Opinie

    • Michel Krielaars

De SS’er die kapper werd in Palestina en daar als terrorist tegen de Britten vocht

None

‘Edgar Hilsenrath is dood!” zei ik tegen de boekhandelaar. „Wie?” vroeg hij. „Hilsenrath!” herhaalde ik. „Van De nazi en de kapper. Een schrijver van wereldklasse, net als Philip Roth en Amos Oz. Die zijn afgelopen jaar ook overleden, zoals je wellicht weet.”

De boekhandelaar liep naar zijn kasten en trok er een exemplaar van De nazi en de kapper uit. „Geinig boek”, zei hij. „Ik wist niet dat het van die Hilsendinges van jou was.”

Hilsenrath overleed op 30 december aan een longontsteking in Berlijn, waar hij sinds 1975 woonde. Hij was 92 jaar oud en geldt als een van de grootste naoorlogse Duitse schrijvers. Zelf vond hij de naoorlogse Duitse literatuur nogal saai. „Duitse schrijvers filosoferen te veel en ze schrijven te veel in de indirecte rede”, zei hij jaren geleden in een interview.

Uit bewondering voor zijn zwartgallige holocaust-humor heb ik zijn tien boeken gelezen. De romans De nazi en de kapper en Nacht zijn daarin groteske hoogtepunten, hoewel die andere acht (vooral Fuck America) ook de moeite waard zijn. Geen schrijver kan je namelijk zo schaamtevol over iets gruwelijks aan het lachen krijgen als hij. Zo gaat De nazi en de kapper over een SS’er die de identiteit van zijn vermoorde Joodse buurjongen aanneemt, naar Palestina trekt, daar kapper wordt en als Joodse terrorist tegen de Britten vecht. Zijn wrede relaas leest in alle opzichten als een slapstick à la Tarantino.

Nacht handelt over het onmenselijke leven in een getto, waar Joden als wilde beesten proberen te overleven. Maar ook hier ontkom je niet aan Hilsenraths absurdistische wereldbeeld.

Edgar Hilsenrath werd in 1926 in Leipzig geboren, maar groeide op in Halle an der Saale, waar zijn vader tot 1935 een meubelzaak had. Die vader vluchtte in 1939 naar Frankrijk, terwijl Edgar met zijn broer en moeder bij familie in de Boekovina onderdak vond. Door Roemeense fascisten werden ze in een getto in Oekraïne opsloten.

Na zijn ‘bevrijding’ door de Russen, die hem naar de Siberische kolenmijnen wilden deporteren, woonde hij eerst drie jaar in een kibboets in Palestina. Maar omdat hij daar niet kon aarden, vertrok hij naar Frankrijk, om in 1951 in de VS te belanden. Hij werkte er als kelner en ging om met criminelen. In 1964 voltooide hij Nacht, dat ze in Duitsland eerst niet durfden uit te geven, omdat ze het antisemitisch vonden.

In de VS schreef hij begin jaren zeventig ook De nazi en de kapper, dat Duitse uitgevers eveneens afwezen. Amerikaanse critici waren echter vol lof en vergeleken Hilsenrath met Rabelais. Pas in 1977 verscheen het boek alsnog in Duitsland. Hilsenrath was er op slag een beroemdheid.

In zijn laatste roman Berlin… Endstation (2006) laat hij zijn hoofdpersoon Leschinsky, die sterk aan Hilsenrath doet denken, doodgaan. Die Leschinsky heeft 36 jaar in de VS gewoond, waar hij als schrijver mislukt is. Uit heimwee naar de Duitse taal en het Europa van zijn jeugd keert hij terug naar zijn geboorteland. Hij schrijft er een satirische roman, Der Jude und der SS-Mann, die een bestseller wordt en hem beroemd maakt. Maar dan krijgt Leschinsky een beroerte en belandt hij in een rolstoel. Als hij een ommetje wil maken, wordt hij voor zijn huis herkend door een stel neo-nazi’s, die ‘buitenlanders oprotten, Joden oprotten’ roepen. Met honkbalknuppels slaan ze hem dood, waarna hem de eeuwige sabbat wacht. Die sabbat is nu ook voor Hilsenrath zelf aangebroken.

    • Michel Krielaars