Recensie

Recensie Boeken

Expositie met ‘Vroman-effect’

Tentoonstelling Gegarandeerd vrolijk makend, vindt Gemma Venhuizen de tentoonstelling over dichter en bioloog Leo Vroman in het natuurhistorisch museum in Rotterdam.

Kristalliserende eiwitten, gefotografeerd door Vroman in 1976.
Kristalliserende eiwitten, gefotografeerd door Vroman in 1976. Foto Vroman Foundation

De schaamluizen had ik wel verwacht. De walvisbaleinen ook, net als de schelpdieren op sterk water: Het Natuurhistorisch staat tenslotte bekend om zijn uiteenlopende collectie dode dieren. Maar dat ik in het Rotterdamse museum een tentoonstelling over de in 2014 overleden Leo Vroman zag, verraste me even. Een dode dichter tussen de dode dieren?

Al dwalend door de zalen besefte ik dat Vroman juíst hier tot zijn recht komt. Naast dichter was hij ook bioloog – tijdens zijn loopbaan werd er zelfs een door hem ontdekt bloedstollingsverschijnsel naar hem genoemd, het ‘Vroman-effect’: bij adsorptie van bloedplasma op een oppervlak (bijvoorbeeld de wand van een reageerbuisje) komen de beweeglijkste eiwitten het eerst aan. Later worden ze verdrongen door eiwitten die een grotere affiniteit met het oppervlak hebben.

In de kleine expositie ligt de nadruk op Vromans veelzijdigheid als wetenschapper en kunstenaar: zo fotografeerde hij eiwitten door zijn microscoop terwijl ze kristalliseerden, en schreef daar een sciencefictionverhaal bij: Just one more world. Ook maakte hij cartoons van zichzelf te midden van raderdiertjes – kleine meercellige organismen die hij omschreef als ‘flexibele worstjes’ – en beerdiertjes die hij uit de sloot had gevist en door zijn microscoop bekeek, thuis in Gouda. Met een vergroting van 100x kon hij zo toch op de ‘Afrika-safari’ waarnaar hij tijdens zijn studie zo verlangde.

Van die safari kwam het niet, want de oorlog brak uit en de in 1915 geboren Joodse Vroman vluchtte in 1940 per zeilboot naar Engeland. Vanuit daar reisde hij door naar Nederlands-Indië, waar hij zijn studie afmaakte en vervolgens geïnterneerd werd in een kamp. Na de oorlog vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij na zeven jaar werd herenigd met zijn verloofde Tineke, met wie hij direct trouwde. In de tijd in het kamp hield hij een dagboek bij, waarin hij onder andere de huid van een dode Indische varaan plakte – ook te zien op de tentoonstelling.

Maar het allerleukste onderdeel van de expositie is in een ándere zaal te zien, waarin niet Vroman centraal staat maar opgezette dieren. Daar zijn her en der bij toepasselijke museumstukken verzen van Vroman te lezen. ‘De kwal en het water’ bijvoorbeeld:

Een kwal die vond dat het water stonk

sprong aan wal, waar hij verdronk

MORAAL

Voor al te fijn besnaarde kwallen

kan evolutie tegenvallen

‘Warm, rood, nat en lief’ is de titel van de expositie, en tevens de titel van Vromans autobiografie – een verwijzing naar het bloed van zoogdieren, maar volgens Het Natuurhistorisch ook naar Vromans karakter (warm en lief) en naar zijn fascinatie voor de natuur (rood en nat). Een wat veelomvattende titel en de expositie springt soms ook wat van de hak op de tak, maar het werkt wél.

Zijn enthousiasme voor vrijwel álles wat hij tegenkwam werkt aanstekelijk, en na een rondje door de mooi vormgegeven mini-expositie ga je gegarandeerd vrolijker weer naar buiten. Al is het maar omdat je met Vromans opbeurende woorden het drukke stadsverkeer beter aankunt: ‘Je kunt net zo goed schoonheid horen in het gepiep van muizen als in het gepiep van autobanden’.

Correctie: in een eerdere versie stond dat Vroman na negen jaar werd herenigd met zijn verloofde, dit moet zeven jaar zijn. Dit is aangepast.