Gentherapie in de longen lukt ook via inademing

Geneeskunde Ingeademde RNA-moleculen dringen longcellen binnen en werken er als medicijn.

Lichtgevende longcellen door een ingeademde instructie voor een lichtgevend eiwit.
Lichtgevende longcellen door een ingeademde instructie voor een lichtgevend eiwit. Foto Asha Patel

Met inhaleerbaar RNA is het mogelijk de longcellen een ontbrekend eiwit te laten maken. Dat schrijven onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in het blad Advanced Materials. Ze toonden de werking van de door hen ontwikkelde technologie aan in muizen. Dat zou een therapie voor taaislijmziekte kunnen opleveren, schrijven ze. Bij deze erfelijke ziekte ontbreekt of hapert het eiwit CFTR dat belangrijk is voor de zoutbalans van slijmvormende cellen.

Al langer proberen onderzoekers met gentherapie iets te doen aan taaislijmziekte, maar het resultaat valt steeds tegen, omdat het lastig is het grote gen voor CFTR af te leveren in longcellen. Gentherapie brengt ook extra risico’s met zich mee, omdat het virussen gebruikt en de werking van andere genen kan verstoren.

Daarom is de aandacht verlegd naar RNA, het tussenproduct tussen DNA en eiwit. Dit boodschapper-RNA (mRNA) bevat de genetische instructie die de cel gebruikt om eiwitten te maken. Een RNA-code dicteert precies hoe een eiwit eruit moet zien.

Losse RNA-moleculen worden echter snel afgebroken in het lichaam. Door de RNA-instructies slim te verpakken, blijven moleculen niet alleen langer in stand, maar worden ze ook beter opgenomen door cellen; alleen daar zijn ze werkzaam.

Verpakt RNA

De MIT-onderzoekers hebben nu laten zien dat zij mRNA verpakt in sterk vertakte aminozuurachtige moleculen efficiënt in longcellen van muizen kunnen afleveren. Ze lieten dat zien met luciferase, een eiwit dat fluorescentie opwekt. De volgende stap, schrijven zij, is dit te herhalen met mRNA van CFTR.

Dat is al gedaan. De MIT-mensen blijken deels ingehaald door een groep van de Oregon State University die al CFTR-mRNA bij muizen met taaislijmziekte heben ingebracht. Ze publiceerden daarover in augustus in het blad Molecular Therapy. Dat was net op het moment dat het manuscript van de groep uit Boston geaccepteerd werd, wat verklaart dat beide artikelen niet naar elkaar verwijzen. De onderzoekers uit Portland lieten wel het CFTR-mRNA opnemen, maar nog niet in de long. In plaats daarvan bekeken zij hoe de eiwitaanmaak in slijmvliescellen in neus werd opgekrikt. Dat lukte – beperkte tijd. Deze aanpak kan dus werken.

Hoewel longproblemen de bekendste en de ernstigste verschijnselen zijn van taaislijmzieke, hebben patiënten ook vaak last van hun darmen, een hoog risico op nier- en galstenen. Ze kampen ook vaak met vruchtbaarheidsproblemen. Deze bijkomende verschijnselen worden door inhaleerbaar mRNA niet verminderd.