Opinie

    • Folkert Jensma

Het recht gaat aan verfijning ten onder

De Rechtsstaat

Je moet niet zeuren als je ook eens een keer géén interview krijgt. Betrokkene heeft dan even geen zin in jou of je krant. Tant pis. „Frits staat niet in de terugkijkstand”, mompelde de woordvoerder eind vorig jaar. Maar dat viel dus mee. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Frits Bakker, hield in december een afscheidstour langs diverse media. In onder meer de Volkskrant schreef hij het debacle met de digitalisering van vooral de civiele rechtspraak eerlijk op eigen conto. Drie jaar lang eraan gesleurd, waarna ‘tunnelsyndroom’ en eigen onvermogen om de stekker er tijdig uit te trekken oorzaak waren. Verder „hebben we ons verslikt in de ingewikkeldheid van het civiele proces”. Dat vond ik zowel aandoenlijk als omineus. Op dàt niveau niet weten hoe ingewikkeld het recht is?

Toch een beetje de chirurg die tijdens de operatie ontdekt dat een hart twee kamers heeft. En er was stevige tegenwerking door deurwaarders, advocatuur en wetenschap, vond Bakker. Dus de sector was niet overtuigd. Of zijn rechters te veel gewend dat er gewoon geluisterd wordt?

Hoe dan ook, iedereen mag zich hier rekenschap van geven – de advocatuur wierp, voorspelbaar, de kritiek meteen van zich af. Wij „hebben het alweer gedaan”, aldus de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van strafrechtadvocaten, Soeteman, knorrig op Twitter. Intussen is de toestand urgent. De rechtbank Noord-Nederland beloofde eind december een ‘inhaalslag’. Er blijken daar stapels familiezaken uit 2016 stof te liggen verzamelen. Echtscheidingen, alimentaties, omgangsregelingen etc. „Schat ik wil scheiden. Bel me maar terug in 2021”. Hebben andere gerechten ook zulke stapels liggen? Of houden ze dat liever stil? Rechters mogen dan wel neerkijken op managers en deftig beweren dat ze geen koekjesfabriek bemannen, maar het volk wil óók vonnissen. Liefst vlot.

En dan nu mijn vragen aan Frits Bakker. Dat er geen antwoorden kwamen, betekent nog niet dat de vragen ook ongesteld hoeven te blijven. Dus beste voorzitter (van dienst): U noemde bij herhaling de rechtspraak te duur, te traag en te ingewikkeld. Burgers zijn geïntimideerd door het recht, ze staan voor hoge toegangskosten, zowel naar juridisch advies als naar de rechtbank, waar de uitkomst van procedures onvoorspelbaar is. De gefinancierde rechtshulp zit in een existentiële crisis: sociale advocatenpraktijken lopen leeg, de voorgestelde omslag naar een minder gejuridiseerd stelsel wordt door advocaten weggehoond. Het recht zélf wordt intussen almaar complexer en daardoor minder toegankelijk en bruikbaar. U kreeg het daarom zelf niet eens in software vertaald, wat ons 40 miljoen kostte.

Om het recht nog te kunnen overzien zijn er intussen wel steeds meer mensen en dus middelen nodig. Onlangs schreef een senior Justitie-ambtenaar in het Nederlands Juristenblad dat het strafprocesrecht „aan nuancering ten onder gaat”. Hij gaf de Handleiding Confrontatie voor politiemensen als voorbeeld. Dat praktijkboekje betreft alleen het laten herkennen van verdachten door getuigen, één onderdeeltje van het politiewerk. Het telt in de 10e druk 424 bladzijden. Onbruikbaar dus.

Dus, juristen, denk bij elke nieuwe regel of nuancering eerst na of de winst in gerechtigheid op de vierkante millimeter de kosten van toepassing ook echt waard zijn, schreef hij. Het recht wordt inmiddels als ‘gierend complex’ bestempeld, een kolossaal werkgelegenheidsproject voor handenwrijvende experts, allemaal met een uurtarief, een griffierecht, een wachtkamer en/of een eigen IT-platform.

Gaat de rechtspleging vastlopen, of is dat al het geval maar durft niemand dat te zeggen? Dan staat uw IT-debacle voor iets groters, namelijk de onbeheersbaarheid van het recht zelf.

O ja, als we een enquête mogen geloven heeft tenminste de helft van de rechters geen vertrouwen in uw ‘Haagse’ Raad, zo min als in de eigen besturen van de elf rechtbanken en vijf hoven. Die worden allemaal op één hoop geveegd als carrièretijgers: niet loyaal, niet gezaghebbend. Hoe zit het eigenlijk met het gezag van de rechtspraak, als rechters zélf daar publiekelijk zo kritisch op durven zijn? Trouwens, waarom daalt het aantal rechtszaken al jaren – terwijl rechters steeds vaker klagen dat ze overbelast zijn? Of zien we hier weer dat overgecompliceerde, onhanteerbare recht?

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.