Recensie

Recensie Boeken

Wat alle eilandbewoners gemeen hebben is hun aversie van Parijs

    • Margot Dijkgraaf

Erik Orsenna De Fransman Orsenna (1947) schreef een hilarische roman over een man die op een eiland Nabokovs moeilijkste boek Ada gaat vertalen.

Op een zomerse dag komt een man aan op een eiland. Hij heeft ‘donkere ogen, het voorkomen van een faun en draagt een wit linnen pak’. Verdriet heeft hem uit Parijs verdreven: zijn vriend Jean Cocteau voor wie hij Couperin speelde is onlangs overleden. Hij is op zoek naar een toevluchtsoord en voelt zich op het eiland meteen thuis. Het microklimaat schrikt de wolken af, heeft een ‘onweerstaanbaar zachte lucht’ en creëert een heerlijke flora van ‘aloë’s, mimosa’s en palmbomen’. De man is vertaler en wat is voor zo iemand, een echte passeur, een ‘inspirerender tafereel dan die boten die eindeloos van de ene kant van de archipel naar de andere varen?’ De vertaler krijgt de opdracht Ada van Nabokov te vertalen, een bloemrijke, cryptische roman waar al veel vertalers in zijn gestrand. Nabokov, die de reputatie heeft een nare man te zijn, woont in Zwitserland, op een tot grand hotel omgebouwd passagiersschip en ‘hangt daar, aan de oever van het meer de grote meneer uit’. Hij bekijkt zichzelf in het water en bedenkt iedere dag weer dat er niemand is die de Nobelprijs meer verdient dan hij.

Hekel aan Parijs

Wat volgt is een hilarisch verhaal over Nabokov en zijn vertaler, over uitstelgedrag, voorschotten en een hele eilandbevolking die – enthousiast maar incompetent – aan het vertalen slaat in een poging om, na ruim drie jaar, de deadline te halen. Vertalen valt niet mee, ‘katten zijn woorden met een vachtje. Net als woorden houden ze zich op in de buurt van mensen, maar laten ze zich nooit temmen. Het is net zo moeilijk om een kat in een reismand te stoppen wanneer je de trein moet halen, als om het juiste woord uit je geheugen op te diepen’. ’s Zomers wonen er op het eiland nog enkele leraren, ‘flaneurs van het wetenschappelijk onderzoek, die doen alsof ze hét definitieve werk aan het schrijven zijn over een onderwerp dat geen mens zal interesseren’. Wat alle eilandbewoners gemeen hebben is hun aversie van Parijs. Parijs immers voorspelt ‘altijd zon voor de rivièra en regen voor Bretagne, ook als het daar stralend weer is’.

Lees ook: De 109 beste boeken van 2018 volgens onze recensenten

Wat een goed idee van uitgeverij Vleugels om deze korte roman van Erik Orsenna (1947) uit te geven – het geeft, in de mooie vertaling van Marijke Arijs, een staalkaart van de passies van deze auteur. Orsenna is van oorsprong econoom en ondernemer, bekleedde hoge bestuursfuncties en was adviseur van president Mitterrand. President Macron benoemde hem tot ‘ambassadeur van het lezen’. Hij is auteur van een groot, divers oeuvre. Hij kreeg in 1988 de Prix Goncourt voor L’exposition coloniale, schreef romans over Afrika en Azië, kinderboeken over het accent circonflexe en het accent aigu, maar ook beschouwingen over zijn rol als staatsraad, over de globalisering en de wereldwatereconomie.

Twee zomers is een ode aan het eiland waar Orsenna in zijn jeugd zijn zomers doorbracht, het Île de Bréhat voor de kust van Bretagne: ‘gelukkig zijn de kinderen die opgroeien met de liefde voor een eiland’. Maar het is ook een lichtelijk absurd, vrolijk en geestig pleidooi voor een open en nieuwsgierige manier van leven. Op zo’n eiland leer je dingen die je de rest van je leven van pas zullen komen: ‘verbeeldingskracht, eenzaamheid, vrijheid en zelfs een zekere laatdunkendheid tegenover het vasteland. En de einder afturen, zeilen en vertrekken.’