Recensie

Recensie Boeken

Hij bedriegt haar algauw met de ranke danseres en de voluptueuze bakkersvrouw

Recensie In Zonder paniek geen paradijs bedriegt Joachim Hanna algauw met de ranke danseres Franka en de voluptueuze bakkersvrouw Ilse, en deze drievoudige ontrouw leidt tot amusante verwikkelingen.

Die Zweisamkeit der Einzelgänger luidt de oorspronkelijke titel van het vierde deel van Joachim Meyerhoffs autobiografische romancyclus Alle Toten fliegen hoch. De Nederlandse titel is Zonder paniek geen paradijs – een uitspraak van Hanna, een personage dat een chaotisch, koortsachtig bestaan leidt ‘tussen wanhoop en productiviteit, tussen duizend koppen thee en vier uur diepe slaap’.

Deze Hanna was de reden dat ik het boek na drie hoofdstukken bijna definitief weglegde, zo zwaar aangezet vond ik haar gecompliceerde karakter en afwijkende gedrag. ‘Ze had iets volstrekt eigens’, staat er op de eerste bladzijde, en dat is een Untertreibung voor iemand die voortdurend haar ogen openspert, met verdraaide stem gesprekken met zichzelf voert en op geen enkele normale vraag een normaal antwoord kan geven. Goed, ze schijnt hoogst intelligent te zijn, deze ambitieuze, met Foucault en Lacan dwepende studente, maar als je iets verkeerds zegt, zoals ‘ik hou van je’, krijgt ze een zenuwinzinking. Ik zag Hanna wel direct voor me (dat is het voordeel van een karikatuur), maar ik geloofde niet dat Joachim verliefd op haar werd; hij vindt haar onvoorspelbaarheid zelf ook ‘nogal vermoeiend’.

Gespierd en halfnaakt

Toch ben ik blij dat ik heb doorgelezen. Joachim bedriegt Hanna algauw met de ranke danseres Franka en de voluptueuze bakkersvrouw Ilse, en deze drievoudige ontrouw leidt tot amusante verwikkelingen. Ook zijn werk als beginnend acteur in Duitse provinciale theaterhuizen levert complicaties op. Zo is er zijn rol in de musical Anatevka. Hij kan absoluut niet zingen, maar de professionele geestdrift van zijn Amerikaanse repetitor (‘Great! Unbelievable! Awesome! Jesus Christ, you hit that shit right on the head!’) is zo aanstekelijk dat hij echt begint te geloven een geniaal liedvertolker te zijn – tot zijn dramatische afgang tijdens de eerste orkestrepetitie met dirigent. En op deze wending, die de lezer aan zag komen, volgt een totaal verrassende nieuwe wending, waarna Joachim alsnog triomfeert in zijn rol. Maar dat acteren niet zijn beroep is, dringt in dit boek toch tot hem door.

Meyerhoff (1967) is een zeer begenadigd verteller, dat toont hij in tragische en vooral in komische scènes en ook met onverwacht subtiele observaties. Na vier boeken wordt wel steeds duidelijker wat zijn zwakte is: zijn hyperbolische stijl is soms te veel van het goede en zijn neiging personages uit te vergroten werkt op het toneel waarschijnlijk beter dan in een roman.

Hanna wijst Joachim erop dat het de ultieme ijdelheid is om met ontbloot – gespierd – bovenlijf het applaus in ontvangst te nemen, terwijl er na zijn sterfscène als Tybalt in Romeo en Julia ruim een uur verstreken is… Net als de acteur doet de auteur net iets te veel moeite om indruk op zijn publiek te maken. Maar zijn zelfspot redt hem.