‘Prins Bernhard en zijn zakenpartners kregen dwangsom opgelegd’

Volgens het Parool verhuurden ze panden aan te grote groepen mensen. Ze hebben altijd gezegd niet op de hoogte te zijn geweest van de overtreding.

Prins Bernhard van Oranje tijdens een presentatie op Circuit Zandvoort.
Prins Bernhard van Oranje tijdens een presentatie op Circuit Zandvoort. Foto Lex van Lieshout/ANP

Prins Bernhard jr. en zijn zakenpartners hebben een dwangsom opgelegd gekregen door de gemeente Amsterdam omdat ze panden verhuurden aan te veel mensen zonder dat daar een vergunning voor was. Ze waren daarvoor al meerdere keren gewaarschuwd. Dat schrijft het Parool zaterdag.

Volgens de krant kregen Bernhard jr. en zijn zakenpartners Paul-Louis Napoleon Mol, Menno de Jong en Coen Groeneveld in juni 2017 een eerste aangetekende brief van de gemeente met een waarschuwing dat ze in overtreding waren omdat ze een huis verhuurden aan zes personen zonder vergunning. In december stuurde de gemeente, na nieuw onderzoek, meer brieven naar de vastgoedbeleggers over verhuur aan te grote groepen. Omdat Bernhard en zijn zakenpartners geen maatregelen troffen, volgde vanuit de gemeente eerst een laatste waarschuwing - een voornemen tot een last tot dwangsom - en uiteindelijk een last onder dwangsom. Eind mei 2018 werden de benodigde vergunningen verstrekt.

Lees ook dit profiel: De vrije jongen van de Oranjes

Prins Bernhard heeft altijd ontkend dat hij op de hoogte was van de overtreding. Hij laat in een reactie aan het Parool weten dat hij het beheer van zijn panden heeft uitbesteed aan een bedrijf en “dit geldt ook voor de afhandeling van alle correspondentie hieromtrent”. Uit documenten die de krant heeft opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (WOB) blijkt dat de waarschuwingen aangetekend zijn verstuurd aan ‘Zijne Hoogheid Bernhard Lucas Emmanuel prins van Oranje-Nassau’.

Van Haga

Ook VVD-Kamerlid Wybren van Haga kreeg in februari een waarschuwing van de gemeente dat hij een einde moest maken aan de verhuur van een van zijn huizen aan zes personen. Van Haga zegt in een reactie tegen het Parool dat hij problemen had met de huurder die de kamer weer onderverhuurde. Uiteindelijk is de huurder vertrokken en is “de situatie op 1 april gelegaliseerd”. Van Haga kwam in opspraak nadat bleek dat hij in Amsterdam verhuurregels had overtreden. De VVD begon vervolgens een integriteitsonderzoek. Uit onderzoek van NRC bleek dat Van Haga zelf contact met huurders zocht om te zorgen dat ze zouden verhuizen, terwijl hij bij zijn aantreden in de Kamer had gezegd afstand te hebben genomen van zijn vastgoedactiviteiten.

Bij verhuur aan meer dan twee personen moet een vergunning bij de gemeente Amsterdam worden aangevraagd. Om deze te krijgen moeten de kamers bijvoorbeeld goed geïsoleerd zijn om overlast te voorkomen en moet er een gemeenschappelijke ruimte zijn.

Prins Bernhard is als aandeelhouder van vastgoedbedrijf Pinnacle een van de grootste vastgoedbeleggers in Amsterdam. Hij heeft, zowel zakelijk als privé, meer dan driehonderd woningen. In november 2017 onthulde het Parool al dat de verhuur van een deel van de panden in de stad niet volgens de regels ging.