Opinie

    • Marike Stellinga

Met geld smijten is zo makkelijk niet

Er is natuurlijk alle reden om zorgelijk te doen over onze economische vooruitzichten. Een Brexit zonder deal, een escalerende handelsoorlog tussen de VS en China, nieuw gedoe in de eurozone – het zijn reële risico’s voor 2019. En die zouden weleens precies kunnen komen op het moment dat de economische groei van de afgelopen jaren afremt.

Toch dacht ik bij alle sombere analyses van de afgelopen weken over de kwetsbaarheid van de wereldeconomie terug aan de sombere analyses die ik de afgelopen vijf jaar voortdurend lees. En die niet uitkwamen.

We geloven er niet meer in dat het goed kan gaan. De economie kan als een tierelier draaien, de werkloosheid waanzinnig dalen en toch zijn er voortdurend sombere kanttekeningen. Telkens klinkt er die vraag: is de groei wel echt? Telkens is er dat sluimerende wantrouwen: wacht maar, straks dondert de hele boel weer in elkaar. Zelfs de jongens op de financiële markten bleven in de jaren dat de koersen stegen opmerkelijk sceptisch. Er was zelfs een term voor: the most hated bull market in history. De crisis van 2008 heeft ons vertrouwen aangetast als een bedrogen geliefde: we trappen nooit meer in mooie ogen, rode rozen en bonbons.

Voor de duidelijkheid: we zitten kneiterlekker bovenop de golf van de hoogconjunctuur. Het grootste probleem van de Nederlandse economie op dit moment is mensen vinden voor al het werk dat er is. De overheid bulkt van het geld en economische instituten voorspellen dat in 2019 de economie groeit, alleen wat minder hard. Toch valt het woord recessie overal.

Nou hoef je van een recessie ook niet in de paniek te schieten. Na jaren van groei krimpen economieën vaak weer wat. Dat hoort erbij. Maar zo relaxed denken weinig analytici erover. De bange vraag is nu of westerse economieën een recessie kunnen opvangen. Zijn centrale banken door hun wapenarsenaal heen? Kunnen regeringen de portemonnee trekken?

Ik denk dat we meer dan gemiddeld niet weten welke kant het opgaat. Onze economieën zouden weleens fundamenteel veranderd kunnen zijn (denk aan de verzwakte positie van arbeiders). Onze politiek zou weleens fundamenteel veranderd kunnen zijn (denk aan de verbrokkeling van het politieke midden). Onze technologie is fundamenteel aan het veranderen (denk aan kunstmatige intelligentie en het belang van data). En dan komt er ook nog radicaal nieuw en ingrijpend overheidsbeleid aan om het klimaat te redden. Poeh.

Wat niet helpt, is dat politici, economen én beleidsmakers niet de indruk wekken te weten wat het beste beleid is temidden van al deze veranderingen.

De Nederlandse groei moet volgens het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank vooral komen van burgers en de overheid. Of burgers geld uitgeven hangt mede af van de lonen: stijgen die eindelijk echt? Je kunt je voorstellen dat alle onzekerheden bedrijven terughoudend maken, zelfs in een krappe arbeidsmarkt.

Of het de overheid lukt de groei te stutten, is de vraag, zeggen CPB en DNB. Het kabinet wil dit jaar liefst 8 miljard euro extra uitgeven. Maar in 2018 bleef al een deel van de miljarden ongebruikt. Nieuw materiaal is niet zomaar besteld, nieuw personeel niet zomaar gevonden. Met geld smijten is niet makkelijk.

Dus voor een burger geldt in 2019: reken nergens op.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.