Jan van Veen van Candlelight: ‘Ik had niks met poëzie’

Interview Na achtentwintig jaar is Candlelight terug bij de publieke omroep. In het radioprogramma leest Jan van Veen gedichten van luisteraars voor. (Met speciaal gedicht voor NRC.)

Radiopresentator Jan van Veen van Candlelight op Radio 5.
Radiopresentator Jan van Veen van Candlelight op Radio 5. David van Dam

Vrijdagavond, je ligt met de radio aan vroeg in bed. Op een bedje van fluwelen violen zegt een donkerbruine stem: „De bladeren vallen zacht. Het leven verschijnt altijd onverwacht…”

Na achtentwintig jaar afwezigheid is Candlelight terug bij de publieke omroep. Het populaire radioprogramma, waarin Jan van Veen gedichten van luisteraars voorleest, is iedere vrijdagavond van tien tot twaalf te horen op Radio 5.

Een uniek programma, dit podium voor amateurpoëzie. In Utrecht promoveert een letterkundige op de poëzie. Candlelight is in zijn 51-jarig bestaan vrijwel ongewijzigd gebleven: het begint altijd met het lied Can I get there by Candlelight (1969) van David McWilliams. Daarna zwellen de strijkers aan van Mantovani’s Greensleeves (1952), en draagt Van Veen langzaam voor, met zijn onnavolgbare intonatie. Zo gaat dat door: vijf gedichten per uur, afgewisseld met softpophits.

Maar toch is er iets veranderd: de luisteraar is ouder geworden. Ging het vroeger over de geheime liefde, de onbeantwoorde liefde, de bedrogen liefde, nu gaan de gedichten over verlies.

Over beweende doden:
„De wereld ligt aan je voeten
Verwoest”

Over de geest die onttakelt:
„Wil je mijn geheugen zijn
Wanneer ik de nacht vergeet?”

En gezangen van oude geliefden:
„Door de stormen heen
Liepen we samen
En alleen”

Er is ook ruimte voor poëzie uit vervlogen tijden. Op verzoek van de familie leest Van Veen bijvoorbeeld een gedicht voor van de helaas vroeg gestorven Ria Roos, wier gedicht ooit in een van de Candlelight-bloemlezingen stond („We lezen uit bundel vier…”)

Jan van Veen: „Ik kreeg ook een brief van een luisteraar die schreef: ‘Mijn vrouw weet niet meer wie ik ben.’ Verlies, maar ook mensen die gelukkig zijn dat ze veertig jaar samen zijn; hoort allemaal bij het leven. Ik heb zelf ook wel eens een dag dat de grijze hemel op mijn kop knalt, en dat ik denk: jongens, krijg toch allemaal de hik vandaag.”

Gedicht voor Marietje

Radio 5 heeft oudere luisteraars. „Ikzelf ben ook niet zo jong meer. Radio luisteren is sowieso voor oudere luisteraars geworden. Jongelui hebben hun eigen manier van luisteren, die maken hun eigen muzieklijsten op hun telefoon. En dan hebben ze zo’n oortje in, en dan denk je: Kunnen we nog wat tegen mekaar zeggen vandaag?” In de glorietijd van Candlelight, in de jaren zeventig en tachtig, luisterden vooral middelbare scholieren, zegt Van Veen: „Zat er in de derde klas van de HBS een jongen die waanzinnig verliefd was op Marietje, die vooraan zat. En iedereen wist dat. Behalve Marietje. Dus hij ging een gedicht voor Marietje opsturen. Die hele school lag natuurlijk onder de deken mee te luisteren op vrijdagavond.”

Jan van Veen leest een gedicht voor van de interviewer.

Vroeger waren de dichters jong, nu zijn ze oud; wat gebeurde er in de tussentijd? Van Veen: „Dat was toen ik bij SkyRadio zat, in de negentiger jaren, toen kreeg ik veel gedichten over scheidingen.” Zo kun je via Candlelight hele mensenlevens volgen, langs pieken en dalen, van de middelbare school tot het graf. „Veel mensen weten bij God niet hoe ze over gevoel moeten praten. Die schrijven dingen van zich af, dan zijn ze het kwijt.”

Candlelight is vooral bekend van de jaren op Hilversum 3 (1975-1991), maar is daarna nooit helemaal weggeweest. Het programma was daarna te horen op SkyRadio en op 100%NL, en via de eigen website.

Jan van Veen (Voorburg 1944) begon bij Radio Veronica in de jaren zestig, toen het eerste Nederlandse popstation nog een ‘radiopiraat’ was: het zond uit vanaf een schip in de Noordzee, omdat radio maken buiten de publieke omroep illegaal was. Van Veen: „Candlelight is per ongeluk ontstaan. Als grap. Een luisteraar had een gedicht toegestuurd, en de technicus stelde voor dat ik dat voorlas in mijn programma Alle Remmen Los. Dat was een show waarin we heavy muziek draaiden, alles wat knalde. In het begin was het een soort grap.”

Maar de volgende maandagochtend waren er tien gedichten bij de post. „Die heb ik ook voorgelezen. Reactie: héél veel gedichten. Toen kreeg ik er in 1967 een apart programma voor. Iedereen zei: je bent niet goed bij je hoofd. Tineke de Nooij, die ook Veronica-dj was, zei later tegen mij: ‘Als jij dat gedichtenprogramma deed, lagen wij brullend van het lachen achter de deur.’”

Nu is zelfs Van Veens ringtone Greensleeves van Mantovani. „Ik zat bij de dokter verleden week, het was kwart over acht, gaat ineens die Greensleeves af. Dus die dokter zegt: ‘Nou Jan, beetje vroeg hè’.”

Vijftig gedichten per week

Hoe gaat hij te werk? „In de AVRO-tijd kreeg ik er een paar honderd per week, nu nog vijftig per week. De gedichten die ik mooi vind, print ik uit. En dan neem ik het door met een pennetje: hier moet een komma, of een streepje, hier moet een accent op komen te liggen. En ik maak er blokjes van vier of zes van.” Hij neemt altijd thuis op, in zijn eigen studio, met zijn vaste technicus Ruud Westbroek, met wie hij in de jaren zestig al bij Veronica werkte. „Ik heb een heerlijk warm hok om met zijn tweeën in te pielen en te klooien. Iedere maandag, van tien tot drie. Met een kopje soep tussendoor.”

Van Veens ideale gedicht bestaat uit „twintig regels, in blokken van vier”. En het hoeft niet altijd te rijmen. Soms heeft hij een langer gedicht. Van Veen: „Dan zeg ik: ‘Ruud, een bedje van vier-negentien’. Greensleeves is namelijk drie minuut twintig. Voor langere gedichten hebben we met knippen en plakken een versie van vier minuut negentien gemaakt. Want anders moet ik me gaan haasten, en klinkt het niet alsof ik een mooie fietstocht aan het maken ben, maar alsof ik op de racefiets Knetemann wil inhalen. Maar bij zo’n lang gedicht heb ik moeite hoor, dan loopt het zweet van mijn kop.” Hij leest langzamer voor dan vroeger. „Ik neem meer ruimte na de komma, dan wordt het voor mijn gevoel warmer. Kan ik meer de klankkleur krijgen zoals ik die wil.”

Wat vindt Van Veen van de dichtkunst van de luisteraars? „Ik had eerst niks met poëzie, maar nu vind ik het mooi. Nou ja, het gaat niet om móói, het gaat om het eerlijke gevoel wat erin zit. Ik moet me kunnen verplaatsen in hoe de schrijver het bedoeld heeft. Het is: gedeelde smart is halve smart. Mensen herkennen zich erin. Dan schrijven ze mij: ik weet zeker dat dit over mij gaat. Al is dat helemaal niet zo.”

Candelight Beenmode

Jan van Veen is weliswaar bekend van Candlelight, maar hij heeft daarnaast nog veel meer gedaan. Na zijn jaren als radiopiraat bij Veronica en Radio Noordzee kwam hij bij de AVRO terecht, waar hij talrijke radioprogramma’s presenteerde. Hij was er ook nog hoofd televisie. Daarnaast was hij platenproducent, had hij een café in Hilversum, Bar Candlelight (het heet nu De Kaars) en de datingsite Candlelight („Eigenlijk zonde dat ik gestopt ben.”). En hij had Candlelight Beenmode, van zijn textielbedrijf Universum.

Van Veen zat namelijk ook twintig jaar in de sokken. Toen hij weg was bij Radio Noordzee stopte hij een paar jaar met radiomaken en ging bij zijn schoonvader Dirk Verweij in de zaak. Verweij was een van de drie broers die eigenaar waren van Radio Veronica. Van Veen: ,,Dick was de hoogste baas, maar zijn broer Bull deed het radiostation. Bull speelde ukelele, Sarie Mareis en zo, dus toen zeiden zijn broers: Bull weet wat van muziek, dus dan moet hij Veronica doen.”

„Ik ben met Dirk mee de wereld in gegaan, Korea, Indonesië, eten met de president. Hij stierf in een hotel in Modena, bij Parma. Vond ik hem ’s ochtends vroeg blauw en stijf op de grond. Toen hebben mijn vrouw en ik het bedrijf voortgezet. Tot 1993 heb ik in de textiel gezeten.” In die dagen werden sokken, door massaproductie, zo goedkoop dat een kleiner bedrijf als dat van Van Veen, er weinig meer aan kon verdienen. „Een paar sokken kost nu een eurootje. Ik bekijk ze wel eens bij de Action, het is ook nog eens goede kwaliteit. Ze komen met een miljoen paar tegelijk uit China. Wij bestelden er hoogstens duizend dozijn.”

En het was toch al moeilijke handel. „Als het in maart opeens 24 graden werd, kon ik de voorraad tot oktober wegschrijven. Want die vrouwen vinden die panty’s eigenlijk helemaal niks. Dus als het een beetje mooi weer wordt, gaan ze uit. In de textiel zeggen ze: Benen bloot, handel dood.”

Overal is poëzie.

Candelight, Vrijdag, Radio 5, 22-24 uur
    • Wilfred Takken