De Schotse kustplaats Boddam.

Foto’s Merlin Daleman

Veel vis, maar van de saamhorigheid is weinig over

Brexit en visserij Dinsdag stemt het Lagerhuis over de Brexit-deal. Een van de pluspunten, houdt premier May niet op te herhalen, is dat Britse visgronden weer Brits worden. Hunkert de bevolking dan zo naar herstel van de eiland-identiteit? Op zoek naar antwoorden in de grootste vissershaven van het land.

Dik anderhalf uur sta ik op de visveiling van Peterhead al te praten met handelaren in kabeljauw, schar en langoustines, als bij de deur van de wc Nathan Milne mij staande houdt. „Je spreekt met de verkeerde mannen”, zegt hij. Oh. Hoezo? „Handelaren hebben geld en hoeven zich dus nergens druk om te maken. Ik ben een stuwadoor. Wij verdienen 120 pond per week met het sjouwen van de dozen vis. Wij zijn kwetsbaar voor de Brexit.”

Milne is 22 maar ziet er tien jaar ouder uit. Wallen. Slechte huid. Een grijze dode tand. „In mijn vaders tijd was het goed geld verdienen met sjouwen, maar nu daalt het uurtarief al jaren. Ik ben doodsbang. Ik heb thuis mijn wee man, mijn baby, en ik heb geen flauw idee hoe ik rond moet komen. Ik vind een Britse alleengang absolute idiotie.”

Ik ben naar het Schotse Peterhead afgereisd, de grootste vissershaven van het Verenigd Koninkrijk, omdat ik mij verbaas over een uitspraak van premier Theresa May. In haar standaardtoespraak over de voordelen van haar Brexit-deal, waar het Lagerhuis komende dinsdag over stemt, zegt May regelmatig dat het Verenigd Koninkrijk „een onafhankelijke kuststaat” zal zijn. Controle over eigen visgronden noemt May een van de belangrijkste redenen om uit de EU te stappen, ook al is visserij goed voor nog geen halve procent van de Britse economie.

De afgelopen 2,5 jaar heb ik als correspondent het land leren kennen als een plek in de greep van een politieke crisis die in moderne tijden zijn weerga niet kent. Maar ook als een cultureel en religieus divers land dat 129 Nobelprijswinnaars heeft voortgebracht, een van de twee belangrijkste mondiale financiële centra huisvest, ’s werelds populairste en rijkste voetbalcompetitie organiseert en dat als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad wereldwijd invloed en aanzien geniet. Het Verenigd Koninkrijk zien als kuststaat van vissers klinkt te beperkt. Op de vismarkt van Peterhead wil ik te weten komen of men daar inderdaad hunkert naar herstel van de eiland-identiteit waar May zo mee schermt.

Nederlandse kotters

Nathan Milne heeft gelijk over het eerdere gezelschap. De mannen – tussen de veertig en vijftig jaar oud, in warme jassen en Duitse auto’s op de parkeerplaats – die in de veilinghal over de dozen met vis gebogen staan, zijn inderdaad overwegend optimistisch over de Brexit. „Het liefst zonder akkoord met de EU”, zegt Will Clark. „Dan zijn wij op onszelf aangewezen. Eindelijk hebben we dan controle. We kunnen Britse vis weer voordeliger aan Britse consumenten verkopen. We kunnen die Nederlandse kotters die met hun elektrische pulsvisserij de Noordzee in een begraafplaats veranderen een helder signaal geven: piss off!

Hij is geen UKIP’er die gelooft in de praatjes van oud-leider en Brexitvoorvechter Nigel Farage. In het verleden heeft hij als Engelsman voor de pro-Europese, linkse Schotse nationalisten gestemd. Oorspronkelijk komt hij uit Scarborough aan de Engelse noordoostkust. Toen hij daar in 1985 wegging, was er een levendige visserijsector. „Nu is de veiling gesloten en is er nog één visverwerker over. De stad is verloederd. Diep triest. Politiek ben ik niet rechtlijnig, maar zelfs ik zie dat er iets moet gebeuren.”

Na de Brexit kunnen we Britse vis weer voordeliger aan Britse consumenten verkopen

Will Clark, vishandelaar

Clark krijgt bijval van zijn collega Allen Pirie, die in de bedrijfskantine na de veiling net zijn fry up van gebakken eieren, spek en worst op heeft. De Britse visserij is een lachertje geworden, zegt Pirie. „En hetzelfde geldt voor Brits staal, Britse auto’s, Britse steenkool. Vroeger kon de wereld op ons rekenen om de dingen te produceren waar vraag naar was.”

De Europese gedachte dat EU-landen alleen samen de concurrentie met grootmachten China en de VS aankunnen, vindt Clark onzin. „Wij bezitten de op vier na grootste economie ter wereld. Dan moeten wij toch in staat zijn mensen banen te geven waar ze trots op zijn”, zegt hij. „Hitler wilde met zijn invasies een federaal Europa stichten. Hem hebben wij verslagen. Het is dan toch bizar om met vreedzame middelen hetzelfde doel na te streven?”

Zoals zo vaak in gesprekken met Brexiteers is de Tweede Wereldoorlog meer dan een historische gebeurtenis.

De klaagzang in Peterhead die de Brexit noodzakelijk zou maken, rijmt niet met het fonkelnieuwe gebouw van de visveiling. Vorig jaar werd de veiling voor 51 miljoen pond, met ruim 5 miljoen aan EU-subsidie, verbouwd. Kotters kunnen pal naast de markt aanmeren. De bakken met vis op ijs worden in rap tempo uitgeladen en in de hal neergezet. Zeehonden dobberen in het water, wachtend op een vallende makreel of inktvis.

De handelaren bekijken het aanbod. De veilingmeesters werken de rijen met bakken af. De verwerker die het hoogste bod uitbrengt, gooit een strookje papier met zijn naam op de vissen. Zo weten de slepers naar welke vrachtwagen ze de bakken moeten brengen. Hop, nog een schep geschaafd ijs erop en de vis is onderweg naar de fileerfabrieken.

Merlin Daleman
Merlin Daleman
De vismarkt van Peterhead.
Foto’s Merlin Daleman

De havenautoriteit verwacht voor 2018 nog betere resultaten dan in recordjaar 2017. Er is voor circa 200 miljoen pond geveild. „Dit is een fenomenaal jaar”, liet havendirecteur Simon Brebner weten in vakblad Undercurrent News.

Ali Brown, die voor zijn handelsbedrijf in Aberdeen vis heeft gekocht, denkt dat samenwerking met de EU absoluut noodzakelijk is om de goede tijden op de visveiling in Peterhead na de Brexit in stand te houden. „Kijk naar de kaart. De EU, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zullen de Noordzee echt moeten delen”, zegt hij. „Britse vissers willen toch ook in Franse of Nederlandse wateren kunnen vissen als de makrelen besluiten die kant op te zwemmen?”

Britse vissers en handelaren zullen ook na 29 maart willen dat hun vangst moeiteloos op de borden van Parijse en Madrileense restaurants terechtkomt, zegt Brown. „Het is een fabeltje dat de Brexit autonomie oplevert. De wens van een soeverein en glorieus Verenigd Koninkrijk leeft alleen bij boze stemmers in Middle England. Schotse realisten op deze veiling zullen je vertellen: een overeenkomst tussen de Britten, de EU en Noorwegen over toegang tot visgronden en afzetmarkten is absoluut nodig.”

Familiebezit

Lidmaatschap van de Europese Unie hindert de vloot en de handelaren in Peterhead niet, vindt Ali Brown. Weinigen delen die opvatting. „Vind je dat gek?”, zegt Pirie, die een slok thee neemt om zijn ontbijt mee weg te spoelen. „Europese regels en concurrentie hebben voor schaalvergroting en professionalisering gezorgd. Vroeger was visserij onderdeel van de gemeenschap. Kotters waren familiebezit.” De mannen gingen de zee op. De vrouwen maakten de vangst schoon. Die saamhorigheid is verdwenen en voor velen kan economische voorspoed daar niet tegen op.

Peterhead mag dan de vis-hoofdstad zijn, er zit geen fatsoenlijk visrestaurant. Bij de lokale supermarkt ligt vooral goedkope Afrikaanse vis en kweekzalm. De snackbar die volgens Tripadvisor de beste fish and chips verkoopt, is potdicht. „Dat was compleet anders in mijn jeugd. Toen trok een rijdende visboer met lokale vis door de straten”, zegt de jonge stuwadoor Milne. Zijn moeder kocht daar schelvis die haar echtgenoot ’s ochtends in bakken door de veiling sleepte.

Merlin Daleman
Foto’s Merlin Daleman

De matineuze veiling is al afgelopen als een winterzonnetje opkomt boven Peterhead. In het daglicht valt het goed op: bij de kapper staan de teksten op het raam in cyrillisch schrift. Bij East European Mini Market Oksana worden klanten verleid met afbeeldingen van Poolse worst en Litouws brood.

Binnen legt Barbara Michalska een zak pierogi, Oost-Europese deegdumplings, op de toonbank. Ze koopt eten voor ze haar dienst als kwaliteitscontroleur in een garnalenpellerij begint. Michalska vindt de Brexit bizar. „Zonder werknemers uit Polen en de Baltische staten kunnen de visverwerkers hier niet overleven. Mijn baas klaagt altijd dat hij te weinig mensen kan vinden.” De Poolse snapt niet dat de Britten voor een droombeeld bereid zijn hun economie schade te berokkenen. „Ik ben bezorgd. Ik hoop dat wij niet moeten verkassen.”

Visserij mag dan een symbool van de Brexiteers zijn – Nigel Farage gaat graag met vissers en hun vangst op de foto – de sector is compleet afhankelijk van buitenlanders. Michalska kwam ooit voor de liefde naar Schotland. Ze woont en werkt er al jaren. Haar zoon zit hier op school.

Michalska snapt de worsteling van de lokale bevolking. Visserij is onlosmakelijk verbonden met Peterhead en vormde een deel van de identiteit van het stadje. Maar iedereen die nu genoeg talent en kansen heeft, vertrekt. Michalska: „Mijn zoon is zestien en zit in het talentenklasje van school. Hij gaat in Schotland een schitterende toekomst tegemoet, maar natuurlijk niet in de visfabriek. Ik werk in de fabriek zodat hij hogerop kan komen later.”

Orest Susak luistert naar Michalska en slaat haar boodschappen aan op de kassa. De Oekraïner runt Oksana, hij is niet de eigenaar. Susak had altijd groot respect voor het Verenigd Koninkrijk, maar constateert dat het land zijn eigenwaarde is kwijtgeraakt door te zwaar te leunen op buitenlandse arbeid.

„Iedereen kan hier zomaar komen. Belachelijk. De regels zijn te laks. We krijgen dronkaards en criminelen binnen”, zegt Susak. „Daarom denk ik dat de Brexit veel goeds kan betekenen voor het land.” Susak moest twee decennia geleden zwoegen om als student een visum te bemachtigen als aardbeienplukker. „Als je er moeite voor moet doen, is het je ook meer waard. Dan gedraag je je.”

Winkelier Orest Susak uit Oekraïne en Barbara Michalska uit Polen. Susak: “Iedereen kan hier zomaar komen. Belachelijk.” Foto Merlin Daleman

De EU verlaten is volgens Susak slim. Het samenwerkingsverband heeft zijn langste tijd gehad sinds „er allerlei arme landen als Griekenland zijn toegelaten”. In de euro heeft hij geen vertrouwen. Zijn grootmoeder verloor veel geld in de roebelcrisis van 1998. „Het kan tien of twintig jaar duren, maar de euro zal hetzelfde lot beschoren zijn. Ik geloof niet dat grote samenwerkingsverbanden succesvol zijn”, zegt Susak. „De Britten stonden in de twintigste eeuw aan de goede kant van de Europese geschiedenis. Dat zal nu ook zo zijn.”

Een Brexit zonder akkoord met de EU vindt Susak niet gevaarlijk. „Hooguit komen er invoertarieven. Dat zal niemand deren”, zegt hij. Hij wijst naar een fles Poolse wodka. Vorig jaar voerde de Schotse regering een minimumprijs op drank in. „Deze fles kostte daarvoor 9,95 pond. Nu moet ik er minimaal 14 pond voor vragen. Ik verkoop er nog steeds evenveel van. Mensen willen eten, drinken en plezier maken.”

Fornuis

’s Avonds zoekt stuwadoor Nathan Milne contact. Ik kan bij hem thuis langskomen. Hij heeft nagedacht over de vraag die ik hem stelde. „Je wilde weten of het Verenigd Koninkrijk bijzonder was? Voor mij is dit een land dat al jaren niet in staat is voor de armeren, zieken en veteranen te zorgen. Hoe ben je dan een machtig en krachtig land?”

Milne loopt langs een wasrek met rompertjes en sokjes en zet thee in de keuken. Pas kort geleden kon hij dit sociale huurhuis krijgen. Niet in Peterhead waar hij werkt, waar zijn vrienden en familie wonen, maar in Boddam, een gehucht op tien minuten rijden. Dat lijkt dichtbij, maar de bezinekosten voor zijn motor tikken aan als je weinig te besteden hebt.

Hij zegt nog te moeten verbouwen, maar het blijft schimmig of hij wel of geen geld heeft voor een fornuis dat het gapende gat in zijn keuken moet vullen. Hij verdient zo weinig dat hij in aanmerking komt voor Universal Credit, het nieuwe Britse bijstand-systeem dat momenteel ingevoerd wordt. „Om het geld te ontvangen moet ik verplicht solliciteren. Die gesprekken zijn meestal ’s ochtends, als ik moet werken op de veiling. Dat kan ik mij niet permitteren want ik moet een maand wachten tot ik die uitkering ontvang”, zegt Milne.

De chaos van Universal Credit verdient meer politieke en journalistieke aandacht, maar de tijd en ruimte worden opgeslokt door de Brexit. Milne zegt dat hij gaat hamsteren voor 29 maart. „Voor het geval dat. Ik kan mij een prijsstijging van melkpoeder, brood of baked beans niet permitteren.”

Nathan Milne volgt thuis alle debatten: “Mijn vrienden weten niet eens wat de Brexit is.” Foto Merlin Daleman

Milne heeft wel een grote televisie aan de muur, die afgestemd staat op het parlementaire kanaal van de BBC. Hij volgt alle debatten. „Ik ben daarin een uitzondering. Mijn vrienden weten niet eens wat de Brexit is. Poor sods will never know what hit them.” Voor Theresa May („leugenachtig”) en Labourleider Jeremy Corbyn („onbetrouwbaar”) heeft hij geen goed woord over. Hij zwaait richting de televisie.

Het is een raar gevoel. Ik heb de afgelopen jaren in Westminster de politici ontmoet die op het grote scherm passeren. Ik heb met hen ontbeten in een restaurant in Londen waar een portie roerei met Schotse zalm en een kop koffie meer kost dan Milne per dag te besteden heeft.

De bekende kopstukken van het Paleis van Westminster doen buitenaards aan in de koude zitkamer van Milne in Noord-Schotland. Milne: „De gezondheidsdienst crepeert. Er worden meer moorden gepleegd in de grote steden, maar de politie moet bezuinigen. Er is geen geld voor betaalbare woningen. En toch zeggen zij dat het Verenigd Koninkrijk als trots land buiten de EU een fantastische toekomst heeft. Het is tijd voor een revolutie.”