Vaste gewoontes remmen groei van circulaire economie

Grondstoffenhergebruik Nederland moet in 2030 de helft minder grondstoffen gebruiken. De circulaire economie draait, maar stuit ook op beperkingen.

Het recyclen van glas is een bekende vorm van hergebruik.
Het recyclen van glas is een bekende vorm van hergebruik. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De Nederlandse circulaire economie begint steeds beter te draaien, maar kent nog te veel belemmeringen voor de doorbraak van nieuwe initiatieven. Hardnekkige normen en gewoontes en de relatief lage prijs van grondstoffen en producten zijn hiervan mede de oorzaak, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Voor de door het kabinet beoogde versnelde overgang naar een circulaire economie zijn meer nieuwe initiatieven nodig dan de 1.500 die nu voor het eerst in kaart zijn gebracht, stelt het bureau.

Grondstoffen zijn schaars en raken op termijn op. Het vorige kabinet heeft daarom de ambitie gesteld in 2030 de helft minder grondstoffen te gebruiken dan in 2016. In 2050 moet de economie volledig circulair zijn. Dat betekent dat de economie volledig gebaseerd is op herbruikbare producten.

In totaal bestaat de Nederlandse circulaire economie al uit 85.000 activiteiten, waarmee 420.000 banen zijn gemoeid. Onder meer de kringloopwinkels, een verhuurder van kleding en de productie van de zogeheten Fairphone gelden als circulaire activiteiten. Een belangrijk deel van die activiteiten bestaat al langer. Slechts 1.500 activiteiten zijn echt nieuw, dus sinds 2016.

Veel van de nieuwe initiatieven draaien om het terugdringen van grondstofgebruik door recycling, terwijl nog veel winst valt te behalen in het leasen, repareren, delen van producten en diensten en het zogeheten circulair ontwerpen. Deeldiensten zoals Peerby en SnappCar zijn daarvan voorbeelden. Ook flessen van gerecycled plastic en speelgoedblokjes van rietsuikerresten gelden als nieuwe initiatieven.

Hoewel er verschillende bekende circulaire voorbeelden zijn, concludeert PBL ook dat nieuwe producten en ideeën vaak niet of moeilijk doorbreken. Dat komt onder meer door de nu nog lage prijs van grondstoffen waardoor het vaak goedkoper is oude producten weg te gooien en volledig nieuwe exemplaren te maken.

Ook worden bepaalde milieubelastingen niet volledig in de prijs verwerkt en zijn consumenten nog veelal op nieuwe producten gericht. Opgeknapte of hergebruikte producten worden door hen veelal lager gewaardeerd, stelt het PBL vast.

Het bureau pleit voor een betere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven om zo sneller knelpunten te kunnen aanpakken en de ontwikkeling van circulaire projecten te bevorderen.