Een trainer van atletiekvereniging CAV Energie uit Barendrecht misbruikte minderjarige meisjes.

Foto ROBIN UTRECHT

‘Laat nooit een minderjarige sporter alleen met een coach’

Misbruik in de sport

Het probleem van seksueel wangedrag door trainers lijkt te complex voor amateurclubs en sportbonden. „Er zijn sportbestuurders die denken dat je misstanden kunt oplossen met een stevig gesprek.”

Vóór zijn ontmaskering stond hij bekend als een trainer die zijn atleten harder liet lopen. Een vrijwilliger met enthousiasme voor de sport. „Vlot en flamboyant”, aldus een oud-collega. Jerry M. leek een modelcoach.

Tot vorige week. De Telegraaf onthulde dat M. ook een andere kant heeft. Hij misbruikte en intimideerde zijn pupillen stelselmatig. Omdat het kón. Omdat clubs grote behoefte hebben aan ervaren trainers en bestuurders lang niet altijd naar antecedenten vragen of weten hoe om te gaan met klachten en geruchten. Omdat bestuurders zelf vrijwilligers zijn, die hun tijd moeten verdelen tussen sport, baan en gezin.

Dát is wat amateursport kwetsbaar maakt: de vrijwilligers.

Maar die vrijwilligers blijken ook onmisbaar in de zaak rond de 58-jarige buschauffeur. Want M.’s verbanning uit de atletiek, in de zomer van 2018, is vooral aan hén te danken: oud-politierechercheurs en andere onderzoekers die de sportwereld veiliger willen maken. Zonder hun speurwerk was nooit aan het licht gekomen dat M. ten minste negen meisjes heeft misbruikt, van wie hij er twee zwanger maakte.

Lees ook: Justitie stelt onderzoek in naar atletiektrainer Jerry M.

„Sportbestuurders zijn soms ook maar accountants of groenteboeren die uit liefhebberij actief zijn in de sport”, zegt Henk van Aller, secretaris van het Instituut Sportrechtspraak (ISR), dat tuchtrechtspraak verzorgt en geschillen beslecht voor een zestigtal sportbonden. „Er zijn erbij die denken dat je misstanden kunt oplossen met een kop koffie en een stevig gesprek.”

Bij het ISR weten ze dat dat niet afdoende is om netelige kwesties op te lossen, zeker als het om minderjarigen en seksueel misbruik gaat. In 2016 formeerde het instituut een team van vrijwilligers – ze krijgen alleen een onkostenvergoeding – dat graaft en spit naar misstanden in de sport. Zij krijgen de meldingen via sportbonden, sportclubs en vertrouwenspersonen van het Centrum Veilige Sport van sportkoepel NOC*NSF.

Twaalf onderzoekers en vier aanklagers hebben sindsdien 25 zaken van grensoverschrijdend seksueel gedrag in behandeling genomen. „Die van Jerry M. is uitzonderlijk in ernst en omvang”, zegt Van Aller, „maar er lopen meerdere zaken waarin dit soort delicten zomaar aan het licht kan komen.”

Daders zijn óók aardig en kunnen het óók goed vinden met ouders

Iva Bicanic hoofd van het Centrum Seksueel Geweld

Kwestie van doorrechercheren

De oud-rechercheur die zorgde voor de ontmaskering van Jerry M. – hij wil niet met zijn naam in de krant – lid van het team van vrijwilligers, spitte vijf maanden lang in het sportieve leven van de Rotterdamse buschauffeur. Bij de politie had hij de bevoegdheid om verdachten af te luisteren, strafregisters te raadplegen en mensen aan te houden. Nu moest hij het doen met de middelen die doorsnee burgers ter beschikking staan: telefoneren, mediaberichten bijhouden en googlen. Een kwestie van doorrechercheren, zegt hij. Je maakt een tijdlijn van de persoon in kwestie en spit alles uit.

Eén melding over seksueel getinte massages van M. bleek genoeg om een terugkerend patroon van seksueel misbruik te ontrafelen dat zich uitstrekte over een periode van 35 jaar. Toen het ISR de trainer met de aantijgingen confronteerde, in het bijzijn van diens raadsvrouw, was er voor hem geen ontkomen meer aan. Hij bekende – en werd voor het leven geroyeerd uit de atletieksport. Het Openbaar Ministerie onderzoekt of vervolging mogelijk is.

Als M. nu niet onder een vergrootglas had gelegen, zou hij zich zomaar als materiaalman of masseur hebben kunnen aanmelden bij een club in een andere sport. Wie geschorst is voor de ene sport, is niet per definitie geschorst voor de andere. Wel komt iemand op een zwarte lijst met ontuchtplegers. Als sportverenigingen een nieuwe medewerker aanstellen, kunnen ze deze lijst, waar zeven of acht namen op staan, raadplegen – wat lang niet altijd gebeurt.

Na de uitkomst van de tuchtzaak kon M. in theorie nog maandenlang een verklaring omtrent het gedrag (vog) krijgen. Pas toen het OM een onderzoek instelde, veranderde dit. „Wij willen dat tuchtzaken ook worden meegewogen bij het verkrijgen van een vog”, zegt Van Aller. „Maar we hebben de minister nog niet kunnen overtuigen. Er zitten veel haken en ogen aan.”

Lees ook over seksueel misbruik in de sportwereld: Mensen hopen altijd dat de ander zal ingrijpen

De Belgische criminoloog Tine Vertommen begrijpt de voorzichtigheid. „De koppeling tussen tuchtrecht en vog’s heeft alles met privacy te maken”, zegt Vertommen, die betrokken was bij het door oud-minister Klaas de Vries geleide onderzoek naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport, dat ruim een jaar geleden verscheen. „Je tast de privacy van mensen al aan bij het verzoek om een vog. Laat staan als je tuchtrechtuitspraken daaraan koppelt. Het kan heel nuttig zijn, maar ik betwijfel of het haalbaar is.”

Sportclubs en sportbonden zijn grotendeels op zichzelf aangewezen als het om screening en bestraffing van medewerkers gaat. Het rapport van De Vries geeft aanbevelingen, maar, benadrukken ze bij het ISR, het probleem van seksueel wangedrag is te complex voor de meeste sportbonden en sportclubs. Zij kunnen het niet alleen af.

Zo reageerde de Atletiekunie in 1987 terughoudend op de eerste meldingen van seksueel wangedrag van M. Ze nam die voor kennisgeving aan, waardoor M. gewoon door kon blijven coachen. „De Atletiekunie heeft slappe knieën”, vindt Purcy Marte, een „bevriende collega” van M. „Ze hadden zijn gedrag nooit mogen tolereren.” De Atletiekunie schoof het probleem volgens hem op de slachtoffers af. Zo van: hadden zij maar aangifte moeten doen.

Zeker in de amateursport is het niet gebruikelijk dat coaches elkaar corrigeren op ongewenst gedrag. Als een coach zijn pupil een tik op de bil geeft, zouden collega’s hem erop moeten wijzen dat hij beter een schouderklopje of high five kan geven. „Maar dat gebeurt weinig”, zegt Marte. „Net zo min als coaches slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag aanmoedigen om melding of aangifte te doen.”

Volgens Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld, zouden sportclubs verplicht moeten worden om een paar avonden per jaar voorlichting te geven aan leden over grensoverschrijdend gedrag en er in hun verenigingsblad over te publiceren. „En er moeten heldere regels komen”, zegt zij. „Laat nooit een minderjarige sporter alleen met een coach. Niet als ze auto gaan rijden, niet als er gemasseerd wordt, niet als een sporter naar de wc moet. NOC*NSF is er niet met het versturen van een dik boekwerk [het rapport van de commissie-De Vries, red.] aan sportverenigingen.”

De Atletiekunie heeft slappe knieën

Purcy Marte coach

Op de vraag waarom clubs seksueel wangedrag van coaches door de vingers zien, zegt Bicanic: „Omdat mensen die zulk gedrag vertonen ook leuke kanten hebben. Ze zetten zich óók erg in voor de vereniging, zijn óók aardig en kunnen het óók goed met de ouders van hun pupillen vinden. Seksueel misbruik is een ongemakkelijke realiteit. Veel bestuurders kunnen zich niet voorstellen dat een volwassene zijn vingers in gaatjes van kinderen stopt waar ze niet thuis horen.”

Bij de Barendrechtse club CAV Energie, waar M. grensoverschrijdende massages gaf en atleten tegen zich aandrukte, reageerden ouders boos op het bestuursbesluit om M. weg te sturen. Een oud-pupil: „Ze dachten dat er een vies spelletje met hem werd gespeeld. Sommige ouders vermoedden een complot.” De vrouw, zelf geen slachtoffer, is niet kwaad op haar voormalige trainer. „Ik vind het vooral zielig voor zijn kinderen.”

Te passief

Een slachtoffer en de vader van een slachtoffer hebben volgens De Telegraaf melding gedaan bij de politie van de praktijken van M. De politie zegt niet te weten wat er met de meldingen is gebeurd en is dat aan het onderzoeken. Het OM in Rotterdam, dat het onderzoek leidt, heeft donderdag het dossier gevorderd bij het Instituut Sportrechtspraak. De zaak is van A tot Z doorgenomen en zou volgens betrokkenen wel eens veel omvangrijker kunnen zijn dan wordt aangenomen.

„Je kunt je afvragen of het OM zich niet te passief opstelt”, zegt Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit. „Waarom nu pas het dossier vorderen? En waarom niet het dossier van de ijshockeycoach die onlangs in het nieuws kwam? Heeft dat met de berichtgeving en publieke opinie te maken?”

Renald Majoor kent de kracht van beide. In een interview in de Volkskrant vertelde de oud-voetballer twee jaar geleden dat hij in de jeugd van Vitesse door een teamleider is misbruikt. Hij kreeg „koude rillingen” toen hij van de atletiekzaak vernam. „Ook nu zie ik weer de kracht van de media”, zegt hij. „Daardoor is het OM gaan bewegen.”

De aandacht voor seksueel wangedrag moet volgens Majoor voortdurend worden aangewakkerd. „Als de atletiekzaak één ding laat zien, is het dat we er nog lang niet zijn.”

Heeft u ervaringen die u wilt delen, dan kunt u, eventueel anoniem, uw verhaal kwijt via misbruik@nrc.nl.
    • Danielle Pinedo
    • Fabian van der Poll