‘scherzo’ en de el fenmars klonken niettemin transparant en puntig, met bassist Wilmar de Visser en cellist Michael Müller die handig bijklusten op triangel en bekken. Met haar lenige, heldere sopraan bleek Laetitia Gerards de gedroomde opperelf in het Lied You spotted snakes, terwijl hoornist Laurens Otto fraai soleerde in de Notturno.