Opinie

Regenbooggeweld

Het leken wel vijf dagen van nationale rouw, afgelopen week. Massaal wapperde de regenboogvlag – nog net niet halfstok – op stations, kerken, gemeentehuizen en bij bedrijven. In Amsterdam kwamen honderden mensen bijeen voor een ‘viering van de liefde’. Bijbelteksten werden voorgedragen, burgemeester Halsema was er ook. „Er valt nog een wereld te winnen”, zeiden de mensen.

Ook in de provincie buitelden ze over elkaar om lhbt’ers de liefde te verklaren. In Zundert wapperde de regenboogvlag, net als in Dronten, Brummen, Lochem, Meerssen en Haaksbergen. In Oosterhout stonden ze ook te popelen om hun inclusiviteit van de daken te schreeuwen, maar moesten ze nog even geduld hebben. Bij de Dokkumer vlaggenleverancier was een wachtlijst ontstaan, nadat plotseling tweehonderd extra bestellingen waren binnengekomen. In ‘regenboogstad’ Zwolle wilde het gemeentebestuur aanvankelijk de hype negeren, maar moest het inbinden nadat de voltallige raad het erover eens was dat Zwolle niet kon achterblijven in het vlaggengeweld. Ook daar moest de nationale zeskleur in de top.

Het wedstrijdje homoknuffelen bestond uit gelijke delen goedzakkerigheid en opportunistische gemeentemarketing. Iedereen wilde laten zien geen achterlijke provinciestad te zijn, maar een aantrekkelijke plaats voor talentvolle, jonge, hoogopgeleide mensen, met dito nageslacht in het verschiet. En talentvolle, hoogopgeleide, jonge mensen zien hun levensstijl en overtuiging graag weerspiegeld op het dak van de gemeente. Naast een handvol zonnecellen en een 5G mast is een regenboogvlag dus onmisbaar.

Maar even serieus: wat was de oorzaak van deze nationale uitbarsting van gedramatiseerde solidariteit? Was er een aanslag gepleegd? Waren er homostellen op straat in elkaar geslagen? Nee, er was een vodje van een verklaring ondertekend door tweehonderd marginale predikanten, een verwarde VU-hoogleraar en een godsdienstwaanzinnig Kamerlid. Zoiets volstaat om dit land massaal in tranen te doen uitbarsten. Hoe bestaat dit anno 2019?, riep men vol ongeloof uit. Waarom denkt nog steeds niet iedereen precies zoals wij?

Wat deze week weer eens duidelijk werd, is dat relativeringssmechanismen in dit land volledig stuk zijn. Deze anti-lhbt teksten staan niet wekelijks op een mainstream miljoenenblog. Ze kwamen niet uit het programma van de tweede partij van dit land. Het was een kleine rimpeling in de vijver. Maar kleine rimpelingen kunnen de Hollandse kudde zomaar op hol doen slaan.

Ik maak me daar natuurlijk nu ook schuldig aan door er hier een column aan te wijden. En toch wil ik er hier en nu iets over zeggen: namelijk dat het wel degelijk schadelijk kan zijn, deze hysterie. Want deze door het internetvliegwiel veroorzaakte ophef geeft zo’n vertekend beeld van de realiteit. In werkelijkheid gaat het namelijk uitstekend met lhbt-emancipatie in Nederland. Natuurlijk lijdt nog steeds menig lhbt-kind dat opgroeit in een conservatieve gemeenschap. Maar voor wie dat ontworstelt, wacht een maatschappij waar het barst van de lhbt-rolmodellen op prominente plekken.

Het is bijna makkelijker en in ieder geval minder opmerkelijk om als homo fractievoorzitter te worden in de Tweede Kamer dan als vrouw. Sterker nog, soms lijkt het wel alsof het belang van lhbt-emancipatie het enige is waar we het in grote meerderheid over eens kunnen worden in dit land.

Trans-mensen hebben het nog steeds het zwaarst. Maar ook hun emancipatie lijkt op stoom te komen. De grootste misvatting is dat het dit soort bevindelijk gereformeerde ondertekenaars zijn die het grootste probleem vormen voor hun emancipatie. Het grootste probleem vormen de gewone mensen. U en ik. Er zijn nog grote normalisatie-stappen te maken.

Maar hoe komt de ophef over op jonge homogeliefden? Iemand die transitie overweegt? Of al die mensen in de kast die zich een voorstelling proberen te maken van de reacties op hun coming out. Die zouden zomaar het idee kunnen krijgen dat die hele Nashville-verklaring een weerspiegeling is van een brede belangrijke stroming. Terwijl het in werkelijkheid een wanhoopskreet is van een slinkend clubje extremisten. De vlaggenparade deze week was vooral een reactie op een geïmagineerde homo-hatende tegenstander, een geestesverschijning. Het is echt zonde om die groter te maken dan hij is.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.