Opinie

    • ---
Hulpverlening

Maar wat wil de nieuwe dakloze zelf?

Illustratie
Illustratie Cyprian Koscielniak

In het artikel Voor de nieuwe dakloze is maar weinig plek (10/1) wordt door middel van het verhaal van Ben duidelijk gemaakt hoe moeilijk het is om opvang te krijgen als je op straat komt te staan. In dit geval betreft het een man wiens cafetaria na drieëntwintig jaar failliet ging. Er kwam een executieveiling van de inventaris van zijn cafetaria en een deurwaarder liet de politie zijn huisdeur forceren, om al zijn bezit via opbod aan belangstellenden te verkopen. En toen had hij niks meer. Dat maak hem een zogenoemde ‘nieuwe dakloze’. Hij heeft geen verslaving en hij heeft geen psychiatrische problematiek. Er komt geen hulp.

Maar wat nog veel schrijnender is dan een opvangsysteem dat niet aansluit bij de vraag die er ligt, is de wijze waarop er met het falende systeem wordt omgegaan. De oplossing is het aanstellen van een ‘cliëntondersteuner’ (verplicht voor elke gemeente) die mensen als Ben ‘langs de bureaucratie leidt’. Er worden dus professionals ingezet – en betaald – om burgers wegwijs te maken in het professionele hulpaanbod. Die formele zorg op zichzelf zou al in dienst moeten staan van de burger (en de samenleving). Is er dan niemand die bedenkt om te vertrekken vanuit de vraag die ontstaat wanneer iemand op straat komt te staan? En wellicht dat we dan een einde kunnen maken aan een hulpverleningssysteem dat zichzelf op dit moment vooral in stand houdt.


Docent Academie voor Sociale Studies Breda