Het leven is geen roman, vond ze

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.Mieke Vestdijk-van der Hoeven (1938-2018) ‘bewaakte’ het werk van haar man, Simon Vestdijk.

‘Mijn moeder had een scherpe antenne voor onrecht, voor de grens tussen het private en publieke”, zegt Dick Vestdijk, zoon van de schrijver Simon Vestdijk (1898-1971) en Mieke Vestdijk-van der Hoeven. Op 30 december 2018 overleed Mieke Vestdijk op tachtigjarige leeftijd. Ze werd geboren op 24 maart 1938 en groeide op in Doorn, de woonplaats van Vestdijk.

Op 27 december 1965, op 27-jarige leeftijd, trouwde Mieke van der Hoeven met de veertig jaar oudere schrijver. Tien jaar eerder had ze een tekening van hem gemaakt, een ontmoeting die voor beiden betekenisvol bleek te zijn. Na de dood van Ans Koster, de vrouw met wie Vestdijk samenleefde, belde Mieke de schrijver om hem te feliciteren met zijn 67ste verjaardag. Daarop volgde al snel een huwelijk. Het echtpaar kreeg twee kinderen, zoon Dick (1967) en dochter Annemieke (1969). Zes jaar na hun trouwen, in 1971, overleed Vestdijk.

Mieke Vestdijk-van der Hoeven is opgeleid als analiste. Veel later ging ze rechten studeren en ze promoveerde in 1991 in Utrecht op het proefschrift Religieus recht en minderheden. Haar beide kinderen traden bij die plechtigheid op als paranimf.

De weduwe Vestdijk had jarenlang de reputatie van ‘moeilijke’ en zelfs ‘verschrikkelijke’ schrijversweduwe, die biografen geen inzage zou geven in de intieme brieven en het amoureuze verleden van Vestdijk. Ze zou als een hellehond waken over Vestdijks literaire nalatenschap. Die strijd begon al kort na het overlijden van Vestdijk, toen biografen Hans Visser en Anne Wadman meer geïnteresseerd bleken in Vestdijks persoonlijk leven én alle roddels dan in het oeuvre. Visser ging zelfs zover te beweren dat de beide kinderen niet van Vestdijk zouden zijn. Daarop besloot Mieke Vestdijk alle verdere medewerking te weigeren en Visser geen inzage te geven in brieven.

Lees ook: Weduwe Mieke Vestdijk beschermde oeuvre van haar man

Biograaf Wim Hazeu, die in 2008 promoveerde op Vestdijk. Een biografie heeft wel „alle medewerking gekregen die hij verlangde”. Hazeu bestrijdt dat Mieke Vestdijk brieven achterhield: „Ik mocht alle documenten raadplegen die ik wenste, zelfs de brieven van Ans Koster en de briefwisseling met schrijfster Henriëtte van Eyk, waarvan Visser altijd beweerde dat Mieke ze had vernietigd. ” Hazeu sprak met Mieke Vestdijk af dat eventuele correcties in een „supplement zouden worden opgenomen”. Dat hoefde niet te gebeuren. Ook Tom van Deel, die met Guus Middag de Nagelaten gedichten (1986) van Vestdijk bezorgde, zegt „niets te begrijpen van haar slechte naam als het gaat om medewerking”. Van Deel kreeg, evenals Hazeu, „alle vertrouwen”.

Mieke Vestdijk spande zich onvermoeibaar en ook strijdvaardig in voor het voortbestaan en de bekendheid van het letterkundige oeuvre van haar man. Naar eigen zeggen „bewaakte” ze het werk. Omdat Vestdijks vaste uitgeverijen, De Bezige Bij en Nijgh & Van Ditmar, niet of nauwelijks voelden voor het herdrukken van zijn werk, besloot ze dat zelf te doen. „Op de zolder van het huis aan de Torenlaan in Doorn leerde ze zichzelf het ambacht van drukken en boekbinden”, zegt zoon Dick. „Ze typte zelfs manuscripten over, zoals De toekomst der religie en gaf die uit met haar eigen uitgeverij Mycena Vitilis. Ze had daar veel plezier in. Opvallend is dat mijn moeder al snel de voordelen van internet en digitalisering inzag om het werk van mijn vader voor nieuwe generaties lezers toegankelijk te maken.”

Volgens Anton Korteweg, tot 2009 directeur van het Letterkundig Museum (nu Literatuurmuseum) in Den Haag, beschouwde Mieke Vestdijk haar man „als een schrijver van het hoogste Europese niveau”. Nadat bekend werd dat het manuscript van Franz Kafka’s Der Prozess een miljoen pond had opgebracht vond ze het van „respect getuigen als er tegenover de bruikleen van de literaire nalatenschap van Vestdijk ook een hoog bedrag zou staan”. Hoewel Korteweg dat verzoek „terecht” vindt, wilde hij geen precedent scheppen: „Daartoe beschikte ik niet over voldoende budget. Een collectie die het museum al ruim twintig jaar conform de wens van Vestdijk in bruikleen had, moest worden omgezet in aankoop.” De collectie ligt nog steeds in het museum.

Mieke Vestdijk was intensief betrokken bij de Vestdijkkring en de uitreiking van de Anton Wachter- en Ina Dammanprijzen. In de kroniek van de Vestdijkkring stelde ze nadrukkelijk dat in een literaire biografie het leven van de schrijver gescheiden moet worden van zijn literaire werk.

Volgens Dick Vestdijk kwam het regelmatig voor dat zijn moeder werd geconfronteerd met vrouwen die zich voorstelden met de zin: „Ik ben Ina Damman” of „Ik ben Trix Cuperus uit De koperen tuin”. Dick Vestdijk: „Maar privacy was voor haar het verdedigen waard”.

Dochter Annemieke Vestdijk laat weten dat, nadat bij haar moeder de diagnose dementie was gesteld, „ze zachtaardiger werd en alles eindelijk kon laten rusten”.

    • Kester Freriks