Een droom najagen, koste wat het kost

Tweede carrière We krijgen regelmatig te horen dat we van onze passie ons werk moeten maken. Maar is zo’n passie de onzekerheid, die hoort bij het maken van een carrièreswitch, wel waard?

Toen de orkaan Irma in september 2017 over het eiland Sint Maarten raasde, wilden Joost de Jong (43) en zijn man Dirkjan Jansen de Jong (47) meteen „iets doen” voor het getroffen gebied. De musicalacteurs, die onder meer in Saturday Night Fever, Hair en Grease speelden, hadden tussen 2011 en 2013 als zang-, dans-, en speldocenten op het eiland gewerkt. Ze kenden er veel mensen.

Vanuit hun huis in Sleeuwijk runde het stel, tussen de optredens door, een veganistisch cateringbedrijfje. De Jong: „We dachten: waarom zetten we dat niet voort op Sint Maarten? Dan kunnen we daarnaast gratis maaltijden verstrekken aan mensen die in nood raakten na de orkaan.” Vrienden en kennissen waren enthousiast over het plan. „Ze weten dat we van uitdagingen houden. Al vond de familie van Joost het wel lastig. Mensen helpen oké, maar moet dat helemaal op Sint Maarten?”

Minni McMaster (31) voltooide een bachelor biomedische wetenschappen en een master neuroscience aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar studie, in 2014, begon ze aan haar baan als wetenschapper bij het Academisch Medisch Centrum, waar ze onderzoek deed naar hersenschade door GHB-gebruik. De druk om te presteren lag er hoog, iedere dag werd er tot laat doorgewerkt. „Ik was ’s ochtends al moe en ging steeds vaker met tegenzin naar mijn werk. Ik begon me af te vragen welke onderdelen van mijn werk ik nou écht leuk vond. Wetenschappelijke artikelen schrijven? Nee. Het onderzoek? Ook niet.” En dus sloeg de twijfel over een wetenschappelijke carrière toe.

Ondertussen wist McMaster heel goed wat ze wél leuk vond. „Ik ben een kattenfanaat. Ik heb veel truien met een kat erop, naar feestjes draag ik vaak kattenoren. Ik word gewoon heel blij van ze.”

Ze besloot een open dag van de mbo-opleiding tot dierenartsassistent bij te wonen. „Toch zag ik dat niet meteen als optie. Ik had toch niet voor niets vijf jaar lang gestudeerd? En als ik later weer de wetenschap in zou willen, kon ik dan nog wel een promotieplek vinden?”

Voldoening

Het zijn herkenbare dilemma’s voor mensen die overwegen hun goedbetaalde baan op te geven om een droom na te jagen. Doe ik er wel verstandig aan? En wat als ik spijt krijg, is er dan nog een weg terug? We krijgen regelmatig te horen dat we op zoek moeten naar wat ons écht gelukkig maakt – maak van je passie je werk. Maar is zo’n passie de onzekerheid, die hoort bij het maken van een carrièreswitch, wel waard?

Zowel De Jong, Jansen de Jong als McMaster vertellen dat ze werden aangemoedigd door vrienden: „Gewoon doen! Dit is echt iets voor jou!” Maar er zijn ook nogal wat bezwaren te bedenken bij zo’n grote verandering.

Wat McMaster het meest tegenstond, was opnieuw onderaan de ladder beginnen. Wéér zelf de stagiair zijn, in plaats van er een te begeleiden. Toch besloot ze de opleiding tot dierenartsassistent te gaan volgen. Tijdens een stage bij een asiel ontdekte ze dat ze het liefst kattenverzorger werd.

„Als dierenartsassistent ben je toch vooral receptionist. Dat vond ik niks.” Sinds november vorig jaar werkt McMaster bij een kattenasiel. „Het geeft me voldoening om voor een non-profitorganisatie te werken. Ik ga met heel veel plezier naar mijn werk, wetende dat er allemaal katjes op me zitten te wachten.”

Ook De Jong en Jansen de Jong uit Sleeuwijk hakten de knoop door. Ze begonnen een inzamelingsactie voor hun project op Sint Maarten en investeerden ruim 10.000 euro eigen spaargeld. Hun huis in Sleeuwijk zetten ze te koop. In februari vorig jaar gingen ze eenmaal op proef, in mei verhuisden ze definitief naar het eiland.

Elke dag van de week rijden ze nu naar een andere wijk om daar maaltijden uit te delen: rijst, groente, salade en bonen. „Het is op Sint Maarten voor veel mensen moeilijk om gezond te eten. Een broccoli kost al gauw 5 dollar, een Happy Meal van de McDonald’s maar 2 dollar 25.”

Lees ook: ‘Een droom opgeven is geen nederlaag’

De mannen hebben een deal met een aantal supermarkten weten te maken, afgekeurd voedsel krijgen ze gratis („een komkommer waar een plekje op zit”). De andere producten kopen ze zelf. Ze bereiken zo’n vijftig tot zestig gezinnen per dag, dus ongeveer duizend mensen per week, rekent De Jong voor. „En wij worden op onze beurt ook weer geholpen door tientallen vrijwilligers.”

Fysiek hard werken en mensen heel direct en concreet helpen – dat spreekt Wouter Dasselaar (31), voormalig accountmanager, ook het meest aan in zijn nieuwe werk. Dasselaar begon vorig jaar, na al even in de thuiszorg te hebben gewerkt, aan een vierjarige opleiding tot verpleegkundige. Nu gaat hij naar school en werkt hij daarnaast in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam. „In mijn vorige baan vond ik dat de jaren wel erg op elkaar begonnen te lijken. Nu zijn er juist veel memorabele momenten. Je ontmoet mensen op een kwetsbaar moment in hun leven, je ziet hoe ze zich staande weten te houden. Dat is heel bijzonder.”

Maar of hij sinds zijn carrièreswitch elke dag fluitend opstaat? Dat ook weer niet. Dasselaar: „Ik wilde niet per se opnieuw een opleiding doen, maar het is niet anders. Door de praktijkervaring die ik heb opgedaan in de thuiszorg weet ik gelukkig al dat dit werk me veel voldoening gaat geven. Daar had ik echt zo’n honeymoon-gevoel. Ik ontmoette mensen die weinig hadden of heel eenvoudig woonden en toch heel tevreden waren: ‘Ik heb zo lekker gedoucht vandaag!’ Of wanneer een cliënt had overgegeven en ik dacht: o nee, wat moet ik hiermee, maar dat het me dan tóch lukte alles helemaal netjes schoon te maken. Dan zat iemand er weer waardig bij, dat voelde goed.”

Opoffering

Wie bevlogen zijn werk doet, raakt minder snel opgebrand, zo blijkt uit de burn-outwetenschap. Een droom najagen kán dus pure noodzaak zijn, op het moment dat je niet op je plek zit in je huidige baan. Maar ook dan kan een carrièreswitch simpelweg te duur zijn. Bovendien kan het verlies van status zo’n radicale verandering een stuk minder aantrekkelijk maken.

Zo moet Dasselaar het met zo’n 1.200 euro netto per maand minder doen dan voorheen. „Ik had zelf al veel gespaard, maar zonder de financiële hulp van mijn ouders had ik dit niet kunnen doen. Ik kan net rondkomen, maar dat is het dan ook. Verse cappuccino’s haal ik niet meer. En zonder mijn vriendin had ik nu antikraak moeten wonen.” Ook kattenverzorger McMaster is er financieel flink op achteruitgegaan: zo’n 700 euro per maand. Als geboren en getogen Amsterdammer twijfelde ze of ze met haar nieuwe inkomen nog wel in de stad kon blijven wonen. Tot nu toe lukt dat. Maar als haar spaargeld op is, zal ze flink moeten bezuinigen.

De Jong en Jansen de Jong zijn bezig een veganistisch eetcafé op te zetten op Sint Maarten. Met de opbrengst kunnen ze hun vrijwilligerswerk financieren en, hopelijk, zichzelf een klein salaris uitbetalen. Nu verdienen ze een beetje geld door op te treden en twee keer per week maaltijden voor betalende klanten te verzorgen. Om kosten te besparen hebben ze geen eigen woonruimte. „We passen op de huizen van mensen die met vakantie zijn of we logeren gewoon bij mensen thuis.” De Jong schat dat hij en zijn man netto 2.500 euro per maand minder te besteden hebben dan voorheen.

Zo’n verlies moet je maar net kunnen lijden. Bovendien vraagt De Jong zich soms af wat andere mensen wel niet zullen denken. „Een paar jaar geleden stond ik op het podium in een uitverkocht Beatrix Theater in Utrecht, nu sta ik bij de opening van een supermarkt op een lelijke parkeerplaats te zingen voor een paar man. Maar ja, ik sta daar wel zakken rijst in te zamelen voor mensen die nauwelijks te eten hebben. Dat is wat ik écht wil doen.”

McMaster: „Het is natuurlijk heel cool om te kunnen zeggen: ‘Ik ben hersenwetenschapper.’ Nu doe ik werk dat je in principe ook ongeschoold zou kunnen doen. Toch denk ik dat ik juist een voorbeeld kan zijn voor veel mensen die het over een andere boeg willen gooien – helemaal nu je zoveel hoort over burn-outs en stress.”

Of ze bang is dat ze zich op intellectueel niveau zal gaan vervelen in haar nieuwe werk? „Mijn vrienden hebben me daar wel voor gewaarschuwd, maar ik denk dat het wel zal meevallen. Ik hoef niet meer zo nodig heel diep over alles na te denken.”

De Jong: „Natúúrlijk is een groot applaus heel fijn. Maar ik wil ook een betere wereld achterlaten. We ontmoeten nu zulke leuke mensen. Wie goed doet, goed ontmoet.” En dan: „Hè gatver, dit klinkt wel erg klef!”