Opinie

    • Hubert Smeets

Meewerken is een rekbaar begrip voor het Kremlin

Rusland laat internationale instituties de tanden zien, maar loopt niet weg, ziet Hubert Smeets. Dat heeft een reden: binnen ondermijnt het beter.

Voor het Kremlin is sport geen bij- maar staatszaak. Vandaar dat niemand minder dan presidentieel woordvoerder Peskov woensdag bekendmaakte dat het wereldwijde anti-dopingagentschap WADA toegang krijgt tot de dopinglaboratoria in Moskou. Eind vorig jaar bleven de deuren dicht, hoewel was afgesproken dat die uiterlijk 31 december open zouden gaan, in ruil voor terugkeer van Rusland in het WADA. Nu gaan ze ineens toch open.

Het Russische dopingagentschap RUSADA stond hierbij buitenspel. Voor de jaarwisseling was directeur Ganoes zelfs op zijn nummer gezet door Peskov. In een brief aan president Poetin had de chef van RUSADA gesmeekt de dopingdata vrij te geven, omdat de Russische sport anders in een „isolement” zou raken. Peskov wuifde die zorgen weg. Ganoes was volgens Poetins spreekbuis „niet op koers met het werkproces”.

Sinds klokkenluider Rodtsjenkov (ex-dopingcontroleur) drie jaar geleden naar buiten trad met de beschuldiging, dat er in Rusland sprake was van een drugsproject onder auspiciën van de staatsveiligheidsdienst, sprak het Kremlin nooit eenduidig. Ook Poetin laveerde. Een jaar geleden zond hij op een persconferentie twee signalen uit. Enerzijds zei hij dat „het niet zo kan zijn dat ze [het Westen] via de achterdeur van de internationale olympische beweging een smerige politieke keuken maken” en dat die „idioot [Rodtsjenkov] in de gevangenis hoort”. Anderzijds gaf de president toe: „We zijn zelf schuldig, we gaven zelf aanleiding” en „we moeten met de internationale organisaties samenwerken”.

Deze ambiguïteit is geen uiting van daadwerkelijke verwarring, maar politiek beleid. De Russische regering heeft weliswaar een broertje dood aan de eisen die multilaterale organisaties stellen – compliance werkt het Kremlin op de zenuwen – maar ze wil die clubs niet de rug toekeren. Ze bieden namelijk veel mogelijkheden. Zo kun je in de sportwereld coalities smeden tegen die westerse sportbonden die, volgens Moskou, onder het mom van dopingpuritanisme beleid voeren om niet-westerse staten klein te houden.

De Organisatie voor Verbod op Chemische Wapens (OPCW) of de Raad van Europa bieden eveneens een arena. In november zette Rusland de OPCW op scherp. Westerse lidstaten wilden haar mandaat oprekken, zodat de OPCW ook daders van chemische aanvallen kan opsporen. Rusland was tegen en dreigde uit de OPCW te stappen. Slechts 26 lidstaten steunden Moskou; 99 landen niet. ‘Pyrrusoverwinning’ op een ‘zinkende Titanic’, analyseerden de verliezende Russische delegatieleiders . Toch liep Moskou niet weg. Want door te blijven, kan de Russische regering de OPCW blijven kietelen.

Zo ook in de Raad van Europa. Na de militaire interventies in Oekraïne heeft de parlementaire assemblee in Straatsburg de collega’s uit Moskou geschorst. Maar Rusland blijft in het uitvoerend comité van de Raad van Europa zitten. De Russische regering wil namelijk deze waardengemeenschap (nog) niet verlaten, ook al vindt ze de uitspraken van het Europese Hof voor de Mensenrechten hinderlijk.

Erbij blijven en remmen dus. Dat is op de keper beschouwd een variant van een befaamde uitspraak van de Amerikaanse president Johnson over de eigengereide FBI-directeur Hoover: „Ik heb hem liever in de tent naar buiten pissend dan erbuiten naar binnen pissend.” Rusland blijft graag binnen, maar schoon houdt het de tent niet.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.

    • Hubert Smeets