Opinie

Razernij

Hugo Camps

Winterstage is voor voetballers een beetje op retraite gaan. De innerlijke mens heeft voorrang op de publieksspeler, hij mag recupereren van oude wonden en zielenpijn. Het nummer is van de rug gevallen. Op stage, in het zonnige Spanje, worden emoties bijgevoed of weggeschuurd. Iedereen weer even naakt voor de sauna van het verdere leven. In het zonnetje van de winterkampen blijft het Kerstmis tot de herstart van de competitie in de eredivisie, volgend weekend. Er wordt gewerkt, maar nu met de vreugde van een uitgelaten kleuterklas.

Ajax hokt ver weg in Californië, PSV en Feyenoord zijn bereikbaarder, de ene in Qatar, de ander in Marbella. Dat zie je terug in de kranten. Ajax lijkt buitenland. PSV en Feyenoord worden daarentegen gewikt en gewogen op hun verleden en potentie. Referentiehouders zijn de coaches Mark van Bommel en Giovanni van Bronckhorst. Zij zijn de brug van adoratie tot achterdocht. Van Bommel wordt benaderd als een tweede Arrigo Sacchi of Fabio Capello, Van Bronckhorst moet zich verweren tegen de beeldvorming van een goedaardige amateur. De grijze zone bestaat niet in voetbal. Of de gladiolen of de dood.

De coach van PSV lijkt goed in zijn vel te zitten. Zijn club staat soeverein aan de leiding in de competitie en zelf krijgt hij uit alle windstreken hopen credits aangewaaid. Sommigen zien in hem al de nieuwe Van Gaal. ‘Bommeltje’ neemt de egards feestelijk in ontvangst. Hij heeft in dat halve seizoen PSV al meer gelachen dan in zijn hele carrière als profvoetballer. Mark is verveld tot capo van de club. Spelers, materiaalmannen, kantinepersoneel, ja zelfs het bestuur, ze hollen allemaal achter hem aan. Met een tros druiven.

Rond ‘Gio’ woedt gespletenheid. Er wordt driftig gespeculeerd over zijn toekomst. Kan/moet hij verder bij Feyenoord? Waar zijn dan de spelers die hij beter heeft gemaakt? Zelfs de top-3 is niet langer een zekerheid voor de Rotterdammers. Er is te weinig talent, te weinig geld, te weinig overtuiging. Het laatste wordt gemakshalve in de schoenen van de coach geschoven. Straks is ook nog Robin van Persie weg en valt Feyenoord helemaal terug op noeste vlijt zonder krullen van schoonheid en creativiteit. Werkvoetbal.

Gio heeft niet de polemische schwung om zijn criticasters lik op stuk te geven. Hij doet geen moeite om zichzelf te verklaren en loopt in de Kuip eerder te brevieren. Alsof hij bang is van zijn eigen stemgeluid. Het killersinstinct legt het af tegen zijn common sense. Hij masseert, maar geneest niet. Vier jaar is hij in dienst van Feyenoord geweest. Voor de prijzenkast heeft hij niet gefaald, voor de emotionele groei van de club wel. Feyenoord oogt als een pakhuis zonder façade.

In de krant zei Gio: „Het went nooit als mensen over je praten.” Hij zei ook nog dat hij geen waardering nodig heeft. Een trainer van Feyenoord kan nooit de stilte prefereren. Hij zou de nummer 10 moeten zijn van reuring en controverse, want de Kuip krijg je toch nooit stil.

Van Bronckhorst is een diplomaat die de beschaving heeft ingebouwd in zijn leiderschap. Dat kan bij De Graafschap, in Eindhoven en bij Heracles, maar niet bij Feyenoord. Daar hoort ook iets van cynische bevlogenheid aan het roer te staan. Voor mij is Van Bronckhorst de liefste man van de eredivisie. Maar waar blijft toch zijn razernij?

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.