Opinie

    • Caroline de Gruyter

Borstvoeding voor de democratie

In Europa

Kersverse moeders in Noorwegen worden ingedeeld in een ‘borstvoedingsgroep’, met andere moeders. Dat wordt gestimuleerd door de overheid. Maar die groepen worden gerund door moeders zelf. ‘Ammehjelpen’, heet dit fenomeen. Zo’n groep, een dwarsdoorsnee van de samenleving, gaat een leven lang mee. De vrouwen helpen elkaar aan werk, skiën samen en regelen activiteiten voor elkaars kinderen tot ze de deur uit gaan. Kinderen maken dus óók deel uit van dit informele netwerk. Van die netwerken zijn er in Noorwegen talloze. Ze zijn onzichtbaar en vanzelfsprekend. Buitenstaanders komen er amper tussen. Een Noorse die uit het buitenland terugkeerde met kleine kinderen en zich bij de groep van een vriendin wilde aansluiten, werd geweigerd.

Noorwegen is volgens de Democratie-Index van The Economist de beste democratie ter wereld. Noren hebben meer vertrouwen in de democratie dan wie ook. En dat heeft iets te maken met dat ‘Ammehjelpen’. Alexis de Tocqueville schreef in Democratie in Amerika dat burgers zich in aristocratische maatschappijen niet hoeven organiseren – er ís al een kader, met duidelijke hiërarchie en rolverdeling, waarin iedereen zijn plaats heeft. Maar in een democratie, waarin burgers bevrijd zijn van die knellende banden, staat iedereen op zichzelf. „Als burgers in een democratie niet leren elkaar te helpen,” schreef Tocqueville, „vervallen ze in onvermogen.” De overheid kan niet overal voor zorgen. „Daarom moeten, in democratieën, verenigingen de plek innemen van de machtige lords van vroeger, die vanwege de gelijkheid van kansen uitgeschakeld zijn.”

Kijk nu naar de gele hesjes in Frankrijk – niet naar de extremisten en criminelen die de beweging hebben gekaapt, maar de kleine burgers op de kruispunten. Velen zeggen dat ze daar ‘nieuwe familie’ hebben gevonden. Ze praten, ze eten samen, stoken vuurtjes, doen om beurten boodschappen. Sommigen hebben samen kerst gevierd. Er is zelfs een huwelijk uit voortgekomen. Vroeger, toen mensen naar de kerk en padvinderij gingen, was zulke sociale cohesie doodgewoon. Velen missen dat nu. Vanwege de contacten. Vanwege de maatschappelijke bedding die het gaf. Tocqueville: in een democratie is de mens zwak, want hij staat er alleen voor.

Iemand die dat goed kan uitleggen, is de Canadese hoogleraar Henry Mintzberg. Na 1989, schrijft hij in het boek Rebalancing Society (gratis downloadbaar), zijn Europese samenlevingen uit balans geraakt. Voorheen waren markt, overheid én de informele sector waar Tocqueville zoveel belang aan hechtte, redelijk in evenwicht – een kruk op drie poten. De staat hield de markt in toom, anders zou het communisme ook hier voet aan de grond krijgen. Maar in 1989 gingen de remmen los. Het kapitalisme had ‘gewonnen’. In veel landen is de markt nu even machtig als de staat destijds in het Oostblok was.

Velen zijn nu geobsedeerd door de strijd tussen markt en staat. Tussen links en rechts. Maar alles wat noch tot de markt, noch tot de staat hoort, is in het verdomhoekje geraakt. Er wordt eindeloos gepraat over „public-private partnerships” en de juiste mix daartussen – maar, schrijft Mintzberg, „de kruk verliest zijn derde poot”.

Amerika, zei Jimmy Carter deze week, is „een oligarchie met ongebreidelde corruptie”. Het lijkt in niets meer op de gezonde democratie vol clubs en burgerinitiatieven die Tocqueville ooit aantrof. Europese samenlevingen zijn minder ver heen. Die kunnen we in balans brengen. Openbaar bestuur moet weer respectabel worden, en bedrijven verantwoordelijk. Maar zonder sterke informele sector blijft het een kruk op twee poten. Die sector moet véél robuuster worden. Tafeltje-dekje, vrijwillige brandweer, milieugroepen, buurtcomités die vluchtelingen coachen en ja, borstvoedingsgroepen – geven niet alleen zin aan het leven, maar aan het hele democratische systeem.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.