De dingen die er altijd zijn

Illustratie Roland Blokhuizen

De Noorse archeoloog Bjørnar Olsen schreef in 2010 een boek getiteld In Defense of Things. Ter verdediging van de dingen. Dat was nodig, vond hij, want de dingen zijn zo vanzelfsprekend dat ze vaak vergeten worden, vooral in de sociale wetenschappen. Daar tiert welig het misverstand dat de samenleving alleen uit mensen bestaat. Terwijl zonder huizen, wasmachines, pennen, telefoons, bruggen, sleutels, zaklantaarns en stoelen de samenleving knarsend tot stilstand zou komen. En als er één historische trend is, zegt Olsen, dan is het dat dingen steeds belangrijker worden. Steeds meer taken zijn in de loop van de geschiedenis aan dingen uitbesteed.

Het is een interessant gezichtspunt, en als je zijn boek uit hebt, ben je geneigd Olsen gelijk te geven. Eén van zijn sterke argumenten is de stabiliserende werking die hij aan dingen toekent – het is ook een belangrijk thema in het werk van de Franse filosoof en antropoloog Bruno Latour.

We worden niet elke dag wakker in een wereld die compleet nieuw is, de dingen die ons omringen zijn er gewoon nog. De wekker, het bed, de badkamer, de keuken, de fiets, het fietspad naar kantoor, het bureau, de la met potloden en een nietmachine. En terwijl sociologen en antropologen erop zullen wijzen dat ze heus wel weten dat de mensen niet elke dag opnieuw hoeven te beginnen, dat ze kunnen voortborduren op taal, relaties, gewoontes, kortom op cultuur, betoogt Olsen dat dat allemaal niet mogelijk zou zijn zonder huizen, straten, kabels en telefoons.

Omdat die spullen betrekkelijk duurzaam zijn, hardware, hebben ze ook een dempende invloed op de veranderlijkheden van het dagelijks leven. Dat huis staat er gewoon nog, de weg ook. Ze zijn er vaak al lang, ze dragen de sporen van de geschiedenis en zijn het decor van talloze herinneringen.

Ze zijn een deel van de biografie van de gebruikers geworden. Sterker nog: een deel van hun lichaam. De badkamer waarin je blind je weg kunt vinden, de fiets die je gedachteloos bestuurt, de la die je zonder te kijken kunt opentrekken, de schalen die je op de tast kunt vinden. Ze bestaan in de vingers, de armen, de benen en het hoofd van de mensen.

En daarom is het zo traumatisch als die hele dingenwereld door natuurgeweld of oorlog verwoest wordt. Mensen die tussen puinhopen van hun stad staan, zijn niet alleen hun spullen, maar ook een deel van zichzelf kwijt.

Ook iets kwijt of teruggevonden? Stuur een mail aan kwijt@nrc.nl.
    • Warna Oosterbaan